Wanneer en waarmee het precies begonnen is weet ik niet meer, maar al op jonge leeftijd had ik interesse in de natuur. Niet in de laatste plaats door het “bosje” achter ons huis aan de Singel in Westdorpe met daarachter de Molenkreek. Vogels in overvloed. Ik kan me nog herinneren dat ik een oude deken, waar toevallig toch al een gat in zat, tussen de waslijnen had gespannen en door dit gat de meesjes bespiedde die op voer afkwamen wat ik daar had opgehangen. Een korst kaas zal het vermoedelijk geweest zijn, vetbollen waren toen nog niet zo in zwang en van geavanceerde voedersilo’s, gevuld met hi-energymix of vogelhagelslag had nog niemand gehoord.

 

Vogelwacht de Steltkluut

Steltkluut-logo-177x300Op een gegeven moment zal mijn liefde voor de natuur, vermoedelijk tijdens een consult, ter ore zijn gekomen bij onze toenmalige huisarts “dokter Frank” Puylaert. Enige tijd later werd ik door hem in zijn Citroën DS (een heuse “snoek”) meegesleurd naar een bijeenkomst van Vogelwacht De Steltkluut in De Halle in Axel. (Overigens ben ik jaren lid geweest van De Steltkluut, zonder deze prachtige vogel op die ranke lange pootjes ooit gezien te hebben. Pas in augustus 2012 zag ik, nota bene in de “nieuwe natuur” tussen Westdorpe en het Kanaal van Gent naar Terneuzen, in de stromende regen mijn eerste steltkluut (Himantopes himantopes). Het heeft zo moeten zijn.) Bij die bijeenkomst in De Halle maakte ik, als lagere-school-broekie van een jaar of 10-11, kennis met “grote” namen binnen de regionale vogelarij als George Sponselee, Henk Casteleijns en niet te vergeten Johan van den Steen. Deze laatste had zijn wortels ook in Westdorpe en was een zeer kundig vogelaar maar nog meer een voorvechter voor het behoud van “zijn” Canisvliet, een prachtig natuurgebied om de hoek.

Johan was in 1929 geboren en had vele uren van zijn jeugd gesleten in de Canisvlietsche Kreek, zoals dit gebied destijds heette. Hij vertelde dat hij daar heeft leren zwemmen en goed ook. Hij heeft het zelfs tot het Belgische Olympisch team geschopt, zo wist mijn vader destijds te vertellen.

 

Een gepassioneerd vogelaar

Johan wijdde me in in de geheimen van de vogelwereld. Op zaterdagochtend ging ik in alle vroegte naar zijn moeder toe, die in een aanleunwoning in De Witte Leeuw woonde. Johan woonde zelf  in Gent en kwam meestal op vrijdagavond al naar zijn moeder en bleef daar slapen. En dan op pad naar Canisvliet. In zo’n heerlijke ouwe Citroën 2CV, een “piele” zoals we die in onze streek noemde. Piele is (Zeeuws-)Vlaams voor eend. (Alhoewel in Vlaanderen het woord piele ook gebruikt wordt voor een batterij, vreemd genoeg. Een “piellampe” is een zaklantaarn. Kun je het nog volgen?) De auto geparkeerd in de Vissersverkorting aan de kant van de weg en dan in de ochtendschemer door het hoge, door de dauw nog natte, gras naar de vogelkijkhut aan de oever van het Canisvliet. De hut had Johan zelf gebouwd en was precies goed waar hij voor bedoeld was: ongezien de vogels op en langs het water bespieden, geen poespas. Gewoon op een houten bankje in een wat gekromde houding de waterkant afspieden met de verrekijker. De enige luxe aanwezig was een oliegestookt kacheltje voor als het echt koud was. Want Johan zat hier jaar in, jaar uit minimaal een keer per week.

Johan van den Steen 1 Johan van den Steen 2

 

“De Kist”

Wat vliegt daar

Op advies van Johan kocht ik ook een beter vogelboek. Mijn eerste boekje was “Wat vliegt daar?” van Van Dobben. Maar dat was echt voor beginners en amateurs volgens hem. Nee, als je echt wou meetellen, moest je Petersons Vogelgids toch wel op zak hebben. Door Van den Steen en vele andere vogelaars steevast “De Kist” genoemd. Niet vanwege het formaat, maar vanwege de Nederlandse vertaling door J. Kist. En dus kocht ik “De Kist”, een rode. Ik heb hem nog, mijn naam en toenmalig adres erin met zwarte Dymoletters. Zo van die dikke kunststof strips waar je met een tang een letter in drukte.

Vele malen begon mijn zaterdagochtend op deze manier. En wat heb ik veel geleerd van Johan. Waarom kieviten met hun pootjes op de grond tikken bijvoorbeeld. Wormen voelen deze kleine trillingen en gaan naar het oppervlak omdat ze denken dat er een mol aan komt graven. De zang van Cetti’s Zanger, een zeldzaam vogeltje wat destijds in 1977 voor het eerst in Nederland broedde en wel in Canisvliet. Johan kon het goed vertellen, zonder belerend te worden.

 

De redding van Canisvliet

In de jaren die volgden kwamen er andere interesses, naast studie en later werk. Vogels bleven op de achtergrond nog wel een rol spelen, maar veel liever ging ik toch een avond op stap of gewoon in het café hangen en achter de meiden aan natuurlijk :-). Ik verloor Johan uit het oog. Begin jaren ’90 kwam ik hem weer tegen, in mijn stamkroeg De Gravin, in gezelschap van allerlei personen die een rol speelden bij het behoud van Canisvliet. Hij herkende mij meteen, we hebben onder het genot van een pint nog even staan kletsen. Johan leek te krijgen waar hij al die jaren voor gevochten had. Zijn Canisvliet, dat ooit ten dode was opgeschreven en ten prooi leek te vallen aan vervuiling en verwaarlozing, werd onderdeel van een groter plan. Hij heeft het helaas niet meer mee mogen maken. Op 8 februari 1996 is hij overleden, maar in gedachten leeft hij voort. Zijn goede vriend Franklin Tombeur schreef in de uitgave nr. 44 van het tijdschrift Het Vogeljaar destijds een mooi in memoriam (pagina 85-86). Daaruit komen ook de twee zwart-wit foto’s hierboven.

Het gebied rond Canisvliet is nu heringericht. De boomgaarden die er omheen lagen, zijn geïntegreerd in het hele plan. Een wandelpad voert je door het prachtige gebied en halverwege kom je een boom tegen, een zomereik (Quercus robur), met daarbij een bordje ter nagedachtenis aan Johan. Zodat hij voor eeuwig in “zijn” Canisvliet kan zijn.

 

 

 

 

5 reacties op “Mijn eerste schreden op het natuurpad…

  1. Wat een leuk verhaal Theo. Ik heb zin om weer eens naar de Canisvliet te gaan. Kijken hoe het geworden is.

  2. Mooi geschreven Theo, ik wist niet dat jij met Johan ooit op pad ben geweest. Ik zelf heb een keer met hem en Jan Sanderse in de hut gezeten. Later ben ik een aantal keer mee geweest op excursie en daarna nog een aantal keer met Franklin.

Vond je het een leuk verhaal? Reageer als je dat wilt.