De kleurenpracht van de dagvlinders

Dagvlinders, een insectensoort die tot de verbeelding spreekt. Dagvlinders zijn immers synoniem aan warmte, zon, lekker weer en vooral kleur. Kleur in de tuin of in het veld. Maar ook hele kwetsbare insecten, erg afhankelijk van de waardplanten. Dat zijn de planten waar de vlinder haar eitjes op afzet. Sommige vlindersoorten zijn daar erg kieskeurig in, de zogenaamde monofage soorten. Bijvoorbeeld het pimpernelblauwtje (Phengaris teleius), die de eitjes alleen op de Grote Pimpernel afzet. En die is in ons land vrijwel niet meer te vinden. Ander, meer algemene soorten, nemen het niet zo nauw qua waardplant en dat zijn de polyfage soorten. Een voorbeeld hiervan is onder meer de dagpauwoog (Aglais io), een erg algemene soort die in iedere tuin wel voorkomt. Die legt haar eitjes op vrijwel iedere wilde plantensoort die te vinden is, vaak op brandnetels.

In Nederland komen op dit moment ongeveer 53 verschillende soorten dagvlinders voor, waarvan de helft zeldzaam of zeer zeldzaam. Alleen door beschermen van de biotopen en koesteren van de gebieden met de juiste waardplanten kunnen we er voor zorgen dat die (zeer) zeldzame soorten niet volledig verdwijnen.

Mijn fotoalbum met dagvlinders is nog niet zo gevuld. Je ziet ze – gelukkig – nog genoeg, maar ik ben er nog niet echt voor op pad geweest. En daarnaast heb ik van sommige soorten nog geen foto’s die de moeite waard zijn om te publiceren. Daartussen wel een hele bijzondere, namelijk de keizersmantel forma Valesina (Argynnis paphia forma valesina), een zeer zeldzame dagvlinder die zich in augustus 2013 tegoed deed aan de nectar van de Eupatorium (Koninginnekruid) in onze achtertuin. Een euforisch momentje, dat kan ik je verzekeren.

In mijn blogjes zal ik ook af en toe een dagvlinder nader belichten.