De koning van de winter

Het is een van de kleinste vogeltjes van ons land en toch weet dit beestje met zijn luide zang alles te overstemmen: de winterkoning (Nannus troglodytes). Niet meer dan een klein bolletje bruine veertjes met een opgewipt staartje. Amper negen centimeter lang en bijna net zoveel grammen zwaar. Als voormalig shagroker vergelijk ik van die kleine gewichten vaak met een pakje shag. Dat weegt vijftig gram, dus net zoveel als ruim vijf van die vogeltjes bij elkaar. Het is niet het kleinste vogeltje dat hier in Nederland rondvliegt. Die eer is voor de goudhaan (Regulus regulus) van circa 8,5 cm en circa 7 gram, met op de tweede plaats de vuurgoudhaan (Regulus ignicapilla), die net iets groter is. Zowel goudhaan, vuurgoudhaan als winterkoning worden vaak met het verkleinwoord goudhaantje, vuurgoudhaantje en winterkoninkje aangeduid. Logisch eigenlijk, als je die kleine hummeltjes ziet. De winterkoning heeft ook een boel streeknamen: onder meer tômke, duumpje, klein Jantje, kadolstermenneke, keudeldoemke. Allemaal verwijzend naar het formaat van dit kleine opdondertje.

Veel noten

De winterkoning is dus niet bepaald een vogel die zijn gewicht in de strijd kan gooien om zijn territorium af te bakenen of vrouwtjes te imponeren. Dan moet dat maar vocaal gebeuren. Wat hij dan ook met veel verve doet. Het vogeltje heeft letterlijk veel noten op zijn zang, want uit onderzoek is gebleken dat hij in staat is om maar liefst 640 noten per minuut te produceren! En dan ook nog eens keihard. Ik heb het zelf niet gemeten, maar dit klein duimpje schijnt zo’n 90 decibel te produceren. Vergelijkbaar met een gillend kind, om maar een voorbeeld te noemen. Het geluid draagt ook enorm ver, je schijnt het – met een goed gehoor – op 500 meter afstand te kunnen horen. Dan moet er uiteraard in de omgeving niet ter veel lawaai zijn waardoor het overstemd wordt. En je gehoor moet nog prima in orde zijn.

Imponeren

Dat lawaai maken doet dit vogeltje uiteraard niet voor niets. Hij heeft een flink territorium af te bakenen en te verdedigen. Dat territorium kan wel een paar honderd vierkante meter bestrijken. In ieder geval groot genoeg om meerdere nesten te herbergen. Het mannetje is namelijk een ware bouwvakker, want hij bouwt wel zes tot soms tien nestjes in zijn territorium. Weliswaar in ruwbouw, binnen moet het nog wel naar smaak ingericht worden. Maar toch, dat kleine opdondertje doet het toch maar even. Als een vrouwtje de relatie wel ziet zitten, onderwerpt ze de nesten stuk voor stuk aan een grondige inspectie. Als ze een nest naar haar keuze heeft gevonden, wordt er gepaard en legt het vrouwtje er vijf tot acht piepkleine eitjes in. Maar niet voordat ze de binnenkant heeft bekleed met mos , veertjes, haartjes en meer zacht materiaal. Het mannetje gaat in de tussentijd weer op de versiertoer. Hij heeft immers nog een paar nesten in de aanbieding. En als hij een nieuw vrouwtje gevonden heeft, papt hij ook daar mee aan. Dit proces kan zich nog wel een keer of twee herhalen. Overigens zijn niet alle mannetjes van de winterkoning polygaam, er zijn er ook die het bij één vrouwtje houden. Dat is misschien al vermoeiend genoeg 🙂

Dringen geblazen

In de tussentijd ontfermen de vrouwtjes zich in de diverse nesten over de eitjes. Na 14 tot 19 dagen broeden komen de eitjes uit en breekt de voedertijd aan. Hoewel het mannetje er dus meestal meerdere vrouwtjes op na houdt, komt hij zijn vaderlijke plichten wel na. Hij vliegt ook af en aan met voedsel voor de jongen en na acht dagen zijn de jongen al bijna net zo groot als hun ouders. Je begrijpt wel dat het dan dringen geblazen is in dat kleine nestholletje. Een week tot twee weken later vliegen de jongen uit en meestal worden ze dan nog een aantal dagen door de ouders gevoerd. Het mannetje is in de tussentijd ook de jongen uit het volgende nest aan het verzorgen. Zijn polygame levensstijl vergt dus heel wat van hem. En het vrouwtje heeft over het algemeen twee nestjes per jaar. Dus beiden hebben het er maar druk mee om het voortbestaan van de soort zeker te stellen.

Oude jas

Zo’n nestje is trouwens best kunstig gemaakt. Het is bolvormig met een opening aan de zijkant. Gemaakt van dorre bladeren, mos, gras en kleine takjes en het mannetje bouwt de nestjes onder meer in lekker rommelige takkenhopen, dicht struikgewas en klimophagen. Maar je kent waarschijnlijk ook wel die foto’s van winterkoningnestjes in een oude jas die in een tuinschuurtje hangt. Zoals bijvoorbeeld de foto hiernaast die Adri de Groot van Vogeldagboek maakte. Winterkoningen houden niet alleen van dicht struweel om hun nestjes in te maken. Ze vinden daar ook hun voedsel. Met hun fijne pincetsnaveltjes zijn het echte insecteneters en ze scharrelen heel wat af tussen de takken en blaadjes op zoek naar spinnetjes, insectjes, rupsjes en andere larfjes. Want het vogeltje heeft dan wel een grote bek als het op zingen aankomt, maar als qua voedsel past er alleen klein spul in dat snaveltje.

Holduiker

De wetenschappelijke soortnaam troglodytes vindt zijn oorsprong in het Griekse troglodutes, waarin Grieks trogle zit: hol, en dutes: duiker. Een holduiker dus. Sommigen relateren dit aan het bolvormige nestje met de kleine ingang, dat aan een hol doet denken. Maar het kan ook komen van de voorliefde van de vogel voor dichtbegroeid struikgewas. Het winterkoninkje maakt daar immers zijn nesten en sluipt er rond, al zoekend naar iets lekkers. Die oorsprong van de wetenschappelijke naam wordt versterkt door een van de oudste Germaanse namen, namelijk zaunschlüpfer, wat heggesluiper betekent. Dus het kan heel goed dat Linnaeus dat voor ogen had toen hij deze naam bedacht. Hij noemde de vogel overigens Motacilla troglodytes. Tot voor een aantal jaren was de wetenschappelijke naam overigens Troglodytes troglodytes en formeel volgens het overzicht van Nederlandse vogels (opgesteld door de Commissie Systematiek Nederlandse Avifauna CSNA) is het Nannus troglodytes troglodytes. Wereldwijd is er geen formele afspraak of consensus over taxonomie en naamgeving en zodoende wordt deze naam ook niet overal toegepast. In de meeste landen wordt de naam Troglodytes troglodytes dan ook nog steeds gebruikt.

Geen winterliefhebber

Hoewel de Nederlandse naam anders doet vermoeden is de winterkoning geen echte liefhebber van de winterse kou. Net als bijvoorbeeld de ijsvogel (Alcedo atthis). Een ijskoude winternacht kan een winterkoning wel 10% van zijn vetreserves kosten om zijn lichaam op temperatuur te houden. Dus bij een langere vorstperiode zullen er dan ook veel bezwijken, waardoor de populatie wel tot meer dan de helft kan afnemen. Het gewicht aanvullen is immers in de winter niet zo makkelijk, want er zijn vrijwel geen insecten, spinnen of rupsjes te vinden. En als ze er al zijn, hebben zich over het algemeen in beschutte hoekjes of in de strooisellaag teruggetrokken, wachtend op het voorjaar. Omdat de winterkoning meerdere nesten per jaar heeft met relatief grote legsels kan de populatie zich in een paar jaar tijd flink herstellen.

Hutjemutje

Alleen als er meerdere opeenvolgende jaren met strenge winters zijn kan het voor de winterkoning echt een probleem worden. Om de winternachten toch goed door te komen houden de vogeltjes er wel een bijzonder sociale manier op na. Hoewel ze erg territoriaal zijn ingesteld, stappen ze daar in de winter even van af en gaan met z’n allen dicht bij elkaar in een holletje zitten. Zo houden ze elkaar lekker warm en gaat de minste energie verloren. Het kan in een holle boom zijn, maar ook een nestkast voor mezen. Soms meer dan tien winterkoninkjes zitten dan hutjemutje opeengepakt in zo’n kastje. In een enkel geval zijn het er veel meer, er zijn gevallen bekend van wel meer dan zestig vogeltjes in een hol!

Koning van de winter

Maar hoe komt dat kleine vogeltje dan aan een naam die toch veronderstelt dat hij zelfs de strengste kou kan trotseren? Daar zijn verschillende verklaringen voor, onder andere dat het winterkoninkje een van de weinige vogels is die je ook in de winter hoort zingen. Een andere verklaring die ik je niet wil onthouden gaat terug tot de Griekse sagen. Het verhaal gaat dat de vogels ook een van hen tot koning wilden kronen in navolging van de leeuw als koning der dieren. Afgesproken werd dat de vogel die het hoogste kon vliegen die eer toekwam. Appeltje eitje, dacht de arend en begon op de thermiek met zijn enorme vleugels tot steeds grotere hoogte te klimmen. De andere vogelsoorten ruim onder zich latend. Eenmaal hoog in de lucht aangekomen, waarbij zijn opponenten slechts nog stipjes waren, waande hij zich de koning der vogels. Op dat moment kwam er een klein vogeltje uit zijn verenpak tevoorschijn die zich daar ongemerkt verstopt had. Het vogeltje vloog met enkele vleugelslagen nog net een paar meter hoger dan de arend, waarop die laatste zich gewonnen moest geven. Het kleine vogeltje mocht zich vanaf die dag winterkoning noemen.

Bronnen:

Dit bericht heeft 12 reacties

  1. picpholio

    Bedankt voor deze erg interessante uiteenzetting van een klein maar wel hee boeiend wezentje.

  2. Ellen

    Wat een leerzaam blog, ik heb er alweer van genoten. Dankjewel hiervoor!
    Wat leuk is ook de uitleg van de naam winterkoning. Die sagen en legendes vind ik sowieso leuk om te lezen.
    Ik kijk alweer uit naar je volgende blog.
    Groetjes Ellen

  3. Ellen Merks

    Wat leuk geschreven weer Theo over ’t winterkoninkje en bijzonder fijn dat je met je vijver zoveel te meer leven in de brouwerij mag zien. Ook ’t eekhoorntje zal voor veel plezier zorgen.
    Dankjewel weer en complimenten voor je prettig lezende schrijfstijl!
    Groetjes,
    Ellen ❤💚

  4. Martine

    Het verhaal van hoe het winterkoninkje aan zijn naam kwam stond bij ons thuis op een cassettebandje. Ik was het alweer vergeten tot ik deze post zag. Ik hoor gewoon het piepstemmetje weer: ik vlieg nóg hoger! En zo werd klein Jantje de koning van de vogels… Minstens 35 jaar geleden voor het laatst gehoord en nu gewoon weer terug. Er stonden meer van dit soort sagen/sprookjes op het bandje. Toch eens kijken of ik het geluidsmateriaal nog ergens kan terugvinden 🙂

    1. Theo

      Wat leuk Martine, dat mijn blogje dit bij je oproept. Ik hoop dat je het geluidsmateriaal nog ergens kan vinden. Er staat zoveel op het internet, dat moet vast lukken.

  5. Wouter van Caspel

    Inderdaad, leuk dat verhaal van de arend weer eens te lezen. Destijds vond ik het al fascinerend. Dank voor je mooie stuk weer

    1. Theo

      Graag gedaan. Het oorspronkelijke verhaal is nog een stuk langer, waarbij onder andere ook de uil er niet geheel zonder kleerscheuren vanaf komt 😉

Geef een antwoord