In het blogje over de blinde bij schreef ik al eens over de zweefvliegen en de mimicry van deze insecten. Veel zweefvliegen lijken op bijen of wespen en proberen op die manier belagers af te schrikken. In dit blogje een zweefvlieg die qua Nederlandse naam lijkt te worstelen met een identiteitscrisis. Want is het nu een hommel? Of is het een bij? Of toch een vlieg? Het is de hommelbijvlieg (Eristalis intricaria). Een zweefvlieg die in heel Nederland voorkomt en vliegt tussen april en september.
Het is geen hommel…
Als je de hommelbijvlieg ziet, wordt al snel duidelijk waar het onderdeel ‘hommel’ in de naam vandaan komt. Het sterk behaarde achterlijf lijkt sterk op dat van een hommel. Zo zijn er nog een paar zweefvliegsoorten die dit kenmerk hebben en daarom allen ‘hommel’ in hun naam dragen: de hommelreus (Volucella bombylans), de zeldzame hommelwoudzwever (Criorhina ranunculi) en de zeer zeldzame hommelmallota (Mallota fuciformis). Een andere hommelimitator is de grote narcisvlieg (Merodon equestris). Het vermoeden is dat deze soort van oorsprong niet in Nederland voorkwam, maar in de 19e eeuw meegelift is met bloembollen uit Zuid-Europa. Hij is dan ook met name in tuinen en parken met bolgewassen te vinden. Maar ook bij bollenvelden, waar deze soort gezien wordt als een plaag. De larve is namelijk niet zo kieskeurig en leeft in de bollen van een groot aantal bolgewassen.
…ook geen bij…
Was de naam hommelvlieg of hommelzweefvlieg dan niet voldoende in plaats van hommelbijvlieg? Beetje driedubbel zo. De naam hommelzweefvlieg werd echter in het verleden in sommige delen van ons land al gebruikt voor de eerder genoemde Volucella bombylans die we nu de hommelreus noemen. Twee zweefvliegsoorten met dezelfde naam geeft wel een beetje te veel verwarring. Begin deze eeuw heeft een commissie zich beziggehouden met het toekennen van Nederlandse namen aan zweefvliegen. Daarbij hebben zij de wetenschappelijke soortindeling als uitgangspunt gekozen. De zweefvliegen met de Nederlandse naam ‘bijvlieg’ horen allemaal tot het geslacht Eristalis. Linnaeus is in 1758 daarmee begonnen en bij de ontdekking en naamgeving van latere bijvliegsoorten is daarop voortgeborduurd. Vanuit deze benadering is het logisch dat de hommelbijvlieg die Nederlandse naam kreeg. Hij behoort tot het geslacht van de bijvliegen (Eristalis) en hij lijkt op een hommel.
… maar een zweefvlieg!
De hommelbijvlieg is dus een zweefvlieg. Een van de meer dan 300 soorten in ons land. Met de meest exotische en vreemde Nederlandse namen. Wat dacht je van het melkelfje (Melangyna umbellatarum), Limburgs platvoetje (Platycheirus parmatus) of de vliegende speld (Baccha elongata)? De meest bijzondere naam is toch wel die van het piemelkrieltje (Paragus tibialis). Een zweefvliegje van amper een halve centimeter groot dat uit ons land verdwenen is. In 1973 is deze voor het laatst waargenomen. In Zuid-Europa is het een algemene soort en in België is het piemelkrieltje in 2019 herontdekt. Dit beestje heeft deze vreemde naam te danken aan de grootte van het geslachtsorgaan van het mannetje. Er is overigens ook een bescheiden-piemelkrieltje (Paragus constrictus), met – zoals de Nederlandse naam al doet vermoeden – een geslachtsorgaan dat iets minder groot van formaat is. Deze soort komt in Nederland en België niet – meer – voor. De dichtstbijzijnde populaties bevinden zich langs de Deense en Duitse kust, zowel in de zandduinen als op kalksteenrotsen.
Bestuivers
Zweefvliegen zijn echte liefhebbers van nectar en stuifmeel. Ze zijn dan ook heel vaak op bloeiende planten te zien en dragen daardoor ook bij aan de bestuiving. Wereldwijd zorgen zij voor de bestuiving van 72% van de voedselgewassen en 70% van de wilde planten. Ze zijn dus enorm belangrijk voor de bestuiving van planten.
Zweefvliegen hebben over het algemeen een kortere tong dan bijen en bezoeken dan ook andere plantensoorten, met name die waar de nectar niet zo diep in de bloem zit. En doordat veel soorten zweefvliegen grote afstanden kunnen afleggen, zorgen ze ook voor de uitwisseling van genetisch materiaal tussen planten die ver uit elkaar liggen. Daardoor ontstaan dus sterkere plantenpopulaties.
Larven
De larven van de zweefvliegen houden er een heel ander eetpatroon op na. Veel zweefvlieglarven eten bladluizen en worden dan ook gebruikt als biologische bestrijding in kassen in de tuinbouw. (Dat dit bij introductie van uitheemse soorten voor dit doel tot grote problemen kan leiden voor de inheemse biodiversiteit hebben we gezien bij het Aziatisch lieveheersbeestje (Harmonia axyridis). Zie ook mijn blogje over lieveheersbeestjes.)
De larven van andere soorten eten bijvoorbeeld het sap van bomen of weefsel van bladeren, stelen of wortels van planten. En er zijn ook soorten waarvan de larven in het water leven, zoals je in mijn blogje over de blinde bij kunt lezen. De larven van de hommelbijvlieg leven ook in en bij het water van organisch materiaal en bacteriën.
Rode lijst
In 2023 is door Menno Reemer, John T. Smit en Theo Zeegers van EIS Kenniscentrum Insecten in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een Rode Lijst opgesteld van de Nederlandse zweefvliegen. Uitgangspunt bij deze lijst waren alle soorten die in Nederland voorkomen of ooit voorkwamen. Dat zijn er 347, waarvan er inmiddels dertig uit ons land zijn verdwenen. Van de overgebleven soorten zijn er vijftig (ernstig) bedreigd en 24 kwetsbaar. Voor 42 soorten geldt dat ze gevoelig zijn, wat inhoudt dat ze zeer zeldzaam zijn, maar nog wel worden aangetroffen. Als er geen maatregelen genomen worden zullen ook deze soorten tot de kwetsbare categorie gaan behoren. Kortom, bijna de helft van de Nederlandse zweefvliegen (146 soorten) staat op de Rode Lijst. De overige 171 soorten zijn op dit moment niet bedreigd. Op 2 oktober 2024 is deze Rode Lijst door staatssecretaris Rummenie gepubliceerd in de Staatscourant, waardoor overheden verplicht zijn om maatregelen te nemen voor het behoud of het herstel van deze soorten (op grond van artikel 3.57, lid 1 onder c van het Besluit kwaliteit leefomgeving). In de praktijk blijkt hier helaas vaak bitter weinig van terecht te komen.
Wil je meer weten over zweefvliegen en de Rode Lijst? Beluister dan aflevering 58 van de podcast Toekomst voor Natuur, waarin Anthonie Stip in gesprek gaat met Theo Zeegers van EIS.
Bronnen en meer informatie:
- Bot, S. en Meutter, F. van de – Veldgids Zweefvliegen – KNNV Uitgeverij – Tweede druk 2020
- Wikipedia
- Pollination by hoverflies in the Anthropocene
- EIS Kenniscentrum Insecten
- Bestuivers.nl



Wat een informatiedicht blog en toch heel prettig te lezen Theo. Toen ik jong was en van de NJN lid was, heb ik de zweefvliegen leren kennen. Fanatiekelingen pakten de door deze jeugdbond geproduceerde zweefvliegentabel erbij om de met netjes gevangen vliegen op naam te brengen. Ze zijn prachtig en zo verschillend als je de tijd neemt om goed te kijken. Je hebt me weer een inkijkje gegeven in dit wonderlijke stuk natuur 💚
Dank je Annet 🙂
Hartelijk dank voor je blog. Gelukkig heb ik nog best veel zweefvliegen in de tuin.
Hommelreus, narcisvlieg zie ik hier wel. Ik mis in je verhaal de witte reus en stadsvlieg als het gaat om vergelijking met hommels, wespen en bijen. Jij zal er zeker een reden voor hebben die ik in je reactie terug wel zal lezen.
Vroeger zag in heel veel zweefvliegen de wesp. En daar was ik heel bang voor (jeugdtrauma). Sinds ik me ben gaan interesseren voor de insecten zie ik pas het verschil en hoe geweldig mooi ze zijn. Ik kan er enorm van genieten.
Ik heb hele mappen vol met insecten. Ook die ik zie op onze vaste vakantiebestemmingen Zwitserland en het Zwarte Woud.
Heel leuk om allemaal bij te houden en altijd blij als ik een nieuwe soort zie 🙂
Groetjes Ellen
Dank voor je uitgebreide reactie Ellen. Ik heb inderdaad niet alle ‘hommel look-a-likes’ in het blogje opgenomen, want dan zou het te lang lijstje worden. Met daarbij de kans dat ik er alsnog vergeet. Die mimicry is bij jou in ieder geval goed gelukt als je een zweefvlieg aanzag voor een wesp. Dat is natuurlijk ook het doel.
wat leuk, aangesproken met mijn naam!
Ik geniet van alle mooie foto’s en weetjes.
Heb een aantal jaren veel gedaan aan nachtvlinders.
Zoveel mooie soorten, de meeste mensen hebben geen idee.
De hommelbijvlieg heb ik net als de narcisvlieg gelukkig wel in de tuin.
Hart gr, Jenny
Dank voor je leuke reactie Jenny!
Prachtig. Hoop hem eens te zien, moet zeggen dat er weinig insecten zijn. Vanmiddag nog een grote Hommel, wat Witjes en Zandoogjes De graafbijen zie ik niet meer. Mogelijk al weer weg. Ze komen elk jaar op het zelfde plekje terug. De mogelijkheid van oude zandlagen. Kleine nachtvlindertjes vliegen op in het gras, wat zo droog is dat het alleen op de plekken groeit waar nog enigszins schaduw is. De Vlinderstruik alweer uitgebloeid en de lavendel nog mooi. maar de bloemen uitgeknipt. Zo droog. En ook weinig of geen regen voor de komende periode. Voor het een goed en het ander een gemis.
Dank je Marina. Jammer dat je maar zo weinig insecten ziet. Dat is helaas al jaren een dalende trend.