Dit keer een blogje over een watervogel met opvallende oorpluimen die lijken te ontspruiten uit de nog opvallender felrode ogen: de geoorde fuut (Podiceps nigricollis). Het is een soort die in de broedperiode verspreid over het land voorkomt. In de wintermaanden verlaten ze het broedgebied om met name de Grevelingen, het Veerse Meer en andere open wateren in de Delta op te zoeken. Ook trekkers vanuit Oost-Europa komen aan de West-Europese kust overwinteren, waaronder dus onze Noordzeekust. In het binnenland zul je ze ‘s winters zelden aantreffen.
Broedgebied
Tot begin deze eeuw kwam de geoorde fuut vooral voor in heide- en hoogveengebieden op de hogere zandgronden, vooral in Drenthe en Noord-Brabant. De soort voelt zich met name thuis bij ondiepe vennen en plassen met voldoende oevervegetatie en een geleidelijk aflopende oever. En die zijn in die provincies voldoende te vinden, denk aan het Bargerveen, Dwingelderveld en de Groote Peel. Net als andere futensoorten, zoals de ‘gewone’ fuut (Podiceps cristatus), bouwt de geoorde fuut een drijvend nest, dat verankerd wordt aan bijvoorbeeld pollen pitrus of riet die in het water staan. Bij verdroging, zoals in droge zomers, kan een broedgebied dus – zij het wellicht tijdelijk – ongeschikt worden.
Toe- en afname
De geoorde fuut was in de vorige eeuw helemaal niet zo gewoon in Nederland. Mijn Petersons Vogelgids uit 1976 geeft aan: ‘Vrij zeldzame broedvogel van meren, vennen en plassen. Trekt in vrij gering aantal door […]. Verscheidene winterwaarnemingen; ook langs kust.’ In de laatste decennia van de vorige eeuw ging het bergopwaarts met de geoorde fuut. Vanaf de jaren zeventig was een toename te zien in het aantal broedparen, met een hoogtepunt in 2005. Sindsdien gaat het jammer genoeg langzaam bergafwaarts en neemt het aantal broedparen met meer dan 5% per jaar af. We zitten nu weer op ongeveer dezelfde aantallen als in 1990. Als deze trend zich voortzet, zal de tekst uit mijn Petersons rond 2045 – helaas – weer helemaal kloppen.
Nieuwe natuur
De oorzaak van deze opleving en afname in de afgelopen vijftig jaar is niet goed te duiden. Wellicht dat de toename te maken heeft met de aanleg van nieuwe natuur. Eerst vanuit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), wat in 2013 verder ging onder de naam Natuurnetwerk Nederland (NNN). Bij die aanleg van nieuwe natuur zijn her en der ondiepe plassen aangelegd, het ideale broedgebied voor de geoorde fuut. Neem bijvoorbeeld het Zuidlaardermeergebied ten zuidoosten van de stad Groningen. De Westerbroekstermadepolder, de Onnerpolder en de Kropswolderbuitenpolder zijn ware hotspots als het gaat om broedende geoorde futen. Deze polders zijn eind vorige eeuw en begin deze eeuw omgezet van landbouwgrond naar natuurgebied. Ook in het Dannemeer, in het nieuwe natuurgebied ’t Roegwold ten oosten van Groningen, vind je broedende geoorde futen. Nog zo’n gebied dat begin deze eeuw tot natuur werd omgevormd.
Droge zomers?
Wat de afname in de afgelopen twee decennia veroorzaakt valt niet goed te duiden. Zoals ik hiervoor al schreef kunnen broedgebieden in droge zomers ongeschikt worden omdat het waterpeil te ver daalt. En dat zien we de afgelopen jaren steeds vaker. Sommige gebieden stonden zelfs de hele zomer droog. Voor geoorde futen is te ondiep water funest. Ze leven voor een groot deel van kleine visjes, larven, kikkervisjes en schelpdieren. Ze duiken onder water om op zoek te gaan naar voedsel en kunnen wel ruim een halve minuut onder water blijven. Maar als dat water te laag staat valt er niks te duiken. Ik weet niet of dit een van de oorzaken is, maar het kan een plausibele verklaring zijn.
Haat-liefde verhouding met kokmeeuwen
De geoorde futen zijn semi-koloniebroeders, meestal tref je meerdere broedparen bij elkaar in een gebied. Daar hebben de geoorde futen trouwens heel vaak gezelschap van een andere vogelsoort: de kokmeeuw (Chroicocephalus ridibundus). Ook dat is een koloniebroeder, al zijn de kolonies vele malen groter dan die van de geoorde fuut. Beide vogels hebben een soort haat-liefde verhouding met elkaar. Wie wel eens bij een kokmeeuwenkolonie heeft gestaan zal weten dat het daar een lawaai van jewelste is. Overal rondvliegende en krijsende meeuwen. Mogelijke predatoren die in de buurt komen worden meteen aangevallen en op niet lichtzinnige wijze te verstaan gegeven dat ze maar beter weg kunnen gaan. Dat kan er ook behoorlijk agressief aan toegaan. Overigens vallen niet alleen roofvogels onder die predatoren maar ook andere meeuwensoorten. Die lusten ook wel een jong kuikentje. De geoorde fuut voelt zich veilig tussen die krijsende meeuwen, want de predatoren hebben het immers ook op hun kuikentjes gemunt. En dan komt de keerzijde voor de fuut: de kokmeeuwen pakken ook wel eens een futenkuiken. Toch lijkt de geoorde fuut dat verlies voor lief te nemen, want ze blijven rustig in de kokmeeuwenkolonies broeden.
Een aarspoot met een zwarte hals
De wetenschappelijke genusnaam Podiceps komt van het Latijnse podex (aars) en pes (voet of poot). Het betekent dus letterlijk ‘aarspoot’, ofwel een vogel met de poten bij de aars. Wie wel eens een fuut of geoorde fuut uit het water gezien heeft, bijvoorbeeld op het nest want op het land komen ze zelden, zal weten dat de poten achteraan het lijf onder de staart zitten. Dus niet zoals bijvoorbeeld bij eenden halverwege het lijf. Omdat die poten zover naar achter zitten, zijn futen hele krachtige zwemmers. Maar als ze lopen ziet het er heel onhandig en slungelig uit. De soortnaam nigricollis komt van het Latijnse niger (zwart) en collum (hals). Het verwijst naar de zwarte hals van de vogels in hun zomerkleed. Ook de Engelse naam black-necked grebe en de Franse naam grèbe à cou noir verwijzen hiernaar. Bij onze oosterburen heet hij goldohr, naar de prachtige goudgele oorpluimen in het zomerkleed.
Bronnen en meer informatie:
- Vogelbescherming
- Sovon Vogelonderzoek Nederland
- Natura 2000 profielendocument – Ministerie van LNV – Versie 1 september 2008
- Nature Today
- WNVE – Wetenschappelijke namen van de vogels van Europa
- Dijk A. van 2018. Geoorde fuut Podiceps nigricollis. Pp. 164-165 in Sovon Vogelonderzoek Nederland 2019, Vogelatlas van Nederland. Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen
- Peterson R.T – Mountfort G. – Hollom P.A.D. – Petersons Vogelgids – Vertaling en bewerking door Mr. J. Kist – Elsevier – dertiende, geheel herziene druk 1976



Dankjewel voor je duidelijke blog met dito foto’s. Ik ga eens heel goed speuren of ik ze zie als ik bij de Grevelingen ben of bij het Veerse meer. Wie weet heb ik geluk.
Groetjes en tot de volgende blog waar ik alweer naar uit zal kijken.
Graag gedaan weer Ellen. Let maar eens goed op deze winter. Grote kans dat je ze daar inderdaad zult zien.
mooie documentatie en goede info, niet te vergeten prachtige foto’s Theo.
Dank je Paul 🙂