Toen we pas in onze huidige woonplaats woonden en ik een praatje maakte met onze buurman Klaas, kwamen we op een gegeven moment op het gespreksonderwerp natuur en vogels. Niet zo gek als je kijkt in welke mooie vogelrijke omgeving we terecht waren gekomen. Het bosperceeltje achter onze tuin was dan ook van belangrijke, zoniet doorslaggevende betekenis geweest om voor dit huis te kiezen. Een keuze waar we nog steeds geen spijt van hebben. Maar goed, het onderwerp vogels kwam voorbij en of het bij wijze van test van mijn vogelkennis was weet ik niet meer, maar de buurman vroeg of ik de Bombycilla garrulus ooit al eens gezien had. Nu kende ik wel een aantal wetenschappelijke vogelnamen, maar deze klonk mij toch niet direct bekend in de oren. “Nou, die moest ik maar eens opzoeken”, zei de buurman. Dus toen ik weer in huis was mijn alom geprezen vraagbaak er maar bij gepakt en opgezocht. Nee, mijn eerste greep was niet De Kist, waar ik in een eerder blogje over schreef. Maar Google natuurlijk:-) Ik was wel benieuwd wat ik zou aantreffen als zoekresultaat. Even de juiste naam intikken en het antwoord kwam tevoorschijn: het was de pestvogel. Die kende ik uiteraard wel maar had ik nog nooit in het echt gezien, helaas. Want het is wel een vogel die tot de verbeelding spreekt.

 

Invasie van vogels 

Net als de ijsvogel is de pestvogel een soort die je qua kleurenpracht niet meteen in Nederland verwacht. Hij doet wat Oosters aan, niet zo verwonderlijk want er is ook een Japanse Pestvogel (Bombycilla japonica) die – helaas – in Europa veel als kooivogel wordt gehouden. Onze Europese pestvogels komen voornamelijk voor in Scandinavië en de Baltische staten. Bij de naderende winter, als hun dagelijkse voedsel van insecten en noten op dreigt te raken, trekken ze zuidwaarts naar warmere oorden. Ze passen ook meteen hun menu aan, want ze gaan dan veelal op zoek naar bessen, vooral de Gelderse roos (Viburnum opulus), lijsterbes (Sorbus) en meidoorn (Crataegus). Veelal komen ze in grotere groepen het land binnen en vormen zo een ware invasie, in vogelaarstermen een influx. De grootste groepen worden meestal in Groningen gezien, daar waar de Scandinavische  na een oversteek van de Noordzee aan land komen. Groepen van 25 tot 50 stuks zijn in de noordelijke provincies dan ook geen uitzondering. Naarmate de influx vordert, verspreiden de vogels zich meer landinwaarts waar de groepjes kleiner van omvang worden en zijn dan vaak tot in België en Noord-Frankrijk waar te nemen.

 

Brenger van de dood

Zijn vreemde Nederlandse naam heeft de pestvogel al sinds de Middeleeuwen. De invasie van deze vogel verliep soms parallel met een stijging van het aantal pestgevallen en met de beperkte kennis van toen werden beide gebeurtenissen al snel aan elkaar gelinkt. Een prachtig gekleurde vogel werd de brenger van de dood. De oude Romeinen kenden de vogel ook al, maar zij gebruikten de naam ‘avis incendiariawat zoveel als vuur- of brandvogel betekent. Vermoedelijk verwijzend naar de felgele uiteindjes van de vleugel- en staartpennen. De Engelsen hebben een meer exotische naam bedacht voor het beestje: Bohemian waxwing. Het voorvoegsel Bohemian is gebaseerd op de eerste wetenschappelijke naam Garrulus Bohemicus, gebruikt door Conrad Gesner. Gesner baseerde de naam op het volksgeloof dat de vogels uit de Bohemen kwamen, zo’n beetje het huidige Tsjechië. De term waxwing heeft wat overeenkomsten met Nederlandse benamingen, want de Friezen en Groningers hebben het, of hadden het vroeger in ieder geval, over lakvogels. De oorsprong daarvan ligt in de rode uiteinden van de armpennen, die op druppels zegelwas lijken.

 

Praatgrage zijdestaart

Linnaeus beschreef deze vogel voor het eerst in 1758 als Lanius garrulus. Lanius verwijst naar hetzelfde geslacht als de klapekster (Lanius excubitor). In 1808 werden de pestvogels door Vieillot naar hun eigen geslacht Bombycilla verplaatst en kreeg de vogel de huidige naam Bombycilla garrulus. Dit betekent letterlijk praatgrage zijdestaart; de geslachtsnaam Bombycilla komt van het Griekse ‘bombux’ wat ‘zijde’ betekent en het moderne Latijnse ‘cilla’ wat ‘staart’ betekent. Het is een directe vertaling van de Duitse naam ‘Seidenschwanz’ en verwijst naar het zijdezachte verenkleed van de vogel. De soortnaam garrulus is Latijn voor spraakzaam, wat een verwijzing is naar de veronderstelde gelijkenis met de gaai (Garrulus glandarius) en niet naar het vermeende gebabbel van de pestvogel. Hun geluid lijkt meer op rinkelende belletjes.

 

Bessendragers in de tuin

Het zijn echt prachtige vogeltjes, die pestvogels. En helemaal niet schuw, ze laten zich gemakkelijk tot op een paar meter benaderen. Waarschijnlijk doordat ze in hun leefgebieden weinig mensen tegenkomen en dus niet schrikken of bang zijn. Zoek in de winterperiode maar eens op waarneming.nl. Als ze bij je in de buurt zitten kun je gerust een keer een poging wagen om er naar toe te gaan, ze zijn niet meteen vertrokken. Vaak blijft zo’n groepje een paar dagen hangen voor ze weer verder trekken, een lege bessenstruik achterlatend. In onze voor- en achtertuin hebben we een aantal bessenstruiken gepoot, waaronder de Gelderse roos maar ook de mispel (Mespilus germanica), waar ze ook dol op zijn. De struiken zijn nog lang niet volgroeid, maar ik heb wel al een keer een paar pestvogels in ons dorp gezien. Ooit zullen ze de vruchtjes van onze struiken komen plukken, het is alleen nog even afwachten wanneer.

Helaas zal buurman Klaas het niet meer meemaken om in zijn eigen straat de Bombycilla garrulus te zien. Na een kort ziekbed is hij op 27 augustus 2018 overleden. Voor mij zal hij altijd blijven voortleven in de Bombycilla garrulus. Pas na enkele jaren geleden vertelde hij mij trouwens dat dat ook de enige wetenschappelijke vogelnaam was die hij kende.

 

 

 

Dit blogje is geplaatst in de categorie Vogels. Nieuwsgierig geworden? Kijk hier voor meer blogjes van mij over vogels.

Deze bijdrage is geplaatst in de categorie Natuur, Vogels.

2 reacties op “De praatgrage zijdestaart

Vond je het een leuk verhaal? Reageer als je dat wilt.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.