Sinds kort ben ik aan het stropen. Jawel, ik geef het eerlijk toe. Niks geheimzinnig gedoe, niks in het geniep, ik kom er eerlijk voor uit. Gewapend met hoofdlamp en felle zaklamp ben ik een paar avonden het bosperceeltje achter ons huis ingetrokken op strooptocht. De mensen die mij beter kennen zullen wel weten dat ik vast niet op pad ga om wild te vangen, daarvoor hou ik te veel van dieren. Anderen zullen wellicht ook weten dat ik niet echt terugverlang naar de vier jaar dat ik bij een stroopfabriek gewerkt heb. Niets van dat alles, waarde lezers. Ik heb me op het stropen gestort, echt waar.

 

Zonnewarmte

Dagvlinders zie je alleen in de periode van het jaar dat de zon voldoende warmte geeft. Zij hebben die warmte immers nodig om hun vleugels te laten drogen en als het ware op te pompen als ze uit de cocon komen. Nachtvlinders doen dit echter op een andere manier. Zij gaan met hun vleugels zitten trillen, waardoor deze zich ontvouwen en ze kunnen wegvliegen. Zij hebben geen (zonne)warmte nodig waardoor zij het hele jaar door kunnen vliegen. Ook in de winter? Jawel, ook in de winter. Al kom je in de winter weer andere soorten tegen dan in de zomer. Dat hangt onder meer samen met de cyclus van verpopping en uiteraard met de aanwezigheid van hun waardplanten. 

 

Stroop smeren

Ik heb me daarom op een andere manier van nachtvlinders kijken gestort. Het is immers te koud om met een laken met lamp in de tuin te gaan zitten. Dat is heerlijk op een warme zwoele zomeravond, maar nu de temperaturen richting het nulpunt neigen is mij dat toch een beetje te koud om een paar uur buiten stil te zitten. Daarom gebruik ik in de winter een andere methode, namelijk met een welriekend plakkerig goedje. Het is namelijk niet alleen beter vliegen vangen met stroop in plaats van azijn, dit gaat ook bij (nacht)vlinders op. In nachtvlinderkringen noemen ze deze wijze van vlinders lokken “stropen” of “smeren”. 

 

Bier, wijn, stroop en bruine banaan

Ik maak meestal een mengsel van appelstroop, bruine suiker, appelmoes en wijn. Er zijn nog veel meer recepten te vinden op internet, onder andere met droesem van trappistenbier. En dan gaat er ook nog een overrijpe banaan bij, zo’n lekkere bruine die bijna vloeibaar is. De typische geur die daarvan vrijkomt komt van 3-methyl-1-butylacetaat (ook wel isopentylacetaat genoemd). De chemici onder jullie zullen weten dat dat een ester is en dat deze groep chemische stoffen bekend staat om om haar zoete geur. Een geur die onweerstaanbaar is voor vlinders. Dat is overigens sowieso een goede tip om vlinders te lokken: snij een overrijpe banaan in de lengte door de helft en leg deze op een bord. Zet het bord buiten en in een mum van tijd zit deze vol met vlinders. Werkt zowel voor dag- als nachtvlinders. Nog wel een leuk weetje trouwens over dat 3-methyl-1-butylacetaat: deze stof is een zogenaamde agressieferomoon dat bijen vrijgeven als ze bedreigd worden of steken. De moleculen van deze stof worden opgepikt door de overige bijen in de buurt, die vervolgens in de aanval gaan.

 

Lekker laten gisten

Deze ingrediënten goed mengen zodat een lekkere dikke zoete stroop ontstaat. Zorg er wel voor dat het smeerbaar blijft. Dit mengsel laat je een tijdje staan, waardoor het nog lekker kan gisten. Als het vervolgens een droge avond is, liefst windstil tot een zacht briesje en het is meer dan vijf graden, dan is het tijd om te smeren. Een half uurtje voor zonsondergang besmeer ik een aantal bomen met vlakken van ongeveer 20 x 20 centimeter (mag ook groter of kleiner zijn). En dan, als het echt donker is, loop ik met de lamp en camera de bomen langs om te controleren of er vlinders op deze lekkernij zijn afgekomen. 

 

Drie nieuwe soorten

De paar avonden dat ik nu op strooptocht geweest ben, heb ik drie nieuwe soorten nachtvlinders aan het rijtje kunnen toevoegen. Zeer algemene soorten die alleen in de herfst en winter vliegen en meest wel op licht afkomen, maar liever nog op smeer. Allereerst de zwartvlekwinteruil (Conistra rubiginosa). Een soort die van oktober tot eind april vliegt als de temperatuur maar hoog genoeg is. Een mooi vlindertje met een heel kenmerkende zwarte “niervlek” op de vleugel, die doorsneden wordt door licht gekleurde adertjes en daardoor wat op een pootafdruk lijkt. Verder de bosbesuil (Conistra vaccinii) en de wachtervlinder (Eupsilia transversa). Dit zijn allebei vlinders die zich bij flinke kou verschuilen en daarna weer gaan vliegen. Je kunt ze dan ook van begin september tot half november en van half januari tot half mei tegenkomen. Alhoewel ik beiden half december ben tegengekomen, maar het is dan ook nauwelijks winters weer te noemen.

 

Weer een nieuw stukje wereld…

Met dat stropen is er weer een nieuw stukje van de vlinderwereld voor me opengegaan. Ik ben nog lang niet door alle 2400 soorten nachtvlinders heen en dat zal ook nooit lukken. Daar zitten immers ook de hele zeldzame tussen. Maar voorlopig is het in de herfst en winter stropen geblazen, totdat het in de lente weer lekker warm wordt. Zo’n lekkere zwoele avond. Laken spannen, lampje aan, wijntje erbij en genieten. En voor alle zekerheid dan ook nog wat smeren op de bomen, je weet niet wat er allemaal op af komt. 

Bronnen:

3 reacties op “Stropen en smeren

  1. Alle 2400 soorten tegenkomen zal niet makkelijk gaan, maar op strooptochten en met een zaklamp langs de (nu bloeiende) klimop levert inderdaad mooie soortjes op!
    De kleine en grote wintervlinder zijn ook prachtig, jouw genoemde voorbeelden ook!

  2. Leuk geschreven zal ook eens kijken of ik een vlinder kan vinden. Ga ik ook eens proberen met een banaan.???

  3. Weer wat bijgeleerd, ik wist niet eens dat de nachtvlinders ook op deze manier benaderd konden worden. Vind het al leuk als ik spontaan weer op een nieuw soort insect stuit, gewoon als ik in de tuin ben of rondom het huis of tijdens de vakanties. Leuk!!!

Vond je het een leuk verhaal? Reageer als je dat wilt.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.