Een oud-collega van me zei altijd: “Groningen is het best bewaarde geheim van Nederland. En dat moeten we vooral zo houden!” Net zoals ik is hij geen geboren noch een getogen Groninger. Maar hij woont hier al jaren en is voorlopig niet van plan terug te keren naar zijn geboortestreek. Net zoals ik, alhoewel je het nooit weet. Maar het is hier goed toeven in het Groninger land, ‘t kon minder. En dat het hier goed toeven is, bewijst ook wel de aanwezigheid van soms zeer zeldzame vogelsoorten. Soorten die af en toe flink afgedwaald zijn van hun oorspronkelijke leefgebied, vandaar ook de term dwaalgasten. In dit overzichtje op waarneming.nl kun je zien dat er sinds 1 januari 2000 zo’n 100 (zeer) zeldzame soorten in onze provincie gezien zijn. (Let op, er staan in de linkerkolom ook algemene soorten als vink en slechtvalk, maar daarvan zijn dan zeer zeldzame ondersoorten waargenomen. In dit geval de atlasvink en toendraslechtvalk. Die vind je terug in de rechterkolom.) 

 

Blijvertjes

Sterker nog, sommige vogels hebben het zo goed naar hun zin dat ze hier weken en soms maanden doorbrengen. Neem bijvoorbeeld de grijze wouw (Elanus caeruleus), die vorig jaar twee maanden lang in ’t Roegwold te vinden was en nu sinds begin oktober 2017 bij het Lauwersmeer vertoeft. Aan de Friese kant, dat dan weer wel. Het is overigens de vraag of dit dezelfde is als die hier in de contreien zat, aangezien er daar melding gedaan wordt van een adulte vogel. Het exemplaar dat bij Tetjehorn hier in Groningen verbleef was een eerste kalenderjaar juveniel, dus in 2017 geboren. Of neem “onze” ringsnaveleend (Aythya collaris) die vorig jaar weken in Appingedam verbleef en onlangs op diezelfde plek weer enkele dagen opgedoken is. En het kleinst waterhoen (Porzana pusilla), wat de afgelopen drie jaar in de Onnerpolder aan de noordkant van het Zuidlaardermeer gezien is. Ook geen alledaagse verschijning. Op dit moment verblijven er nog twee vreemde vogels al enkele weken in de provincie en daarover gaat mijn blogje deze keer. De foto’s zijn dit keer niet van de beste kwaliteit, maar het gaat meer om het “bewijsplaatje bij het praatje” :-).

 

Zwartkeellijster

De eerste is de zwartkeellijster (Turdus atrogularis). Deze vogel, een adult mannetje in winterkleed, streek op 24 januari van dit jaar neer in een tuin midden in Scheemda. Hij voelde zich meteen op zijn gemak en at rustig mee met de andere vogels op de voedertafel. De eigenaar van de tuin vond het een beetje een rare merel en vroeg een bevriende vogelaar om raad. Die determineerde het beestje vervolgens als een zwartkeellijster. Nu, een maand later, zit hij er nog steeds. Maar eigenlijk is dit niet echt zijn gebied om de winter door te brengen. Het is een echte dwaalgast, want normaliter overwintert hij in de zuidelijke en oostelijke delen van Azië. Zo’n beetje vanaf het Midden-Oosten tot aan Zuid-China. Hij is dan ook wel erg van zijn padje afgeweken. Misschien dat zijn hormonen hem binnenkort weer op de goede weg zullen helpen en hij naar zijn broedgebied vertrekt. Dat broeden doen ze in het noorden en midden van Azië, onder andere in de Oeral, op de Siberische taiga en in Noordwest-Mongolië. Hij heeft hoe dan ook nog een aardige vlucht voor de boeg. 

 

Rode lijst

De zwartkeellijster is zo groot als een merel en in zomerkleed heeft het mannetje, hoe kan het ook anders, een mooie diepzwarte keel. De borst is licht van kleur met lichte vlekjes en de rug en vleugels zijn grijs-bruin. In het winterkleed verdwijnt de zwarte keel voor een groot deel, zoals op de foto goed te zien is. Dit is de tiende keer dat de zwartkeellijster in Nederland sinds 1900 wordt waargenomen. Het oudst bekende geval dateert van april 1981. Daarvoor kan hij natuurlijk wel in Nederland aanwezig zijn geweest, maar niet gedocumenteerd. De zwartkeellijster staat overigens als niet-bedreigd op de Rode Lijst van de IUCN (Interrnational Union for Conservation of Nature and Natural Resources, een internationaal samenwerkingsverband dat zich bezighoudt met natuurbehoud en het duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen). 

In de tussentijd amuseert hij zich best met zijn neven en nichten als de merel (Turdus merula) en zanglijster (Turdus philomelos) in Scheemda. En zolang er nog voedsel genoeg op de plank komt, zal hij vast nog geen aanstalten maken om te vertrekken. Van de vorige waargenomen zwartkeellijsters is het slechts een keer voorgekomen dat de vogel langer dan veertien dagen gebleven is. Dat was in 1996 in Den Helder.

 

Oosterse zwarte roodstaart

Een andere vreemde vogel die een beetje uit de richting is, is de oosterse zwarte roodstaart (Phoenicurus ochruros phoenicuroides), soms ook oostelijke zwarte roodstaart genoemd. Het is een ondersoort van de – hoe kan het ook anders – zwarte roodstaart (Phoenicurus ochruros), een vogel die je in Nederland in de zomer kunt aantreffen. Deze dwaalgast werd op 7 februari 2018 in de Dollardkwelders bij Nieuwe Statenzijl ontdekt. Sindsdien is de vogel onophoudelijk aan de rand van de Dollard aanwezig. Normaalgesproken overwintert deze soort in Noordoost-Afrika, Arabisch Schiereiland en Zuidwest- en Zuid-Azië. Broeden doet hij in Zuid-Rusland en West-Mongolië, zuidelijk Kazachstan en Noordwest-Pakistan. Ook niet bij de achterdeur, zullen we maar zeggen. Net als de zwartkeellijster is de oosterse zwarte roodstaart geen bedreigde soort.

 

Gekraagde roodstaart

Wie de vogel ziet zal trouwens niet meteen aan een zwarte roodstaart denken. Het mannetje van deze soort is immers donkergrijs met een zwarte keel, kin en oorstreek. Nee, je denkt eerder aan een gekraagde roodstaart (Phoenicurus phoenicurus), want daar heeft hij veel meer van weg. De rood-oranje borst en flanken, de grijze vleugels en bovenkant en ook de kenmerkende zwarte keel, kin en oorstreek. Ik zou in ieder geval in eerste instantie aan een gekraagde denken als ik dit beestje zou zien. Wat ontbreekt is het zo kenmerkende witte voorhoofd wat doorloopt in de wenkbrauwstreep. Genetisch gezien zal de soort echter dichter bij de zwarte dan bij de gekraagde roodstaart horen. Overigens komen er ook hybride vogels (kruisingen) van de zwarte roodstaart x gekraagde roodstaart voor, om het allemaal nog iets makkelijker te maken.

 

Volhoudertje

Ook van deze roodstaart is het de tiende keer dat de soort in Nederland wordt waargenomen sinds 1900, waarvan de eerste keer in oktober 2003. Maar ook hier met een slag om de arm dat er wellicht oudere waarnemingen niet gedocumenteerd zijn. De laatste jaren is er een paar keer sprake geweest van een influx, waarbij meerdere exemplaren tegelijk te zien zijn. In het najaar van 2011 was er zo’n influx, toen er meer dan tien oosterse zwarte roodstaarten in West-Europa verbleven. Ook in oktober-november 2016, toen werden er meer dan 20 mannetjes in Noordwest-Europa gezien, waarvan drie in Nederland. Overigens is deze oosterse zwarte roodstaart ook best een volhoudertje. Hij zit hier nu al 17 dagen en het is nog niet eerder voorgekomen dat deze soort langer dan zeven dagen in ons land verbleef. 

 

Grauwe gors

Beide vogels zijn een soort toeristische trekpleister geworden. Van heinde en verre reizen vogelaars de afgelopen weken af naar Oost-Groningen om daar de beide dwaalgasten op de foto te zetten. Sommigen pakken daarbij en passant ook de zeldzame grauwe gors (Emberiza calandra) nog even mee, waarvan er twee zich in een groep geelgorzen in Oudeschans ophouden. De grauwe gors is overigens geen dwaalgast, maar een soort die hier vroeger algemeen voorkwam. Door opkomst van de grootschalige landbouw en daardoor het verdwijnen van kleinschalig cultuurland met mozaïeken van zomergranen en graslanden, afgewisseld met zogenaamde overbosjes, is de grauwe gors helaas een zeldzaamheid geworden.

 

Ja, dat Groningen is zo slecht nog niet. De vogels weten het ook…

 

 

 

Bronnen:

Deze bijdrage is geplaatst in de categorie Vogels.

2 reacties op “Vreemde vogels

Vond je het een leuk verhaal? Reageer als je dat wilt.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.