Sinds kort hebben we nieuwe bewoners in onze tuin. Vliegende bewoners wel te verstaan. Het was er altijd al een drukte van belang, vooral in de wintermaanden op het vogelvoer. Maar sinds afgelopen winter is er een nieuwe tuinsoort bijgekomen. Het begon met een exemplaar, maar na verloop van tijd kwam er een tweede bij. Het is een soort die ook vrij nieuw is voor ons dorp en ook duidelijk aan een opmars bezig. In het verleden heb ik wel een keer een exemplaar wat verdwaasd uit een oud spreeuwennest in een boom zien komen, daarna nooit meer gezien of gehoord. Ik heb het over de boomklever (Sitta europaea), een mooie vogel met een blauwgrijze rug en roestbruine buik. 

 

Op en neer tegen de boomstam

Een ware acrobaat als het om het beklimmen of afdalen van boomstammen gaat. Want dat is wat een boomklever doet. Het beestje wandelt net zo makkelijk met de kop naar beneden langs de stam om vervolgens weer met opgeheven hoofd naar boven te kruipen. Hij gaat daarbij op zoek naar beestjes die zich achter het boomschors verstopt hebben. Maar ook zaden en noten staan op zijn menu. Hij zet deze vast in de bast van de boom en pikt ze met zijn snavel kapot. Of hij houdt ze simpelweg met een poot vast om ze kapot te pikken. Qua naamgeving lijkt hij overigens op de boomkruiper (Certhia brachydactyla) en die vergissing wordt door niet-vogelkenners – begrijpelijk – snel gemaakt. Behalve de kleur is er nog een belangrijk verschil: de boomkruiper kan namelijk alleen naar boven kruipen. 

 

Onomatopee

De wetenschappelijke genusnaam van de boomklever Sitta is volgens etymologen (dat zijn wetenschappers die de herkomst van woorden en in dit geval vogelnamen onderzoeken) afkomstig van een klanknabootsing ofwel een onomatopee. (Dat vind ik zo’n leuk woord om te gebruiken. De naam koekoek en tjiftjaf zijn ook onomatopeeën. We geven de vogel dan een naam gebaseerd op het geluid dat deze maakt.) De oude Grieken hadden het al over een vogel sitte voor een vogel die in zijn onderhoud voorziet door op hout te pikken, maar het is niet duidelijk of ze daarmee de boomklever of een specht bedoelen. Gelet op het geluid dat de boomklever kan maken, neigt het er toch meer naar dat deze soort ermee bedoeld werd en geen spechtensoort.

 

Metselaar

De boomklever is een echte holenbroeder. Vaak in oude spechtennesten of natuurlijke holtes in bijvoorbeeld beuken. Maar de boomklever maakt ook gebruik van nestkasten. Niet alleen kasten met een klein gat, bedoeld voor de mezen en ringmussen, maar ook die met grote kastopeningen zoals voor de spreeuw en ook de bosuil. Die laatste heeft een opening van wel 15 centimeter. De vogel doet daarbij iets heel bijzonders met de opening van het hol of de nestkast. Hij metselt het gat namelijk zodanig ver dicht totdat het een opening van zo’n drie centimeter en hij er precies doorheen kan. Daarmee voorkomt hij dat predatoren zoals de grote bonte specht (Dendrocopus major) en gaai (Garrulus glandarius) zijn jongen inpikt. Dat werkt overigens niet altijd. Want als een specht het eenmaal op de jongen gemunt heeft, zal hij het ook niet nalaten om te proberen het metselwerk weg te bikken om zo in de nestholte te komen. Tot mijn vreugde zocht de boomklever steeds vaker de mezenkast in onze tuin op. Als de grote bonte specht zich te dicht in de buurt vertoonde, werd hij meteen belaagd door een zeer felle boomklever, die de specht letterlijk de tuin uit joeg.

 

Acht jongen

Het werd me al snel duidelijk dat het boomkleverkoppel onze kast had uitgekozen om een nestje te maken. Nestmateriaal werd van alle kanten aangesleept. De boomklever kleedt zijn nest niet aan met mos, haartjes en veertjes, zoals de mezen, maar legt op de bodem een laagje van schorsdeeltjes en dode blaadjes. Daarop legt het vrouwtje zes tot negen eieren die ze in zo’n twee weken uitbroedt. Op een gegeven moment zag ik de boomklevers af en aan vliegen met voedsel en uit de kast klonk een gepiep van jewelste. De eieren waren dus uitgekomen! De jongen worden dan nog zo’n 24 dagen gevoerd. De oudervogels hadden het er maar druk mee en ik heb er een filmpje van gemaakt. In dit eerste filmpje, wat samengesteld is uit meerdere opnamen, zie je de oudervogels aanvliegen met voer (rupsjes, vliegjes, spinnetjes, muggen en andere insecten) en soms even later uit het kastje komen met een wit zakje. Dat is de poep van de jongen, dat keurig verpakt in een vliesje door de ouders wordt afgevoerd. Zo blijft het nest schoon. Er zijn meer vogels die op deze manier hun nest schoonhouden.

 

Ringen

Toen Rinus Dillerop twee weken geleden toevallig langs kwam voor een bakje koffie besloten we de jongen te ringen. Rinus is al jaren vogelringer en heeft ook de bevoegdheid om dit in ons gebied te doen. Voorzichtig deed hij het kastje open en daar zaten acht jongen te wachten op wat komen zou. De kleine tere beestjes zagen er goed uit en hadden een mooi gewicht rond de 22 gram. Er zat een uitschietertje bij met een gewicht van 14 gram. Maar ook die oogde verder gezond. Vakkundig werden alle jongen voorzien van een ringetje om de poot, waardoor ze verder door het leven zullen gaan als V575685 tot en met V575692. Op deze manier kunnen we mogelijk volgen hoe de populatie aan boomklevers zich verder uitbreidt. Het ouderpaar zal hier wel in de buurt blijven, want ze zijn erg honkvast en wellicht dat enkele van hun nazaten zich ook in Tjuchem zullen vestigen.

 

Uitvliegen

Op grond van een schatting van het beginmoment van het voeren en de grootte van de jongen hadden we de verwachting dat de beestjes nog ongeveer een week in het nest zouden blijven.  Uiteindelijk vlogen ze anderhalve week later uit. Hoewel ik de camera klaargezet had om dat mooie moment te filmen is dat helaas niet gelukt. Wel heb ik een filmpje kunnen maken van de jongen die door de opening in de kast de wijde wereld in keken en door de ouders gevoerd werden. Op een avond kwam ik terug van een wandeling met Joes en hoorde de jongen in de prunus zitten waar de nestkast in hangt. Ze waren dus uitgevlogen. Maar eentje zat er – zo te horen – nog in het kastje, het achterblijvertje. Het was spannend of de ouders deze niet zouden vergeten. Ze blijven immers de uitgevlogen jongen nog een paar dagen voeren en de kans was aanwezig dat ze deze over het hoofd zouden zien. Maar gelukkig kwam een van de ouders na verloop van tijd naar de kast toe om te voeren. De volgende ochtend is ook deze laatste uitgevlogen. De boomkleverpopulatie in ons dorp is daardoor weer met acht exemplaren toegenomen. En wie weet komt er nog een tweede nest, want dat zou zo maar kunnen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bronnen:

 

 

Deze bijdrage is geplaatst in de categorie Vogels.

6 reacties op “Nieuwe bewoners in de tuin

  1. Wat een goed blog met mooie details over het leven van de boomklever in je tuin,top👍🏽

  2. Wat een mooi blogje weer en hoe geweldig, zo’n nest in jullie tuin! Daar word je blij van 🙂
    Trouwens, dat de ouders de poeppakketjes weggooien is niet alleen om het nest schoon te houden, maar ook om predatoren te misleiden. Zouden ze het zo uit het nest kiepen, dan maken ze predatoren opmerkzaam op het nest. Dat is nu niet het geval. Multifunctionele discipline dus!

Vond je het een leuk verhaal? Reageer als je dat wilt.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.