De winter lijkt zich nu toch echt aan te dienen. Als we de voorspellingen mogen geloven kunnen de schaatsen komende week ondergebonden worden, tenminste voor wie daar zin in heeft. Ik niet in ieder geval, de winter is niet mijn sterkste tijd van het jaar. Mijn vingers worden erg snel koud en dan is er weinig lol aan om buiten te zijn. Laat mij maar lekker achter het glas in mijn warme huis genieten van alles wat door de tuin fladdert. Er wordt goed gebruik gemaakt van de vele versnaperingen die ik voor de vogels opgehangen heb. 

 

Tuinvogels

Deze bonte verzameling aan vliegbeesten wordt over het algemeen tuinvogels genoemd. Een beetje vreemde benaming als je het mij vraagt. Want wat zijn nu eigenlijk tuinvogels? Vogels die je in je tuin kunt zien, dat lijkt me duidelijk. Maar eigenlijk is er helemaal geen categorie tuinvogels, want iedere tuin is immers anders. Het zijn over het algemeen bosvogels die de tuinen bevolken. De soorten en aantallen zijn sterk afhankelijk van de beplanting in je eigen tuin en die van de buren en van hun buren. Voederplanken, zaadsilo’s en vetblokken kunnen daar zeker een grote bijdrage aan leveren. Een paar kleine ingrepen zorgen er al voor dat er een paar koolmezen, pimpelmezen, een roodborst en merels in je tuin verschijnen. Of op je balkon natuurlijk.

 

Goedgevulde tuin

Onze tuin is over het algemeen goed gevuld met vogels. We hebben geen buurt met strak geplaveide tuinen en natuurlijk speelt ook het bosje achter ons huis een grote rol in de diversiteit aan vogels die ons tuintje bezoekt. Ze doen zich in de warmere perioden te goed aan alle insecten, wormen en rupsen die her en der door de tuin vliegen en kruipen. En nu, nu het winter is en de insecten en andere klein grut zich heeft teruggetrokken of bijvoorbeeld als pop overwintert, zijn er nog allerlei zaadjes en plantenrestjes die als maaltje voor de vogels dienen. Naast de hiervoor genoemde soorten mogen we ook regelmatig een heggenmus, ringmus, huismus, grote bonte specht, staartmees en zanglijster in de tuin begroeten. En een winterkoning, fitis, tjiftjaf en zwartkop.

 

Leuk spul

Af en toe zit er ook nog meer leuk spul tussen, zoals de boomklever die in 2018 in onze tuin gebroed heeft. Of een grote gele kwikstaart, zwarte roodstaart of een boomkruiper. En wat te denken van een goudvink en een ijsvogel! Of de sperwer, die het op dat klein grut gemunt heeft. Meestal zonder resultaat overigens. Goudhaantjes en vuurgoudhaantjes, ook geen alledaagse soorten. In een vorig blogje heb ik al eens geschreven hoe blij we zijn met onze achtertuin. Het is elke dag weer genieten.

 

Nationale Tuinvogeltelling

Sinds 2001 organiseert de Vogelbescherming en de Sovon Vogelonderzoek Nederland de Nationale Tuinvogeltelling. Ieder laatste weekend van januari gaan tienduizenden mensen een half uurtje goed opletten wat er zich in hun tuin ophoudt en geven dit door via de speciale website. Inmiddels zijn er al meer dan 60 000 deelnemers aan dit initiatief en er komen er nog ieder jaar bij. Uiteraard doe ik daar ook al wat jaren aan mee. Lekker vanuit de warme kamer. Daarnaast hebben we met ons natuureducatieteam van Staatsbosbeheer ook een paar keer een tuinvogeltelling gedaan op basisscholen. Een leuke bezigheid, eerst de kinderen wat uitleggen over de verschillende vogels in de tuin en dan naar buiten met het telformulier en tellen maar…

 

Huismus landelijk nummer een

Over het algemeen zijn de kool- en pimpelmees de koplopers in onze tuin. Daarvan tel ik er vrijwel altijd wel acht of meer, per soort. En ik kom meestal aan minimaal elf verschillende soorten. Soms ook uitschieters naar veertien of vijftien soorten. Het is dan balen als je net een paar dagen tevoren of er na een barmsijs of ijsvogel in de tuin hebt, die mag je uiteraard niet meetellen. Alle gegevens die je invoert komen in een grote database terecht en op grond van deze aantallen is mooi zichtbaar te maken hoe het met de tuinvogels gesteld is.

 

Usutu-virus

Landelijk gezien staat de huismus al sinds het begin op de eerste plaats. Met de ringmus gaat het slechter daarentegen, die heeft in al die jaren slechts twee keer de top tien bereikt. De koolmees is al die tijd een goede tweede en de merel bezette jarenlang de derde plaats tot vorig jaar deze naar de vijfde plaats kelderde en stuivertje wisselde met de pimpelmees. Vermoedelijk door de invloed van Usutu-virus, die veel slachtoffers onder de merels heeft gemaakt. Overigens is de merel nog wel de meest talrijke broedvogel in ons land. De vierde plaats werd vorig jaar bezet door de kauw, toch wel een opvallende verschijning in een tuin.

 

Doe mee!

De spreeuw maakte sinds 2011 een val vanaf de zesde plaats en staat al een paar jaar zelfs niet meer in de top tien. Behalve in 2017 toen deze soort even terugkwam op de negende plaats. Meer leuke weetjes over de tuinvogeltelling kun je op deze webpagina vinden. Mocht je aankomend weekend (26 en 27 januari) een half uurtje tijd hebben, doe dan mee! Het is leuk en bovendien leer je er ook nog een heleboel van. Je hoeft er ook geen doorgewinterde vogelaar voor te zijn, want de meeste tuinvogels zijn vrij eenvoudig uit elkaar te houden. Op deze pagina vind je allerlei herkenningstips en hier vind je een overzicht van de 25 meest voorkomende tuinvogels. Hieronder heb ik nog een paar eigen foto’s gezet van vogels die in de winter in onze tuin voorkomen.

 

 

Deze bijdrage is geplaatst in de categorie Vogels.

2 reacties op “Tuinvogels tellen

  1. Leuk verhaal weer Theo. De diversiteit aan vogels is bij jullie wel erg groot ik ben meestal helemaal blij dat ik eens wat anders zie dan de meest bekende vogels, En een specht of een sperwer is heel zeldzaam. Als ik bij een buurman iets verderop ben, dan heb ik daar iets meer kans om andere vogels te zien. Hun tuin ligt achter het huis en er is alleen een weiland, Bij ons rijdt het verkeer steeds langs, maar merk nu dat de koolmees toch iets meer gewend aan ons wordt en we horen ze soms op de zaadjes tikken terwijl ik de was ophang of om een andere reden even buiten zijn, Gelukkig zie ik ook weer mussen en een merel. Kauwen komen niet op het terras en snoepen hier vooral aan de walnoten die ze in de wei nog vinden bij de achterburen, ze tikken erop op de nok van het dak en dan stuiteren ze langs de pannen in de goot of op de weg, Soms zitten er hier wel 150 en nestelen in de schoorstenen, Soms ook kraaien en een paar eksters, Maar het liefst zie ik de pimpel- en koolmees, roodborstje en winterkoninkje en mussen, soms wat mezen. En ene zingende merel of een lijster op het dak is zo geweldig.

  2. Ach Theo, wat ben ik jaloers op jullie diversiteit! Wij moeten het doen met kool- en pimpelmeesjes en dat is al een grote winst t.o.v. de eksters en duiven van weleer, die zich nog altijd wel tegoed doen aan het lekkers. Maar naast een enkele vink zie ik dus alleen meesjes – en alleen voor het huis.
    Daar is vorig jaar de tuin van de buurvrouw uitgedund, wat nodig was door slecht onderhoud dat bij de januaristorm nogal gevolgen had. Aan de voorkant van haar huis zie ik nog wel een lijster, maar de mussen zijn verdwenen en het Usutu-virus heeft hier een paar jaar achter elkaar gewoed, dus merels zie ik ook nu.
    Nu heb ik vorig jaar achter het huis een winterkoninkje weggejaagd, maar dat was omdat twee van de katten daar meteen op loerden. Dat was jammer, want het was een leuke afwisseling!
    Volgend weekend zijn wij een weekend in Zwitserland – wie weet treffen we daar nog wat leuks aan, maar dat zijn geen tuinvogeltellingvogels 😉
    Ik geniet van jouw tuin mee en van de mooie foto’s die op diverse plekken voorbijkomen!

Vond je het een leuk verhaal? Reageer als je dat wilt.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.