Bij veel diersoorten is er sprake van een of meerdere piek- en dalperioden in een jaar. De kans om ze te treffen is dan erg groot. Dat heeft natuurlijk alles te maken met de levenscyclus van deze dieren. Bekend is de zogenaamde junidip bij dagvlinders. Na een periode van relatief veel vlinders in het voorjaar, lijken ze in juni vrijwel uitgestorven te zijn. Eind juni trekken de aantallen dan weer aan. De reden hiervoor is dat in het voorjaar de overwinterende vlinders te zien zijn die op zoek gaan naar een partner en eitjes afzetten. Daarnaast vliegen in het voorjaar ook de vlinders uit die als pop de winter zijn doorgekomen. Vlinders hebben een relatief korte levensduur en velen gaan na de paring dan ook dood. De afgezette eitjes van sommige soorten leveren na het rups- en popstadium vervolgens eind juni weer nieuwe vlinders op. Van andere soorten komen de imagines (zo noemen we de volwassen vlinders, het meervoud van imago) juist pas in de warme periode uit. De Vlinderstichting heeft op haar website bij iedere vlinder de vliegperiode aangegeven, waarbij de pieken (en dalen) duidelijk zichtbaar zijn.

Groene eikenbladroller

Zo ongeveer een week of twee geleden was er een hele duidelijke piek van een mooi microvlindertje: de groene eikenbladroller (Tortrix viridana). Het zijn kleine lichtgroene vlindertjes met spits toelopende vleugels. De vrouwtjes hebben een spanwijdte van zo’n twee centimeter, de mannetjes zijn wat kleiner. De Nederlandse naam geeft al meteen aan wat de waardplant is van de rupsen van deze vlinder. Je treft ze dan ook overal aan waar eikenbomen staan, vooral in eikenbossen en grote parken met eiken. De wetenschappelijke naam voor de superfamilie van de bladrollers is Tortricidae. De geslachtsnaam Tortrix, beiden komen van het laat-Latijnse torsio wat verwringen betekent. Het vertoont overeenkomst met de Nederlandse woorden torderen en torsie voor draaiing. De rupsen van deze soorten rollen zich voor de verpopping op in een blad als bescherming, vandaar hun wetenschappelijke en Nederlandse naam. De soortnaam viridana verwijst naar de groene kleur van het vlindertje, het komt van het Latijnse viridis dat groen betekent.

Schrik van de bosbeheerder

Hoe klein de rupsen en vlindertjes ook zijn, ze worden goed in de gaten gehouden door de bosbeheerders. De eitjes worden in de periode juni tot en met augustus afgezet op eiken en overwinteren op deze bomen. Begin april komen de eerste rupsjes uit, grijsachtig/groen met zwarte stipjes en een zwarte kop, ze kunnen tot 18 mm lang worden. De rupsjes doen zich te goed aan de verse jonge blaadjes van de eik en kunnen zo een hele boom kaalvreten. En dat blijft niet bij één boom, ze plunderen (vaak geholpen door rupsen van onder meer kleine wintervlinder (Operophtera brumata) en grote wintervlinder (Erannis defoliaria) een compleet eikenbos en vormen dan ook een van de meest voorkomende plaaginsecten in ons land. Als dat een keer een jaartje gebeurt ondervindt de eik daar nog niet direct hinder van, alhoewel het wel de groei kan verminderen. Zo’n kaalgevreten eikenlaan of -bos komt wel eens voor, maar is nog geen reden tot paniek. Aanhoudende jarenlange kaalvraat kan de bomen echter verzwakken, waardoor deze weer gevoelig wordt voor aantastingen door onder meer de eikenprachtkever (Agrilus biguttatus). Deze kevers maken gangen onder de bast van verzwakte bomen waardoor ze uiteindelijk doodgaan. Deze soort kwam tot 1990 niet in ons land voor, maar is, vermoedelijk door de klimaatverandering, aan een opmars bezig.

Natuurlijke vijanden

Nu heeft de natuur het over het algemeen zo ingericht dat zij zichzelf heel goed kan, of kon, redden. Natuurlijke vijanden zorgen ervoor dat er een evenwicht kan ontstaan. De rupsen van de wintervlinders, maar ook van deze groene eikenbladroller, zijn het hoofdbestandeel van het dieet van de jonge vogels en menig oudervogel vliegt dan ook af en aan met de bek vol met deze eiwitbommetjes. Zo worden explosies van deze rupsen op een natuurlijke wijze onder controle gehouden. Maar er liggen nog meer gevaren op de loer voor de groene eikenbladroller. Onlangs liep ik in het bos te genieten van al die vele tientallen eikenbladrollers die rondom de eiken vlogen. Een mooi gezicht. Tot mijn oog viel op een ander insect, dat er wel heel vreemd uitzag. Het leek op een soort donkere vlieg of mug, maar met iets lichtgekleurd eronder. Toen deze ging zitten, zag ik pas wat er aan de hand was. Het was een akkerdisteldansvlieg (Empis livida), die een eikenbladroller als prooi tussen zijn poten geklemd had en op zoek was naar een rustig plekje om deze op te peuzelen.

Zuigsnuit

Deze vlieg heeft een kenmerkende lange snuit en doet een beetje denken aan een flinke steekmug. Hij steekt echter niet en die lange snuit gebruikt hij ook niet om te steken, maar om nectar op te slurpen uit bloemen. Het lijkt op het eerste oog dus een echte vegetariër, een vlieg naar mijn hart! Schijn bedriegt, want deze akkerdisteldansvlieg heeft het ook op andere insecten gemunt, onder meer op andere vliegensoorten. Maar ook groene eikenbladrollers staan blijkbaar op het menu. Vaak geeft het mannetje deze prooi aan een vrouwtje om haar het hof te maken. En niet alleen om het vrouwtje gunstig te stemmen, maar ook om te voorkomen dat hij zelf wordt opgegeten! Puur lijfsbehoud dus. Ik zag die dag tientallen dansvliegen met eikenbladrollers tussen de poten. Ook parende vliegen, zoals je kunt zien op de laatste foto hieronder. Achter het sprietje van de pitrus is nog net het kopje van het mannetje zichtbaar, het vrouwtje doet zich te goed aan het vlindertje.

Zo zie je maar, die vegetariërs zijn niet te vertrouwen 😀

Bronnen:

15 reacties op “Pieken en dalen

  1. Wederom een informatieve en zeer leerzame blog Theo. Nodigt iedere keer weer uit om even anders te kijken en op te letten. Benieuwd wat voor nieuwe soorten en situaties er voor mij bij komen.

  2. Dankjewel voor je interessante verhaal. Meteen duidelijk waarom ik zo weinig vlinders zag afgelopen juni maand terwijl daarvoor juist best een aantal gezien te hebben.
    Wij zien die eikenbladroller vlinder ook veel hier. Deze rupsen zijn er dan voor de eikenprocessierups lijkt wel?

    • Graag gedaan Ellen. Klopt helemaal. De rupsen van de groene eikenbladroller komen begin april uit het ei. De rupsen van de eikenprocessierups (de vlinder heet ook rups ;-), komen zo rond mei-juni uit, bij warm weer kunnen ze al vanaf half april uitkomen.

  3. Prachtig geschreven weer Theo!
    Erg leerzaam en met de nodige humor ook. Leuk hoor!
    Zelf heb ik in onze tuin zo’n levende rooie/oranjeachtige vlieg ontdekt maar ook een overleden exemplaar. Dat waren de 1ste keren dat ik deze ontdekt had.
    Dat waren dus ook eikenbladrollervreters denk ik!
    En wat eet jij wat wij niet weten dat niet vegetarisch is…😜 dankjewel weer!

    • Dank je weer Ellen. Was het ook een akkerdisteldansvlieg of een andere soort? En het antwoord op je laatste vraag laat ik graag in het midden.

      • Denk dat ’t ’n akkerdisteldansvlieg was ja
        En m’n nietvegetarische vraag was maar ’n brabants grapje hoor Theo

  4. Ongelooflijk dat een akkerdisteldansvlieg zo’n eikenbladroller aan kan. Die lijkt groter dan de vlieg zelf. Interessant verhaal, Theo!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*
*
Website