Maart roert zijn staart en april doet wat hij wil. Dat is de afgelopen weken wel weer gebleken. In de voorlaatste week van maart konden we in de korte broek en T-shirt in de tuin werken en eind maart duikelde de temperatuur naar beneden en hadden we nota bene sneeuwbuien. Niet direct de weersomstandigheden waarbij je aan libellen en juffers denkt. Ja, misschien aan de bruine winterjuffer (Sympecma fusca) en noordse winterjuffer (Sympecma paedisca), maar dat zijn van die uitsloverige typjes die zelfs hartje winter bij strenge vorst te vinden zijn. Alhoewel er dan weinig beweging in zit, want dat kost hen alleen maar energie die ze hard nodig hebben om te kunnen overwinteren. Zie ook mijn eerdere blogje over deze twee soorten.

Voorbode

Een van de eerste soorten die je vanaf medio april kunt tegenkomen is de vuurjuffer (Pyrrhosoma nymphula). Het is de vroegst uitsluipende soort in ons land. Dit mooie tengere juffertje kwam al eerder kort aan bod in mijn blogje over de verschillen tussen juffers en libellen. Maar als voorbode van de komst van al die andere prachtige juffers en libellen verdient het ook wel een eigen blogje. Vooral omdat het een erg algemene soort in heel Nederland is en je hem ook bij je tuinvijver(tje) kunt aantreffen. Ik word er altijd een beetje blij van als ik de eerste vuurjuffer zie. Zo van “Hé, eindelijk. Het mooie seizoen is daar.” Niet dat de andere seizoenen niet mooi zijn hoor, alle seizoenen hebben hun charmes. Maar de kou en nattigheid van herfst en winter houden mij toch over het algemeen wat meer binnen.

Felrood achterlijf

Met name in het begin van het libellenseizoen is het haast onmogelijk om een vergissing te maken als je de vuurjuffer ziet. Want zoveel libellen vliegen er dan nog niet. Hier en daar een noordse witsnuitlibel (Leucorrhinia rubicunda) en de maanwaterjuffer (Coenagrion lunulatum), twee soorten die zich ook al vroeg in het voorjaar laten zien. Maar buiten het feit dat beide soorten niet zo algemeen in heel Nederland voorkomen (de maanwaterjuffer is ook een zeldzame soort), verschillen ze duidelijk qua kleur met de vuurjuffer. De noordse witsnuit is daarnaast ook een typische libel, veel forser dan een juffer en de vleugels in rust haaks op het lichaam. Nee, dat felrode achterlijfje van de vuurjuffer valt meteen op. Later in het jaar, zo eind mei, wordt het wat lastiger als de koraaljuffer (Ceriagrion tenellum) gaat vliegen. Die is ook prachtig rood gekleurd en dan kan het wel eens lastig worden om het onderscheid te maken. Even goed kijken naar de pootjes en het mysterie is opgelost: de koraaljuffer heeft rood/oranje poten, terwijl die van de vuurjuffer zwart zijn. Een ander kenmerk is het pterostigma (het vlekje op de vleugelrand), ook dat is bij de koraaljuffer lichtrood terwijl het bij de vuurjuffer ook zwart is als de poten.

Waterjuffers

De vuurjuffer behoort tot de familie van de waterjuffers (Coenagrionidae), met 101 geslachten en 1143 soorten wereldwijd de grootste familie binnen de juffers. In Nederland komen zo’n 15 soorten van deze familie voor, wat neerkomt op ongeveer een kwart van het totale aanbod van juffers en libellen in ons land. Bekende vertegenwoordigers van de waterjuffers in ons land zijn onder andere het lantaarntje (Ischnura elegans), de variabele waterjuffer (Coenagrion pulchellum), de watersnuffel (Enallagma cyathigerum) en de grote roodoogjuffer (Erythromma najas).

Tandem

Zoals ik hierboven al schreef kun je de vuurjuffer bij je tuinvijver tegenkomen, maar eigenlijk overal bij watertjes met een rijke oevervegetatie en de aanwezigheid van planten met drijvende bladeren. Het mag stilstaand water zijn, maar ook bij een zwak stromend beekje kun je ze vinden. En de voorkeur gaat bij de juffer uit naar wat beschutte watertjes die deels in de schaduw liggen. Het vrouwtje van de vuurjuffer is ook weinig kieskeurig als het gaat om een plekje om haar eitjes af te zetten, maar die drijvende waterplanten zijn wel van belang. Ze zet namelijk haar eitjes af in de stengels van deze planten. Ze boort daarbij met de legboor aan het eind van haar achterlijfje een gaatje in de stengel en plaatst daar een eitje in. Dit doet ze niet alleen, ze wordt nauwlettend in de gaten gehouden door het mannetje waarmee ze gepaard heeft. Die heeft haar letterlijk met zijn achterlijf bij haar nekvel vast, dit noemen we een tandem (zie de foto onderaan). Het mannetje verzekert zich er zo van dat het vrouwtje na de paring niet stiekem met een ander mannetje gaat aanpappen, maar dat ze meteen onder zijn toezicht haar eitjes gaat afzetten. Bij die ei-afzet verdwijnt het koppel trouwens soms geheel onder water, maar komen altijd weer boven.

Uitsluipen

Na enkele weken komen de eitjes uit en de larven gaan vervolgens op jacht. Want libellenlarven zijn echte rovers. Alles wat hun voor de bek komt en maar enigszins beweegt wordt verslonden, onder andere watervlooien en muggenlarven. Sommige larven van de grotere libellensoorten verorberen zelfs kleine visjes. De larve van de vuurjuffer kan het redelijk lang uithouden onder water, in ieder geval voor zo’n kleine juffersoort. Waar larven van andere soorten soms in hetzelfde jaar al uitsluipen (bijvoorbeeld bij de winterjuffers), blijft de vuurjufferlarve wel een tot drie winters in het water. Voordat de laatste overwinterperiode aanbreekt zorgen ze dat ze goed volgevreten en volgroeid zijn. Zodra de temperatuur in het voorjaar een beetje lekker is en er ook een mooi zonnetje schijnt, kruipt de larve via een plantenstengel een eind uit het water. En dan vindt het mooie proces van het uitsluipen plaats: het exoskelet van de larve scheurt open op de rug en er kruipt een prachtige juffer uit. Nog niet helemaal op kleur en nog wat verfrommeld. Daarom gaat ze eerst in het zonnetje zitten om de tere vleugels te laten drogen. Na enige tijd kiest het beestje het luchtruim om op zoek te gaan naar een partner om te paren, waarna de cyclus weer opnieuw begint.

#libellente

Sinds enkele jaren staan in de maand maart op Twitter de libellen en juffers in het zonnetje onder het motto #libellente. Een aantal jaren geleden geïnitieerd door Eric de Pay in navolging van #januarivlindermaand van Nathalie Nauta. Aan beide initiatieven doe ik al enkele jaren mee, mijn volgers op de sociale media zullen dat wel herkennen. Sinds vorig jaar is Jan Katsman de initator van de libellenmaand. Jan is een echte kenner van de Nederlandse libellen en juffers en heeft er ook een prachtig boek over gemaakt, wat inmiddels aan zijn tweede druk toe is. Het heet ‘Fotogids van Libellen van Nederland’ en telt veel foto’s en determinatiesleutels van 72 soorten libellen en juffers die je in ons land kunt tegenkomen. Een echte aanrader als je je verder in deze insecten wilt verdiepen. Een ander goed boek om libellen op naam te brengen is de Veldgids Libellen van KNNV Uitgeverij met 100 Noord- en Midden-Europese soorten juffers en echte libellen.

Bronnen:

  • Vlinderstichting
  • Wikipedia
  • Katsman, J. – Fotogids van de Libellen van Nederland – Eerste druk 2019
  • Bos, F. – Wasscher, M. – Reinboud, W. – Veldgids Libellen – KNNV Uitgeverij – Zesde druk 2012
Deze bijdrage is geplaatst in de categorie Libellen.

10 reacties op “Vuurjuffer

  1. Wederom een leuke en leerzame blog Theo, dank. De uitdaging is nu om een paar vroegelingen op te sporen.

  2. Hallo Theo,
    Dankjewel voor je informatieve blogje over de vuurjuffer. Ik heb er weer van geleerd en ga naar ze uitkijken. Tot nog toe heb ik deze nog niet gezien dit jaar.
    Blijf gezond, groetjes Ellen

  3. Beste Theo,
    Dank voor je leerzame verhaal over de Vuurjuffer. Weer met veel plezier gelezen.
    Groet, Adrie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*
*
Website