Om mooie, verrassende, leuke of vreemde dingen in de natuur te zien hoef je niet hele dagen in het veld door te brengen. Wat dacht je van je eigen tuin? Zelfs al is je hele tuin bestraat, wat ik zeker niet zal aanraden, dan nog kun je leuke beestjes tegenkomen. Om een idee te geven wat je zoal in je eigen tuin kunt aantreffen plaats ik op sociale media regelmatig foto’s en korte beschrijvingen onder het motto #tuinsafari. Allemaal beestjes die ik in onze eigen tuin tegengekomen ben. Deze ontdekkingen kun je ook hieronder vinden. Kijk eens op je gemak rond in je eigen tuin en verwonder je wat je daar allemaal ziet.


22 april 2022 – Een vaste gast in onze tuin die zeker niet in het album #tuinsafari mag ontbreken. Een gewone bosmuis (Wood mouse – Waldmaus – Mulot sylvestre – Apodemus sylvaticus). Behoort, net als de huismuis, tot de groep van de ware muizen (in tegenstelling tot bijvoorbeeld de veldmuis, die tot de woelmuizen behoort).De gewone bosmuis heeft kenmerkende grote oren en ogen en een staart die langer is dan het lichaam. Het lijf van kop tot de staartaanzet is zo’n 75 tot 100 mm.


6 april 2022 – Weer eentje voor de #tuinsafari, alhoewel ook dit beestje binnen in huis zat. Een vloeivleklieveheersbeestje (Oenopia conglobata). Een ieniemienie lieveheersbeestje van slechts 3 tot 5 mm groot. Je kijkt er zomaar overheen. Dit beestje komt vaak voor in vochtige terreinen met houtwallen en ruige vegetaties, daar hebben we in onze tuin geen gebrek aan. De volwassen vloeivleklieveheersbeestjes worden voornamelijk waargenomen van maart tot oktober met een piek in september. Overwinteren doen ze vaak in huis, zo ook dit exemplaar. Overigens mankeerde deze wel iets aan een van zijn vleugeltjes, want die steekt achter het dekschild uit. Een dag later was hij verdwenen, dus hij heeft wel kans gezien om weg te kruipen of te vliegen. Meer over lieveheersbeestjes in mijn blogje van vorig jaar: https://www.mijnblogje.nl/20210307/lieveheersbeestjes


18 februari 2022 – De afgelopen weekenden waren mooi om in de tuin te klussen. Er moest ook nog wat bestrating weggehaald worden en onder de zware klinkers kwamen plots een paar kevers tevoorschijn. Mooie donkere beestjes met een fraai patroon van groeven en bobbeltjes op het dekschild. Het is de gekorrelde veldloopkever (Carabus granulatus), ook wel kettingschallebijter genoemd. Deze kever leeft in strooisellagen en komt onder meer voor in graslanden en bossen, maar soms ook in tuinen waaronder de onze. Het is een nachtjager, waarbij hij het gemunt heeft op wormen en slakken. Als hij een prooi te pakken heeft, knipt hij ze in stukjes met zijn kaken om ze vervolgens op te peuzelen. Overdag blijft hij verborgen onder stenen en houtblokken.


20 november 2021 -Vandaag sinds lange tijd weer een bijdrage voor de tuinsafari. Of eigenlijk meer huissafari, want dit beestje zat in ons huis. Hij is ongeveer 6 tot 6,6 mm groot of beter gezegd klein. Het is een iepenridderwants (Arocatus melanocephalus). Het is een voor Nederland zeer zeldzaam beestje. Van oorsprong komt deze in de Kaukasus, het Midden-Oosten, Zuid-Rusland. Zuid-Europa tot in het zuiden van Centraal-Europa voor. In de afgelopen jaren heeft de soort zich ook noordelijker verspreid en is in 2013 voor het eerst in Nederland gesignaleerd in Apeldoorn. In de provincie Groningen is deze soort alleen nog maar gezien in Groningen-Stad en in Delfzijl. En nu dus ook in Finsterwolde. De soort overwintert als imago, dus als volwassen dier, en dan worden ze ook vaak in woningen aangetroffen. Zoals de naam al doet vermoeden leeft deze wants op de iep (Ulmus), maar is ook te vinden ook in els (Alnus) en eik (Quercus).


12 oktober 2021 – Papegaaitje leef je nog … Dit kinderliedje wordt voor het eerst genoemd in 1879 in het liedboek “Chants Populaires flamands” van A. Lootens en J.M.E. Feys. Velen van jullie zullen het in hun kinderjaren gezongen hebben. En wellicht is het nog veel ouder. En op latere leeftijd, zoals bij zoveel kinderliedjes, afgevraagd hebben waar die vreemde tekst toch op sloeg. Toon Hermans heeft daar eens een leuke conference aan gewijd. Dit is dus het Papegaaitje (Chloroclysta siterata). Een soort die verspreid over het hele land voorkomt. Dit is het moment om deze nachtvlinder te zien, want hij vliegt van september tot en met november.


6 oktober 2021 – Vanmiddag liep ik weer even door de tuin te struinen en op een nieuw ingezaaid stukje gras trof ik een paar prenten van een ree (Capreolus capreolus) aan. Ik heb al maanden een wildcamera in de tuin hangen en al vele malen egels (Erinaceus europaeus), steenmarter (Martes foina), bosmuizen (Apodemus sylvaticus) en bruine rat (Rattus norvegicus) op de film gezet. Maar nog geen ree of vos (Vulpes vulpes). Ook nu niet. Maar het bewijs dat ze onze tuin opzoeken is er. En ik heb uiteraard de camera verplaatst. Wordt vervolgd…


17 september 2021 – Een mooie nachtvlinder die luistert naar de naam Roesje (Scoliopteryx libatrix). Het is een van de weinige nachtvlindersoorten die overwinteren als imago. Vaak in kelders of andere donkere ondergrondse ruimtes. En bijzonder daarbij is dat daar ook hun grootste predator te vinden is: de vleermuis.


1 september 2021 – Een klein kevertje met de ondenkbare Nederlandse naam moertje (Chrysolina polita) vanmiddag op de watermunt (Mentha aquatica) in onze tuin. Het beestje wordt ook wel het tweekleurig goudhaantje genoemd en behoort tot de familie van de bladkevers. Het beestje voelt zicht optimaal thuis in moerasachtige gebieden waar het de wolfspoot (Lycopus europaeus) als voornaamste waardplant heeft. Ook wordt de watermunt in natte gebieden als waardplant gebruikt. Buiten moerassen fungeert de hondsdraf (Glechoma hederacea) als zodanig. Bij het zich verplaatsen tussen twee “ideale” moerasgebieden met wolfspoot gebruikt het kevertje dus de watermunt en hondsdraf om zich te voeden.


24 augustus 2021 – Er zijn drie sprinkhanensoorten die qua uiterlijk heel sterk op elkaar lijken: de ratelaar (Chorthippus biguttulus), de snortikker (Chorthippus mollis) en de bruine sprinkhaan (Chorthippus brunneus). De mannetjes zijn alleen op geluid van elkaar te onderscheiden. Bij de vrouwtjes gaat dat niet op, die maken geen geluid en die zijn dan ook niet uit elkaar te houden. Dit is de bruine sprinkhaan, de soort die het meest talrijk is in Nederland. Het geluid is een kort trrt, waarbij enkele mannetjes tegen elkaar in kunnen zingen: trrt (1) – trrrt (2) – trrt (1) – trrt (2) enz. De soort werd daarom ook wel Tandradje genoemd: de zang van twee mannetjes grijpt als een tandrad in elkaar. (bron: waarneming.nl).


9 augustus 2021 – De kattenstaart (Lythrum spec.) in onze tuin is een ware trekpleister voor zwartsprietdikkopjes (Thymelicus lineola).


31 juli 2021 – Een vrouwtje van de grote groene sabelsprinkhaan (Tettigonia viridissima). Een indrukwekkend beestje, dat inclusief vleugels een lengte van wel 8 cm kan bereiken. Het uitsteeksel met dat donkere uiteinde aan de achterkant van haar lijf is de zogenaamde legbuis of ovipositor, waar het vrouwtje de eitjes mee afzet in spleten van bomen. Bij de mannetjes ontbreekt deze legbuis (uiteraard).Net zoals alle krekels en sprinkhanen “zingen” alleen de mannetjes om de vrouwtjes te lokken. De sabelsprinkhaanmannetjes doen dit door hun voorvleugels langs elkaar te wrijven. Ze kunnen dit lang volhouden en zijn te horen van halverwege de middag tot wel drie uur ’s nachts. Het geluid is zeer luid en goed te horen tot een afstand van 100 meter.


17 juli 2021 – Afgelopen week dit kleine micronachtvlindertje in de LedEmmer. Een waasjesstippelmot (Yponomeuta irrorella), een van de vele stippelmotten. 

Sommige leden van deze familie zijn lastig van elkaar te onderscheiden, zoals de hemelsleutelstippelmot (Yponomeuta sedella), meidoornstippelmot (Yponomeuta padella), vogelkersstippelmot (Yponomeuta evonymella) en de wilgenstippelmot (Yponomeuta rorrella). Bij die soorten is onder meer de waardplant van de rups van belang om een onderscheid te kunnen maken. En niet geheel toevallig zit die waardplant in de naam šŸ™‚ . Daarnaast kan de juiste soort met genitaliĆ«nonderzoek vastgesteld worden.

Deze waasjesstippelmot is wel redelijk te onderscheiden van de andere stippelmotten en zijn waardplant is de kardinaalsmuts (Euonymus spec.). De naam ‘waasjes’ komt van de wazige vlekken op de voorvleugels.


11 juli 2021 – Een gewone pendelvlieg (Helophilus pendulus) op bloem van jakobskruiskruid (Jacobaea vulgaris).


1 juli 2021 – Ik had onlangs al foto’s geplaatst van een eitje van de smalle randwants (Gonocerus acuteangulatus) en een van volwassen dieren. Vorige week zag ik dit op een blad van de liguster. Ik dacht eerst van een afstand dat het verdroogde restantjes van een ligusterbloem waren. Maar toen ik mijn vinger erbij hield begonnen ze te bewegen! Dit zijn dus de zogenaamde nimfen van diezelfde smalle randwants. 

De nimf is het stadium van sommige insectensoorten tussen het ei en het imago in. Ze zien er al een beetje uit als het volwassen dier, maar moeten nog groeien. Omdat ze een zogenaamd exoskelet hebben (dus een “skelet” aan de buitenzijde) moeten ze tijdens de groei enkele keren vervellen omdat hun buitenjas niet meegroeit.


20 juni 2021 – Eitje van de smalle randwants (Gonocerus acuteangulatus) en een volwassen dier (imago, meervoud imagines).


14 juni 2021 – Vorige week zag ik deze geelbandlangsprietmot (Nemophora degeerella) in de tuin. Dit is een micronachtvlinder, maar dagactief. De sprieten van de mannetjes zijn extra lang om de feromonen van de vrouwtjes (die door de lucht verspreid worden) te kunnen oppikken. Bijzonder knap hoe deze kleine beestjes (spanwijdte is circa 18 mm) met die enorme antennen kunnen vliegen.


7 juni 2021 – Ik start deze tuinsafari met een zeer zeldzame soort die ik gisteren tegenkwam. De zuidelijke citroenzweefvlieg (Xanthogramma dives). Een mooie zweefvlieg die op een wesp lijkt, maar het niet is. Een typisch gevalletje van mimicry.