De afgelopen weken verschenen er berichten in de media (onder andere op RTV Noord en Omroep Gelderland) over grote hoeveelheden ransuilen (Asio otus L.) in bomen. Er wordt dan melding gedaan van wel vijf tot negen uilen in een boom. De schrijvers van de artikelen doen het voorkomen dat hier sprake is van een heel uitzonderlijke situatie en dat dit aantal ransuilen in een boom eerder uitzondering dan regel is. Blijkbaar hebben de auteurs dan toch hun huiswerk niet goed gemaakt, want dit is heel normaal gedrag voor deze uilensoort. En vijf tot negen stuks in een boom is niet zo heel veel, maar wel een heel mooi gezicht uiteraard. Als je ze al kunt ontdekken in de bomen, want ze weten zich goed te verschuilen. 

 

Roesten

Door de op boomschors lijkende tekening van hun verenkleed vallen ze nauwelijks op tussen de takken, zeker als ze in de oksel van een tak tegen de boomstam zitten. Als ze  zich ontspannen voelen, zitten ze wat met de kop ingetrokken, de “oorpluimpjes” amper opgericht. Bij onraad maken ze zich lang en steken de pluimpjes recht naar boven. De ransuil is eigenlijk een hele solitaire vogel, maar in de herfst en winter zijn ze erg sociaal. Ze zitten dan graag met een groepje op een wat gedekte plaats, de zogenaamde roesten. Die zijn vaak te vinden in de bebouwde kom, bijvoorbeeld groenblijvende bomen en heesters, zoals spar, taxus en conifeer (thuja), maar ook loofbomen die bedekt zijn met klimop doen het goed als roestboom. Zo rond de schemer vliegen ze uit en gaan ze op zoek naar voedsel. Pas bij het uitvliegen wordt duidelijk hoeveel uilen er eigenlijk in de boom zaten. 

 

Meer dan honderd

Gemiddeld zitten er in een roest zes tot acht vogels. Maar er zijn ook – flinke – uitschieters. De afgelopen jaren tel ik bij enkele roestbomen in de provincie Groningen voor de Werkgroep Ransuilen Groningen en het grootste aantal wat ik daarbij geteld heb was 21 stuks. Er worden ook aantallen geteld van 40 tot soms wel 100 stuks. Voor het wereldrecord roestende ransuilen moet je naar het Noord-Servische plaatsje Kikinda, vlak tegen de grens met Roemenië. Op het dorpsplein staat een aantal bomen en een daarvan huisvest iedere winter zo’n 150 uilen. In totaal zijn er in de bomen op dit dorpsplein tot wel 734 individuen geteld! Dat zijn nog eens aantallen. Dat roesten in groepen doen ransuilen overigens om zich te beschermen tegen vijanden. Want hoewel de ransuil zelf een predator is, wordt hij ook wel eens door andere vogels opgegeten. Een van de oorzaken van de achteruitgang van het aantal ransuilen in ons land is het feit dat de havik het zo goed doet. En die draait zijn poot er niet voor om om een ransuilennest te prederen. 

 

Meest algemene uil

Van alle uilensoorten die in Nederland voorkomen is de ransuil wel de meest algemene. Er zijn zo’n 5000-6000 broedparen (SOVON, 2002) De oranje ogen van de vogel duiden er op dat het voornamelijk een nachtjager is. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de velduil en steenuil die gele ogen hebben. Zij kunnen dan ook bij daglicht jagen. Hun voedsel in ons land bestaat voor een belangrijk deel (80%) uit woelmuizen (veldmuis, rosse woelmuis) en voor ongeveer 10% uit echte muizen (voornamelijk bosmuis). De rest van het menu wordt gevuld met kleine vogels, zoals mussen en groenlingen. De onverteerbare delen (haren, botjes) van het voedsel worden in een van de twee magen van de vogel samengekneed tot een bal die uitgebraakt wordt, de zogenaamde braakbal. Die van de ransuil zijn grijs van kleur, gelijkmatig cilindrisch van vorm en een lengte van gemiddeld 46 mm (variatie 37-65 mm). De dikte is gemiddeld 21 mm (variatie 16-27 mm). Onder de roestbomen ligt het vaak vol met braakballen.

 

Oorpluimen

Het meest kenmerkende aan de ransuil zijn wel de zogenaamde oorpluimen. De oehoe heeft deze pluimpjes ook, maar die is een stuk groter dan de ransuil, zeg maar gerust twee keer zo groot (35-37 cm tegenover 60-75 cm). Daarnaast is de oehoe in ons land een zeldzame verschijning, al heeft deze sinds 1997 al een aantal succesvolle broedsels achter de rug. Oorpluimen is overigens een verkeerd woord, want de oren zitten helemaal niet daar waar deze veertjes uit de kop van de vogel steken. Die zitten namelijk meer naar de ogen toe achter het zogenaamde masker, de veren rondom de ogen. Zie de foto hiernaast van Bert Jan Bol van de website van de IVN uilenwerkgroep Oisterwijk. En deze oren zitten ook nog eens niet op gelijke hoogte, maar zogenaamd asymmetrisch. Daardoor is de uil heel goed in staat om te bepalen waar een geluid vandaan komt. En dat heeft een uil nodig om te kunnen jagen. Uilen jagen namelijk niet alleen op zicht, maar ook heel sterk op gehoor. Daardoor hebben ze ook minder kans om iets te vangen als het regent. Maar ze kunnen door hun goede gehoor wel een muisje betrappen wat onder gebladerte of zelfs sneeuw kruipt. Daar komt nog bij dat ze zelf bijna geruisloos kunnen vliegen door speciale fluweelachtige veertjes op de bovenzijde van de vleugels, maar ook speciale veren op de voorste en achterste vleugelranden.

 

Gesluierde uil

De Nederlandse naam heeft de vogel vermoedelijk te danken aan het opvallende masker, waardoor het lijkt alsof de uil een sluier ofwel ‘ranse’ draagt. Hoewel alle uilen een masker hebben, is deze naam voor de ransuil blijven hangen. Hoewel deze aanvankelijk ooruil heette in het Nederlands. Waarmee de link met de wetenschappelijke naam gelegd is, want otus komt van van het Griekse ous wat ‘oor’ betekent. Aristoteles had het al over een uil met gevederde oren. 

 

Krijsende jongen

De ransuil is tegen het einde van hun eerste levensjaar al geslachtsrijp. In de herfst, zo rond november, gaan de mannetjes op zoek naar een broedplaats, met name oude nesten van kraaien en eksters. Als ze een mooi nest gevonden hebben, proberen ze met een zacht, maar toch vérdragend whoe – whoe – whoe een vrouwtje te lokken. Waarmee ze tevens hun territorium afbakenen. Er worden circa 4-6 eieren gelegd in het nest, wat vaak boven in een boom zit. Dat maakt ze extra kwetsbaar voor aanvallen van onder meer haviken en bosuilen, die het op de jongen gemunt hebben. In 2014 zat er een ransuilennest in een es achter ons huis. Bij ieder zuchtje wind zwiepte het nest heen en weer en toch zagen de vier jongen kans om in het nest te blijven. Op de foto hiernaast zie je een ouderuil op het nest en linksonder hem/haar enkele jongen. Alle vier hebben ze het overleefd en na enige tijd verlieten ze het nest. Ze kunnen dan nog niet vliegen en worden takkelingen genoemd. De jonge vogels stuntelen zo’n beetje van boom naar boom en laten een klagend gekrijs horen om te bedelen om voer.

 

Gedraaide kop

In 2015 hoorden we ’s avonds weer een jong roepen en ondanks het feit dat het al tien uur ’s avonds was heb ik toch de foto’s hiernaast kunnen maken van zowel de ouderuil als het jong. (Voor de kenners: foto’s zijn gemaakt met een ISO6400, f/8,0 en een sluitertijd van 1/25 tot 1/6!) Bij die laatste foto is mooi te zien dat het jong de kop vrijwel 90 graden in het verticale vlak gedraaid heeft. De ogen staan zowat haaks op het lijf. Uilen kunnen namelijk niet alleen hun kop bijna 180 graden naar weerszijden draaien, maar ook de kop helemaal kantelen. 

Het zijn mooie, haast geheimzinnige beesten, die ransuilen. De afgelopen twee jaar hebben we geen broedgeval in de buurt gehad, ondanks dat ik in januari toch regelmatig een mannetje hoorde roepen en er ook geregeld een zag vliegen. Deze week heb ik ook alweer een mannetje gehoord. Misschien dat er dit jaar weer een nestje in zit? Ik hoop het, al is het alleen maar om te genieten van die krijsende jongen op de achtergrond als ik straks weer zit te nachtvlinderen.

 

 

 

 

 

 

Bronnen:

Deze bijdrage is geplaatst in de categorie Natuur, Vogels.

4 reacties op “Roestende uilen

  1. Goed verhaal, als altijd. In Leeuwarden zaten ze ’s winters ook in een bepaalde straat. Ik had net mijn eerste DSLR en vroeg aan bewoners waar de uilen zaten. “Eh, je staat tussen de braakballen!” was het antwoord. Ze poepten me net niet op de kop 🙂

  2. Weer wat geleerd! Dank Theo, leuk om te lezen. Ik ben altijd erg onder de indruk van deze bijzondere dieren roofvogels als je ze eens in een roestplek kan aanschouwen.
    Aanrader!

  3. Leuk en interessant verhaal. In Sleeuwijk stond een treurwilg waar ook zoveel uilen inzaten in november. Je moest wel goed kijken. Ze zijn inderdaad net zo gekleurd als de stam van de boom.

Vond je het een leuk verhaal? Reageer als je dat wilt.