De huismus

Vraag aan een gemiddelde Nederlander om een vogelsoort te noemen en bij meer dan de helft zal het antwoord ‘mus’ zijn. Zonder daarbij te vermelden om welke mus het gaat. Voor veel mensen is een mus een mus, zich schijnbaar niet bewust van het bestaan van verschillende vogels die mus heten. Het is ook niet zo verwonderlijk dat de mus als eerste genoemd wordt, aangezien de huismus (Passer domesticus) al drieëntwintig jaar op de eerste plaats staat bij de Nationale Tuinvogeltelling. En over die huismus gaat het in dit blogje. Want hoewel deze soort al die jaren het meeste geteld wordt, gaat het er niet echt goed mee. Sterker nog, de vogel staat sinds 2004 op de Rode Lijst als zijnde gevoelig. In de jaren daarvoor was het zelfs tussen 15 juni en 15 september nog toegestaan ‘op te treden in geval van schade’. Dit vanwege de belangrijke schade die de huismus aan de graanoogst kan toebrengen, getuige deze ministeriële besluiten uit 1995 en 1998. En dat terwijl de populatie van de huismus sinds 1985 zowat gehalveerd was. Gewoonweg onbegrijpelijk.

Afname van de vogelpopulatie

Als broedvogel lijkt er in ons land een licht herstel te zijn, maar dit is nog verre van voldoende. De huismus heeft niet alleen in Nederland, maar in heel Europa te maken met een flinke afname. Van de populatie in 1980 is op Europees vlak maar 36% meer over. Deze aantallen lijken zich de laatste jaren te stabiliseren, maar van enig herstel is helaas geen sprake. In Duitsland is een zelfde beeld als op Europees niveau te zien. In Denemarken, Vlaanderen en Groot-Brittanië is de trend op zowel lange als korte termijn zelfs nog steeds negatief. Het is dus zorgwekkend gesteld met de huismus, de vogel die eens de meest voorkomende soort was. De huismus is echter geen uitzondering. Over de hele linie is de vogelstand in Europa sinds de jaren zeventig met 60% gedaald! Dat is een afname van ongeveer 900 miljoen vogels! De oorzaken zijn divers, maar de veroorzakers zijn we in alle gevallen zelf. Zoals ik in mijn blogje over de scholekster (Haematopus ostralegus) al schreef is de afname van de vogelstand een van de redenen dat Vogelbescherming Nederland en Sovon Vogelonderzoek Nederland ieder jaar een soort van het jaar benoemen. In 2024 zijn dus alle ogen gericht op de huismus.

Zaadeters

De huismus is een heel herkenbare soort. Het mannetje heeft een grijs petje en dito wangen en een zwarte keel en borst. Achter het oog heeft hij een mooie chocoladebruine vlek. De vleugels zijn gemêleerd bruin met een witte streep. De vrouwtjes zijn wat minder contrastrijk gekleurd en hebben een lichte streep achter het oog. Vrouwtjes huismussen kunnen door minder geoefende vogelaars makkelijk verward worden met vrouwtjes van de vink (Fringilla coelebs) of de groenling (Chloris chloris). Deze beide soorten zijn ook zaadeters, net als de huismus, en ze hebben dan ook die typische kegelvormige snavel. De verwarring is dus erg begrijpelijk. Ook wordt de huismus wel eens verwisseld met de ringmus (Passer montanus). Deze twee soorten lijken sterk op elkaar, maar de ringmus heeft op de lichtgekleurde wang een typische zwarte ronde vlek. Aan die ring op de wang heeft deze mus zijn Nederlandse naam te danken.

Nog meer mussen

Verwarring met een andere ‘mus’, de heggenmus (Prunelle modularis) komt ook wel voor. Maar in tegenstelling tot wat de Nederlandse naam doet vermoeden is deze helemaal niet verwant aan de ring- en huismus. De heggenmus is namelijk een insecteneter, te herkennen aan het spitse snaveltje. Al wagen ze zich vooral in de winter ook wel aan zaadjes. Ook die andere ‘mus’, de grasmus (Sylvia communis) is geen familie van deze mussen, noch van de heggenmus. Dat geldt ook voor de sperwergrasmus (Sylvia nisoria). Dat is een zeldzame trekvogel die met name tijdens de najaarstrek hier en daar in Nederland gezien wordt. En er is nog een ‘mus’ die in ons land te zien is, al is deze ook zeldzaam maar af en toe wel tot broeden komt: de roodmus (Erythrina erythrina). Geen familie van de mussen, maar wel van de vinken. Zo, nu heb ik alle mussen in ons land wel gehad. Alhoewel ik de Spaanse mus (Passer hispaniolensis) dan ook nog wel kan noemen, nu ik toch bezig ben. Een dwaalgast die heel af en toe in Nederland gezien wordt, vooral langs de kust. De laatste keer was in 2018 op de Maasvlakte. En dat is dan wel familie van de huis- en ringmus, zoals je ook aan de wetenschappelijke geslachtsnaam kunt zien.

Drie v’s

De huismus maakt een kenmerkend tsjilpend geluid. Bij ons in de tuin zitten vaak heel veel huismussen, ik tel er soms wel meer dan zestig. Ze doen zich te goed aan het vogelvoer en zitten massaal in de struiken met elkaar te kletsen. Het getsjilp trekt ook de aandacht van voetgangers die voorbij wandelen. Regelmatig kijken de voorbijgangers met enige verbazing naar onze tuin. Het is er vrijwel nooit stil, het lijkt soms wel alsof er een volière staat. Het geeft ook wel iets gezelligs, dat getsjilp. Je kunt je toch niet voorstellen dat dat vertrouwde gekwetter van die vogels gaat verdwijnen? Daar kunnen we met z’n allen wel een stokje voor steken. En dat is helemaal niet zo moeilijk, want net zoals iedere andere vogel (en eigenlijk ieder levend wezen) heeft ook de huismus basale behoefte aan drie v’s: voedsel, veiligheid en een plek om zich voort te planten.

Voedsel

Zoals ik hierboven al schreef is de huismus een echte zaadeter. Van oudsher haalden de mussen dat enerzijds uit kruidachtige planten in bermen, weiden en parken. Anderzijds profiteerden ze van graan dat op de akkers bleef liggen na de oogst. Maar helaas zijn kruidenrijke terreinen met een lampje te zoeken. En door de efficiënte oogstmethoden en vervanging van granen door bijvoorbeeld snijmais is het voedselaanbod van de huismus (maar ook van de ringmus en andere zaadeters) flink ingeperkt. Daarnaast schakelt de huismus (net als bijvoorbeeld de vink) in het broedseizoen over op een eiwitrijk insectendieet om de jongen te voeren. Vooral in de eerste twee weken krijgen de jonge vogeltjes bladluizen en andere insecten, cruciaal voor de overleving. En met de insectenstand gaat het ook niet best, door allerlei oorzaken, waaronder verstening van de tuinen. Dus is de aanwezigheid van dichte struiken of een dichte, groen blijvende haag van belang. Bijvoorbeeld liguster, meidoorn, sleedoorn en klimop. En bloeiende inheemse planten. Die zorgen enerzijds voor zaden voor de volwassen vogels, maar anderzijds trekken de struiken en planten ook weer insecten aan. Ook in rommelhoekjes zijn veel insecten te vinden voor de mussen en andere vogels. Dus tegels eruit, planten en struiken erin. Bijvoeren mag uiteraard ook. Zorg voor een zadenmengsel en in de winter kun je ook vetbollen (niet in een plastic netje!), vetblokken en speciale vogelpindakaas ophangen. Geen gewone pindakaas geven, want dat is niet goed voor de vogels onder meer door toegevoegd zout.

Veiligheid

Naast een goede insectentrekker zorgen struiken en hagen ook voor dekking tegen vijanden als katten en sperwers. Alhoewel die laatsten er niet voor terugdeinzen om kleine vogeltjes door het struikgewas te blijven achtervolgen, vooral als er niet veel blad op de struik zit. Daarnaast zijn huismussen echte kolonievogels. Ze vinden het heerlijk om met tientallen in een struik te zitten. Sterker nog, kleinere kolonies met minder dan tien koppeltjes kunnen vrijwel niet zelfstandig bestaan en zullen altijd aansluiting zoeken bij andere kolonies.

Voortplanting

Belangrijkste voor het voortbestaan van een soort is natuurlijk de voortplanting. En daarvoor hebben huismussen nestgelegenheid nodig. Huismussen bouwen hun nestjes in holtes, nisjes en zo. Het zijn echte cultuurvolgers en voelen zich goed thuis in de nabijheid van mensen. Niet voor niets bouwen ze hun nesten graag onder dakpannen en bijvoorbeeld op hooizolders. Meestal met meerdere nesten bij elkaar, want zoals ik al schreef zijn het echte kolonievogels. Met het verdwijnen van hooizolders en het vervangen van de ouderwetse rode keramieken dakpannen door betonnen sneldekkers verdween ook veel nestgelegenheid voor de huismus. En als de mussen kans zien om onder de dakpannen te broeden, dan wordt de ruimte tussen het dakbeschot en de pannen dichtgemaakt met vogelschroot. En de vogels wordt zo het nestelen onmogelijk gemaakt. Ze hebben dus dringend broedgelegenheid nodig. Bijvoorbeeld door nestkasten op te hangen met een invliegopening van 34 mm. Liefst nog zogenaamde mussenflats, waarbij er meerdere nestruimtes in één kast geïntegreerd zijn. Zo’n mussenflat past helemaal voor deze erg sociale vogeltjes. Lekker knus bij elkaar.

Help de mus een handje!

Je ziet het, het is helemaal niet zo moeilijk om de huismus een handje te helpen. Als je komend voorjaar in de tuin aan het werk gaat, denk dan eens vanuit het perspectief van de vogels en andere beesten. Zorg voor – inheemse – planten en struiken die de vlinders en andere insecten onder meer als waard- en nectarplant kunnen gebruiken. Haal stenen uit de tuin, zodat regenwater in de bodem terechtkomt. Zo voorkom je uitdroging van je tuin. Maak een klein waterpartijtje, bijvoorbeeld van een (al dan niet ingegraven) speciekuip. In een mum van tijd komen daar libellen, juffers, maar ook kikkers, padden en misschien zelfs watersalamanders op af. En misschien heb je achter in de tuin wel een stukje wat een beetje mag verwilderen en verrommelen. Allerlei dieren zijn daar gek op. Zoals de egels, die dat een dankbaar plekje vinden om te slapen en overwinteren. Laat daar ook wat grote brandnetel groeien, de waardplant voor allerlei dag- en nachtvlindersoorten. Ik begrijp wel dat je je tuin niet wil laten overwoekeren door brandnetels, daarom een tip. Pak een speciekuip en zet daar de brandnetels in. Deze plant vermeerdert zich namelijk door hun wortelstok. De wand van de speciekuip houdt de wortels tegen en daardoor groeien ze niet verder. Je kunt de kuip eventueel ook ingraven, dan valt deze niet eens op.

Tel je mee?

In het weekend van 26 tot en met 28 januari is het weer de Nationale Tuinvogeltelling. Tel een half uurtje de vogels in je tuin of op je balkon en geeft het door via de website. Zo help je om een goed beeld te krijgen van de tuinvogelpopulatie in ons land. Misschien zie je ook huismussen in je tuin. Je mag ze best lokken met wat voer. En hopelijk staat deze vrolijke kwetteraar ook dit jaar weer op de eerste plaats en blijft hij daar nog jaren staan.

Bronnen:

Dit bericht heeft 10 reacties

  1. Bedankt voor dit zeer interessant blog over de mus (beter gezegd de mussen, want zoveel soorten, dat had ik nooit verwacht). Het gaat inderdaad slecht met onze vogels, als kind herinner ik me dat hier in Antwerpen in elke tuin wel mussen te zien waren. Recent zie ik enkel nog mezen als vaste gasten, voor mussen moet ik de stad uit.
    Vogels helpen doen we zeker, vooral in de wintermaanden en ja… als de mussen het lezen, ze zijn welkom !

  2. Ellen

    Dankjewel voor je leerzame blog.
    Ook ik maak mij zorgen om “mijn” huismussen. Ik had er eind 2023 nog heel veel in de tuin maar momenteel is er steeds nog maar sporadisch 1 exemplaar te zien. Ik ben het vrolijke gekwetter kwijt. Onze buurvrouw dacht ook dat wij een volière in de tuin hadden. Nu is het heel stil. Ik mis de huismussen, deze vrolijke vogeltjes enorm. Ik hoop zo dat ze nog terug gaan komen. Aan voedsel en ruimte hebben ze hier geen gebrek. Ik kijk naar ze uit.
    Groetjes Ellen

    1. Theo

      Graag gedaan weer Ellen. Jammer dat je geen huismussen meer in de tuin hebt. Daar kunnen verschillende oorzaken voor zijn. Hopelijk komen ze snel weer terug.

  3. Marina de Groene

    Mooi stuk weer Theo!! De Mus, zit bij de buren iets verderop in de tuin, bij ons nog weinig. Zie behalve een Tortelkoppeltje, een Merelkoppel en Kool- en Pimpelmeesjes nu ook weer een Winterkoninkje en het Roodborstje. En ja ieder heeft zijn hobby’s en voorkeuren. Je reactie op de terugval in de natuur is heel begrijpelijk. Voor het een leven en het ander de dood. Wij rijden zo min mogelijk met de auto, fietsen met mooi weer en als het noodzakelijk is. Voor de korte afstanden. Maar ons huis is oud en kunnen niet zomaar alles aanpassen aan wat nu opgedrongen wordt. We wachten het maar even af, wat de toekomst brengt. Het is heel nat geweest sinds half oktober en nu vriest het weer en dan is het weer 10 graden en gaat het weer regenen. De hele wereld is van slag, inclusief de mens en de natuur.

    1. Theo

      Dank je Marina. Ik weet van vroeger nog dat er in en rond Westdorpe heel veel huis- en ringmussen zaten. Vooral bij de boerenerven stikte het ervan.

  4. Jac Jacobs

    Prachtig blogje over de mussen, wij hebben ze gelukkig ook in de tuin en onder de dakpannen. Het is een groep van ongeveer 30 stuks en we zijn er blij mee, veel leven en soms geruzie, maar er komt altijd weer vrede.
    bedankt Theo was weer zeer leerzaam gr cojac.

    1. Theo

      Dank je. Soms kunnen ze inderdaad erg fel naar elkaar zijn. Maar dat zie je ook vaak bij vinken en groenlingen. Uiteindelijk wordt het weer bijgelegd.

  5. Arie K.

    Bij ons in Rotterdam is er sowieso weinig natuur te bekennen natuurlijk maar bij een bepaalde supermarkt staan de winkelwagentjes 3 dik overdekt in een rij voor de supermarkt waarbij de laatste 10-20 karretjes in alle drie de rijen eigenlijk nooit gepakt worden.
    In die karratjes zit een hele kolonie van mussen altijd vrolijk te tjilpen, ik heb wel eens een half uurtje staan kijken en het zijn er zeker 30 – 40.
    Het is toch bijzonder dat ondanks de afname ze zich toch soms ook weten aan te passen aan de omgeving.

    1. Theo

      Wat leuk Arie! Huismussen zijn echte cultuurvolgers en voelen zich prima thuis tussen de mensen. Ze zitten ook heel vaak bij terrasjes de kruimels van de tafels en de grond op te pikken.

Geef een reactie