Half juni nam Madeleine Postma van de Werkgroep Grauwe Kiekendief contact met me op. Ze had leuk nieuws: in de buurt was een nest van een grauwe kiekendief (Circus pygargus) ontdekt en of ik het een beetje in de gaten wilde houden. Dat was natuurlijk niet tegen dovemansoren gezegd, het was op nog geen vijf minuten rijden van mijn huis. En daarnaast was de vraag of ik wist van wie de akker was, waar deze vogel zijn nest in gemaakt had. Het was namelijk van belang dat deze boer ook op de hoogte was van de aanwezigheid van het nest, zodat het beschermd kon worden. Dat kon ik niet meteen vertellen, maar via mijn connecties vanuit de Werkgroep Natuur en Landschap Duurswold was ik er vrij snel achter.

 

Verdwenen broedvogel

In de eerste helft van de vorige eeuw waren er circa 500-1000 broedparen van deze soort in ons land. Het is van oorsprong een vogel die zijn biotoop had in veen- en riviergebieden, natte hooilanden en natte duingebieden. Doordat dit soort gebieden, uiteraard door toedoen van de mens, steeds kleiner werden ging het met deze kiek snel bergafwaarts. Eind jaren tachtig was de soort vrijwel geheel uit Nederland verdwenen en ornithologen hadden de vogel als broedvogel al afgeschreven. In 1990 vond ornitholoog en natuurbeschermer Ben Koks, min of meer toevallig, een nest in de Carel Coenraadpolder in Oost-Groningen, vlak bij de Dollardkwelders. Drie eieren lagen er in het nest. Door samenwerking tussen enkele vogelaars, boeren en de groenvoerdrogerij BV Oldambt kon dit nest beschermd worden en in augustus 1990 vlogen drie jonge grauwe kieken uit. Vanaf dat jaar nam het aantal broedgevallen in deze regio toe. Enerzijds als gevolg van het op grote schaal braakleggen van landbouwgrond als onderdeel van de zogenaamde MacSharry-regeling van de Europese Unie. Anderzijds door de continue inzet van de hiervoor genoemde partijen. 

 

Verschoven biotoop

Het is bijzonder te noemen dat de grauwe kiek bij gebrek aan zijn oorspronkelijke biotoop een nieuwe leefomgeving heeft gevonden in de landbouwgebieden. Vaak broeden de vogels in akkers met (winter)gerst, (winter)tarwe, luzerne en koolzaad, maar soms ook in jonge bosaanplant. Deze verschuiving van biotoop is niet alleen zichtbaar in Nederland, maar wordt sinds 1980 in heel Europa waargenomen. De bescherming van de grauwe kiek in Groningen wierp zijn vruchten af, want ook nadat de braaklegging verminderde, bleef het aantal broedparen toenemen. In 2000 waren er in Groningen 31 broedparen, naast 14 elders in het land. Desondanks staat de vogel zowel in Nederland als in België nog op de Rode lijst als ernstig bedreigd. Het broedsucces in ons land is dan ook sterk afhankelijk van de nestbescherming. Immers, in de oorspronkelijke biotopen konden de vogels rustig broeden zonder verstoord te worden. Op de akkers is dat een stuk lastiger. Als een nest in een gerstakker niet tijdig ontdekt wordt, is de kans groot dat de jongen verloren gaan bij het maaien. Dit vindt vanaf half juli plaats en dan zitten de jongen nog op het nest. Dit jaar was de oogst zelfs nog vroeger en werd eind juni de eerste gerst al gemaaid.

 

Werkgroep Grauwe Kiekendief

De bescherming van het allereerste grauwe kiekennest in 1990 resulteerde in steeds meer aandacht voor het behoud van deze soort. Er volgden jaren van – soms moeizame – gesprekken met landbouwers, belangenverenigingen en overheden. Langzamerhand kreeg de bescherming steeds meer bijval, niet in de laatste plaats door de broedresultaten. Ieder jaar steeg het aantal succesvolle broedsels door de nestbescherming van de landbouwers samen met de vrijwilligers. Met als resultaat dat de meeste landbouwers maar wat trots zijn als er een kiekendiefkoppel hun akker heeft uitgekozen als nestplek. In 2005 werd deze aanpak verder geprofessionaliseerd en werd door Ben Koks de Stichting Werkgroep Grauwe Kiekendief opgericht. Inmiddels is deze uitgegroeid met enkele betaalde krachten en vele vrijwilligers. Ook zijn er wetenschappelijke onderzoekers aan de werkgroep verbonden en zijn er contacten met universiteiten in binnen- en buitenland. 

 

Primeur voor West-Europa

Het beschermingswerk bestaat onder meer uit het observeren van graanakkers op kiekendieven, daar zijn die 150 vrijwilligers hard voor nodig. Onder andere in Groningen, Friesland en Flevoland speuren ruim 150 vrijwilligers de akkers af op kieken, waaronder ikzelf. Want niet alleen de grauwe kiek vindt daar zijn nestplek, ook de blauwe kiekendief (Circus cyaneus) zoekt graanakkers op om te broeden. Met deze soort is het overigens nog slechter gesteld, want daarvan zijn er nog maar 10-15 broedparen in ons land. En niet te vergeten de steppenkiekendief (Circus macrourus), die in 2017 een succesvol broedsel had in Groningen en vier jongen grootbracht. Het eerste broedgeval in West-Europa! Normaliter broedt deze soort in Noord-Finland en Rusland, 2000 kilometer verderop.

 

Beschermkooi

Als een mannetje en vrouwtje zich heel regelmatig bij zo’n akker laten zien, is dat een signaal dat er mogelijk een nest is. Als ze dan ook nog eens op een plek in het graan landen, dan is er al meer zekerheid. Van aanslepen van nestmateriaal, zoals bij de bruine kiekendief (Circus aeruginosus) is vrijwel geen sprake. Het vrouwtje trapt wat graanstengels plat en legt daar haar eieren op. Als de locatie is vastgesteld en de desbetreffende landbouwer gaat er mee akkoord, dan wordt er een beschermkooi van metaalgaas om het nest geplaatst. De reden hiervoor is met name om predatie door onder meer vossen te voorkomen. Zolang de jongen niet kunnen vliegen, vormen deze immers een gemakkelijke prooi. De kooi heeft dan ook naar buiten gevouwen randen, zodat het niet mogelijk is dat een vos er overheen springt. Op 21 juni observeerde ik de akker weer en zag zowel het mannetje als vrouwtje. De laatste landde in de akker en het mannetje vloog verder. Vrij duidelijk dus dat er een nest zat.

 

Baardtarwe

Het nest van “mijn” grauwe kiek zat in een akker met baardtarwe van Homme Jan en Martha Ritsema in Overschild. Baardtarwe, nog nooit van gehoord. Uiteraard even opgezocht en het is een oud gewas dat de laatste jaren weer sterk in opkomst is en een hoge opbrengst heeft. Kenmerkend voor baardtarwe zijn de aren die bezet zijn door kafnaalden. Van een afstand lijkt het dan ook erg sterk op gerst, met die typische naalden op de aren. Dat dit ras al meer dan een eeuw oud is, bewijst deze advertentie voor zaaigranen uit De Zeeuw, het Christelijk-historisch nieuwsblad voor Zeeland van 23 september 1914. Baardtarwe heeft door de stevige stengels als van tarwe en de dekking als van gerst inmiddels een sterke voorkeur gekregen bij de kiekenwijfjes om als nestplek uit te kiezen.

 

Soort van Groningen

Het beschermen van de grauwe kiek kreeg in de afgelopen decennia ook landelijke aandacht en mede door het toedoen van Ben Koks en de werkgroep werden natuurbraak, wintervoedselveldjes en vogelakkers bekende verschijnselen in de landbouwsector. Het loopt nog niet storm, maar de resultaten van dit soort maatregelen zijn duidelijk zichtbaar. Waar conventionele akkers een doodse indruk maken, bruisen vogelakkers van gonzende insecten en vrolijk zingende akkervogels als veldleeuwerik (Alauda arvensis) en graspieper (Anthus pratensis). Maar ook patrijzen (Perdix perdix), kwartels (Coturnix coturnix) en kwartelkoning (Crex crex) weten hun weg naar deze akkers te vinden. Voor zijn inzet voor de akkervogels en de grauwe kiek in het bijzonder ontving Koks een paar prestigieuze prijzen. En in 2016 werd de grauwe kiekendief ook nog eens massaal verkozen tot de Soort van Groningen. Een kroon op het werk van de Werkgroep Grauwe Kiekendief.

 

Prooioverdracht

Eind juni plaatsten medewerkers van de werkgroep een beschermkooi rond het kiekennest in Overschild. Er zat een jong in het nest. Ernaast lag een onaangebroken ei, dat of onbevrucht is geweest of niet uitgekomen is om andere redenen. Aan het formaat van het jong schatte men in dat deze circa 10 dagen oud was. De daaropvolgende dagen ben ik nog regelmatig gaan posten en zag elke dag wel het mannetje of vrouwtje of beiden. Vooral de voedselvluchten zijn daarbij prachtig om te zien. Het mannetje komt dan aanvliegen met een prooi in de poten en roept het vrouwtje. Deze stijgt op van het nest en vliegt richting het mannetje. Ze gaat dan onder het mannetje vliegen en draait zich in de lucht op haar rug. Het mannetje laat vervolgens de prooi los en het vrouwtje vangt hem op. Ik had het al vaker gezien bij bruine kieken, maar nu ook bij de grauwe kieken. Het blijft spectaculair om te zien. De foto’s hiernaast zijn niet zo best, van grote afstand genomen. Maar het mannetje zit hier op de paal in de buurt van het nest op wacht en het vrouwtje zweeft boven de akker.

 

Wingtags en dataloggers

In de loop der jaren is een aantal grauwe kieken in Nederland, maar ook daarbuiten, voorzien van middelen om de soort te kunnen volgen. In het verleden zijn er vogels uitgerust met zogenaamde wingtags, kunststof flapjes die om de vleugels geschoven worden. De vogels hebben daar overigens geen last van. Door het formaat zijn deze gekleurde flapjes van een afstand goed af te lezen, waardoor de vogel geïdentificeerd kan worden. Er zijn ook vogels uitgerust met zogenaamde dataloggers. Dit zijn kleine apparaatjes die op de rug vastgemaakt worden en die informatie verzamelen over onder meer locatie, hoogte, temperatuur, tijd. Deze kunnen uitsluitend uitgelezen worden door een vogel uit te peilen met een antenne, waarna de data binnengetrokken kan worden op een computer. Dit vergt wel wat tijd voordat alle data binnen is. 

 

Autumnwatch

De meest moderne techniek die toegepast wordt zijn satellietzenders. Daarmee kan op ieder moment van de dag data doorgestuurd worden over de verblijfplaats en andere informatie. Zo kunnen in het na- en voorjaar de vogels gevolgd worden tijdens hun trek naar Afrika. Inmiddels zijn er 64 kieken voorzien van een satellietzender. In het Britse populaire TV-programma Autumnwatch werd ook aandacht besteed aan deze vogel (Montagu’s Harrier in het Engels). Daarbij werd een vrouwtjes kiek (Sally) voorzien van een satellietzender door Raymond Klaassen van de Werkgroep, samen met presentator Martin Hughes Games. Ze kreeg ook een pootring om met de initialen CP, naar Chris Packham, een andere presentator van dit programma. Helaas heeft Sally het niet lang gered, in 2017 verdween het signaal van de zender.

 

Y7

Op 14 juli was het dan zo ver. Het jong was groot genoeg om geringd te worden. Samen met Almut Schlaich, onderzoekster en medewerkster van de werkgroep, en Homme Jan en Martha Ritsema liepen we door het gewas naar het nest. Almut haalde voorzichtig het jong uit het nest en zorgvuldig werd het gewogen en opgemeten. Het was een mannetje en met 320 gram goed van gewicht. Een volwassen mannetje weegt ongeveer maximaal 280 gram, dus deze zat nog goed in het babyvet. Op basis van lengte van de vleugelpennen en andere kenmerken kon Almut vaststellen dat hij ongeveer 25 dagen oud was. Hij zat goed in de veren en het dons was voor een groot gedeelte al weg. Vervolgens kreeg hij twee pootringen. Een metalen ring van het Vogeltrekstation Arnhem en een gele kunststof ring met de letters Y7. Met een goede telescoop of telelens kan deze ring van enige afstand afgelezen worden. Uiteraard mochten we even op de foto met dit kleine mannetje, een geweldig mooie ervaring om dit mee te maken. 

 

Negen dagen na het ringen vloog het jong definitief uit en de nestkooi werd verwijderd. Homme Jan had hier op gewacht met het dorsen van het graan. Een mooie samenwerking tussen landbouwer en beschermers van deze prachtige roofvogel. Hopelijk weet Y7 de winter in Afrika te overleven en keert hij in de toekomst weer terug naar Groningen. En wie weet volgen er meer nesten in onze omgeving. Er staat graan genoeg, dat is een feit.

 

 

 

 

 

Deze bijdrage is geplaatst in de categorie Natuur, Vogels.

4 reacties op “Grauwe kieken

  1. Gaaf dat jij over een nest mocht waken Theo!
    Wat doen ze goed werk he, deze Werkgroepleden. Zo bevlogen en zo begaan met de grauwe kieken die dankzij hun inspanningen zoveel betere kansen hebben!!

Vond je het een leuk verhaal? Reageer als je dat wilt.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.