Het is plakkerig weer, de hitte ligt als een veel te warme deken over ons land. Iedere activiteit die je buiten onderneemt kost je meteen een halve emmer zweet. De paar buitjes die gevallen zijn hebben de lucht enigszins gekoeld, maar zorgden er meteen voor dat het nog broeieriger werd. Nog meer plakken. De vogels laten zich amper zien en horen. Ze kijken wel uit met deze temperaturen. En bovendien zitten de meesten in de rui en hun vliegprestaties zijn dan ook niet optimaal. Een gemakkelijke prooi voor sperwer of kat. Vlinders daarentegen zijn er wel. Gelukkig meer dan een paar weken geleden, al loopt het nog niet over. Ik heb dit jaar bijvoorbeeld amper distelvlinders gezien. Het gaat echt de verkeerde kant op met de insecten. Qua nachtvlinders valt het gelukkig nog mee, de hoeveelheden die op het doek of in de lichtval komen zijn nog steeds mooi. En veel nieuwe soorten erbij. Inmiddels staan er bijna 700 foto’s van ruim 250 Nederlandse nachtvlindersoorten op mijn website. Wat overigens nog geen 15% is van het totale aantal soorten in ons land, dus ik heb nog een eind te gaan ­čÖé

Durf te vragen

Over een van die nieuwe soorten gaat dit blogje. Ik kreeg begin augustus van Thomas Kamphuis de foto links van twee parende nachtvlinders, een witte en een donkere. Een vreemde situatie, zo vroeg Thomas zich af. Want kan er tussen twee verschillende soorten ook een paring plaatsvinden? Het antwoord was snel gegeven. Het betrof hier geen twee verschillende soorten, maar een koppeltje van de plakker (Lymantria dispar). Een nachtvlinder die algemeen in ons land voorkomt. (Het gebied waar ik woon, het noordoosten, blijft daarbij vreemd genoeg wat achter. Redelijk bijzonder dus dat ik deze op het laken en in de lichtval had.) De witte is het vrouwtje, zij is ook wat groter dan het donkere mannetje.

Toevallig kreeg ik daags erop een vraag van John Leeninga met een aantal foto’s erbij. Zijn vrouw had in de tuin een bruin propje gevonden, dat wat op een uitwerpsel leek maar bij nader inzien een pop van een nachtvlinder bleek te zijn. Ze hadden de pop in een – ventilerende – bus gedaan om te kijken wat voor vlinder eruit zou komen. Die ochtend was de vlinder uit de pop gekropen en als vliegen op de stroop zaten er meteen twee donkere vlinders bij. Ook hier bleek het om een vrouwtje plakker te gaan en de twee donkere waren mannetjes die haar feromonen meteen opgepikt hadden met hun sterk gevederde antennes. Op de foto van het mannetje onderaan dit blogje zijn de antennes heel goed zichtbaar.

Weinig vlieguren

Met die vrouwtjes is overigens nog iets bijzonders aan de hand. In een eerder blogje schreef ik al eens over de vleugelloze vrouwtjes van onder meer de kleine wintervlinder (Operophtera brumata). Zij zitten op de stam van de bomen te wachten op de mannetjes om vervolgens te paren. Veel verder dan een of twee boomstammen komen die vrouwtjes niet. Dat kan ook haast niet zonder vleugels. De vrouwtjes van de plakker hebben daarentegen volledig ontwikkelde vleugels, maar gebruiken ze amper. De reden hiervoor is niet bekend. Misschien kunnen ze de vleugels (haast) niet bewegen? Of kost het hen te veel energie? Want zowel het mannetje als het vrouwtje van de plakker eten niet als vlinder en moeten het dus doen met alle energie die ze in het rupsstadium hebben opgenomen. Wat de oorzaak ook is, het vrouwtje verlaat amper de plek waar ze uit de pop is gekropen en doet niks anders dan feromonen verspreiden. De mannetjes pikken die feromonen meteen op, zoals de foto van John laat zien. Overigens vliegen de mannetjes van de plakker zowel ‘s avonds als overdag, het is dus een dagactieve nachtvlinder.

Plaaginsect

Na de paring gaat het vrouwtje direct aan de slag met het afzetten van eitjes. Ze doet dit vaak in spleten in de bast van de boom, in een hele groep bij elkaar. Over de eitjes plakt ze een dikke laag met haren die ze uit haar achterlijf trekt. Daar heeft de plakker de Nederlandse naam te danken. Het pakketje eitjes heeft iets weg van een zwam die op de bast van de boom zit. Zie de foto hiernaast die John Leeninga mij ook stuurde. Na het leggen en beschermen van de eitjes met haar haren zit het karwei erop voor het vrouwtje en sterft ze. De rupsjes komen niet meteen uit de eitjes, maar blijven daar de hele winter veilig in zitten. Nieuwsgierige rupsjes die stiekem toch voor de winter het eitje verlaten overleven de winterkou niet. In het vroege voorjaar komen de brave rupsjes uit de eitjes en beginnen zich vol te vreten. Soms zijn het er zoveel dat ze een plaag vormen, vooral op eiken. Ik heb geen informatie gevonden dat dit in ons land recent tot grote problemen heeft geleid. Maar volgens dit onderzoeksverslag uit 1949 van dr. ir. J.J. Fransen van het ministerie van Landbouw en Visserij was er in de jaren dertig van vorige eeuw sprake van een flinke plaag van plakkers in de Noord-Brabantse bossen. Fransen geeft ook suggesties om deze plagen aan te pakken, waarbij stoffen als het uiterst giftige DDT en HCH (beter bekend als lindaan) niet werden geschuwd. Maar ook meer “vriendelijke” stoffen van natuurlijke oorsprong, zoals pyrethrum en derrispoeder werden onderzocht om de plakkerplagen aan te pakken.

Ontbladerde bomen

In de Verenigde Staten denken ze wel anders over de plakker, of Gypsy Moth zoals hij in de Engelstalige landen genoemd wordt. Daar werd de vlinder halverwege de 19e eeuw ge├»ntroduceerd door de Franse schilder en wetenschapper ├ëtienne L├ęopold Trouvelot. Hij dacht dat deze vlinder een goede vervanger zou kunnen zijn van de kieskeurige zijderups, zodat op een goedkopere manier zijde geproduceerd kon worden. Of dat het geval was, vertelt het verhaal niet, maar een paar plakkers wisten te ontsnappen in 1868 en zagen kans zich ook in het Noord-Amerikaanse klimaat te vermenigvuldigen. Trouvelot waarschuwde de overheden nog om maatregelen te treffen, maar vond geen gehoor. Het ging de plakker voor de wind en de populatie groeide flink. In de staat Massachusetts behoorde hij al gauw tot de top van de plaaginsecten en werd met man en macht bestreden (en vermoedelijk ook de nodige hoeveelheden gifstoffen). Maar tevergeefs. De plakker had zich definitief gevestigd en heeft zich vandaag de dag over een groot deel van het noordwesten van de VS en Canada uitgebreid. Maar ook het centrale en westelijke deel van de VS ontkomt er niet aan. Ontbladerde eiken, maar ook beuken, populieren en esdoorns achter zich latend.

Natuurlijke vijanden

In de federale wetgeving van de VS is zelfs opgenomen dat je bij verhuizing vanuit een gebied waar de plakker heeft toegeslagen naar een gebied waar nog geen plakkerplaag heerst, verplicht bent om al je tuinmeubelen, -gereedschap, – machines et cetera te controleren op eitjes, rupsen, poppen en imago’s. Maar waarom vormt de plakker in de VS wel zo’n enorm probleem en valt het hier best mee? Het antwoord is vrij logisch. Het beestje vormt daar geen onderdeel van het inheemse ecosysteem. Daardoor heeft het geen natuurlijke vijanden, zoals bijvoorbeeld sluipwespen die parasiteren op de rupsen. Maar ook factoren als het klimaat spelen een rol in de vermeerdering van soorten. Warmer weer zal er wellicht voor zorgen dat – te vroeg – uitgekropen rupsjes wel overleven in de winter, waardoor de populatie alleen maar groter wordt.

Bewust geïntroduceerd

Invasieve exoten zijn dus van alle tijden en komen overal ter wereld voor. Zo zijn wij in Europa onder meer ook aan de Aziatisch lieveheersbeestje (Harmonia axyridi), grijze eekhoorn (Sciurus carolinensis), muskusrat (Ondatra zibethicus), Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina, reuzenbalsemien (Impatiens glandulifera) en de Japanse duizendknoop (Reynoutria japonica) gekomen. Allen uitheemse soorten die hier bewust door de mens geïntroduceerd zijn. (Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de buxusmot (Cydalima perspectalis) die meegelift is op uit China geïmporteerde buxussen (Buxaceae). De buxusmot zelf is niet bewust hier geïntroduceerd.) Ook voor deze uitheemse dieren en planten ontbreekt het hier aan natuurlijke vijanden, zodat ze zich ongehinderd hebben kunnen vermeerderen. En kom er nu nog maar een keer vanaf.

Bronnen:

12 reacties op “Blijven plakken

  1. Wat interessant Theo. Ik wist helemaal niet dat de plakker in de VS voor zoveel problemen zorgt!

    Wat zijn ze dan in Australi├ź en Nieuw Zeeland verstandig (nadat ze vanuit Engeland onverstandig genoeg wat voor deze landen foute dieren meegenomen hebben).
    Overigens zag ik dit jaar nog geen plakker, terwijl ik er elk jaar wel eentje op het raam heb.
    En het viel me bovendien op dat alle lieveheersbeestjes in de tuin – en dat waren er veel – inheems waren; ik heb dit jaar geen Aziaat gezien. Heel bijzonder hoe invasieve soorten soms dan toch als vanzelf gereguleerd worden.

    Mijn gedachten na jouw informatieve stuk!
    Hartelijke groeten uit het zuie ­čśë

    • Dank je Marjolein. Ik ben er ook net achter gekomen tijdens mijn onderzoek voor dit blogje. Dat is het leuke van de blogjes schrijven, ik leer er zelf ook iedere keer weer heel veel van ­čÖé
      Groetn oet Grunn!

  2. Interessant om te lezen…zo zie je maar weer wat zoiets kleins teweeg kan brengen.
    Groetjes uit Weesp.

  3. Leuk om te lezen Theo! Ik heb iets geleerd! Dus het vrouwtje van de plakker leeft maar zeer kort begrijp ik… Ze komt uit de pop en vrijwel meteen gaat ze paren. Na het leggen van de eitjes is het leven alweer klaar….

    Hartelijke gegroet,
    Wike de Klerk

    • Dank je Wike. Inderdaad, het vrouwtje leeft maar enkele dagen met als enige doel eitjes leggen. Maar zo vergaat het meer vlinders hoor. Sommigen leven zelfs 4 tot 5 jaar als rups om vervolgens na verpopping slechts enkele dagen rond te vliegen. Bijvoorbeeld de wilgenhoutrups.

Vond je het een leuk verhaal? Reageer als je dat wilt.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.