Er zijn in ons land verschillende vogels die voor hun voedsel onder water duiken. De bekende ijsvogel (Alcedo atthis) natuurlijk, die vanaf een tak het water induikt en er vervolgens met een stekelbaarsje, libellenlarve of een andere versnapering weer uit komt. Of de fuut (Podiceps cristatus), die net als de geoorde fuut (Podiceps nigricollis), dodaars (Tachybaptus ruficollis) en andere fuutachtigen onder water zwemmend hun voedsel zoeken. Eenden, die grondelen als de wilde eend (Anas platyrhynchos) of duiken als de kuifeend (Aythya fuligula). Maar er komt Ć©Ć©n vogelsoort in ons land voor die al zwemmend in het water en wandelend over een beekbodem zijn voedsel zoekt: de waterspreeuw (Cinclus cinclus).

Wetterlyster

Hoewel de Nederlandse naam anders doet vermoeden is het geen familie van de spreeuw (Sturnus vulgaris). Maar zijn naam is niet zo vreemd gevonden, want de vogel heeft wel iets weg van zangvogels als spreeuw, merel (Turdus merula) en zanglijster (Turdus philomelos). Niet voor niets luidt zijn naam in het Duits Wasseramsel, letterlijk watermerel (zo wordt de vogel in sommige gebieden in Nederland ook genoemd). En in het Fries heet hij wetterlyster. De waterspreeuw behoort tot de familie Cinclidae (die weer onderdeel is van de orde van zangvogels Passeriformes). De Cinclidae is een kleine familie, want alleen het geslacht Cinclus behoort hier toe. Alle leden van dit geslacht hebben ze dezelfde manier van voedsel verzamelen: onder water wandelend op zoek naar onder meer larven van haften (eendagsvliegen) en schietmotten. Er bestaan wereldwijd maar vijf soorten van dit geslacht, waarvan slechts Ć©Ć©n in Europa. En dat is dus deze waterspreeuw.

Ondersoorten

Het ligt wel iets genuanceerder, want de waterspreeuw die je ziet in ScandinaviĆ« is toch een iets andere soort dan die in Turkije en hij is ook weer anders in Schotland. In Europa komen namelijk vijf verschillende ondersoorten van de waterspreeuw voor. Totaal zijn er wereldwijd twaalf ondersoorten. (Er was nog een dertiende ondersoort, een endemische op Cyprus, wat wil zeggen dat die alleen daar voorkwam. Maar deze soort is sinds 1945 uitgestorven.) In eerdere blogjes over de gele kwikstaart (Motacilla flava) en de staartmees (Aegithalos caudatus), heb ik het al eens gehad over ondersoorten. Ondersoorten lijken heel veel op elkaar, maar hebben zich in verschillende delen van de wereld verder geĆ«volueerd, waardoor er – minieme – verschillen zijn ontstaan. Ondersoorten kunnen ook met elkaar paren, waardoor hybride vormen ontstaan.

Stroomversnelling

In Nederland kun je twee ondersoorten van de waterspreeuw tegenkomen. Allereerst is er de zwartbuikwaterspreeuw (Cinclus cinclus cinclus). Deze heeft een wat verspreid broedgebied, waarvan een deel in Centraal-Frankrijk en Noordwest-Spanje, maar ook op Corsica en Sardiniƫ. Een ander deel broedt veel noordelijker in Scandinaviƫ en de Baltische staten. In het gebied daartussen komt deze ondersoort nauwelijks voor, in ieder geval niet als broedvogel. Waterspreeuwen zijn echte standvogels, maar als de beekjes in hun leefgebied dichtvriezen trekken ze zuidwaarts. En af en toe duiken er dan ook een paar in ons land op. Op zoek naar beekjes en stroomversnellinkjes om daar te foerageren, hoewel die in Nederland vrij dun gezaaid zijn. Maar iedere winter bivakkeert er wel minimaal een in ons land. Deze zwartbuikwaterspreeuw heeft, zoals de naam doet vermoeden, een donkere buik onder de witte keelvlek en borst. Niet echt zwart; de kleur van de buikveren is net zo donker als die van de rest van het verenpak.

Zuid-Limburg

De andere ondersoort is de roodbuikwaterspreeuw (Cinclus cinclus aquaticus). Zoals de naam al aangeeft is de buik van deze ondersoort net onder de witte borst duidelijk roodachtig. Op deze foto van Jeroen Aarsen op waarneming.nl is dit heel goed zichtbaar. Deze ondersoort komt met name in Centraal- en Zuid-Europa voor. De noordelijkste grens van het broedgebied ligt in BelgiĆ«, daar broedt de vogel onder meer in de buurt van snelstromende beken in de Ardennen. Tussen 2008 en 2012 waren er daar jaarlijks naar schatting zo’n 800 tot 1000 broedparen. In de vorige eeuw heeft de vogel heel af en toe ook in Nederlands Limburg gebroed, het laatst bekende broedgeval was in 1994 in het Geuldal. Hoewel er geen broedgevallen meer bekend zijn worden ze wel ieder jaar in Zuid-Limburg waargenomen. Maar veel noordelijker zul je de roodbuikwaterspreeuw niet tegenkomen.

Bodemloper

In mijn inleiding schreef ik al dat de waterspreeuw er een hele vreemde en unieke manier van voedsel zoeken op nahoudt. Hij is namelijk in staat om volledig onder water te duiken en letterlijk over de bodem van een snelstromende beek te wandelen. (Daar komt ook zijn – grappige – Engelse naam Dipper vandaan.) Het is de enige vogelsoort op aarde die dit kan. Dit trucje kan hij ook alleen maar in stromend water uitvoeren. Want hij doet dit door zijn kop tegen de stroming in te houden en zijn staart omhoog, waardoor de waterstroming de vogel als het ware tegen de bodem drukt. In langzaamstromend of stilstaand water lukt dit hem dus niet. Ook dan zoekt hij zijn voedsel onder water, maar dan al zwemmend met zijn vleugels en poten. In het filmpje hieronder van mijn favoriete natuurprogramma BBC Winterwatch is mooi zichtbaar hoe hij dit doet en dat de vogel zelfs een duik onder het ijs niet schuwt. Ter bescherming van zijn ogen sluit hij bij het onder water zwemmen het derde ooglid, zodat hij een soort duikbril heeft.

BBC Winterwatch – 2018

Niet schuw

Onlangs (van 24 tot en met 26 oktober 2020) zat er een zwartbuikwaterspreeuw bij Marum in Groningen. En omdat ik toch in de buurt was, ben ik er ook even heen geweest. Mijn laatste – en enige -waarneming van een waterspreeuw dateerde van november 2012 en daar had ik geen foto van. Dus een mooie kans om het beestje alsnog op de plaat te zetten. Zoals te verwachten was ik niet de enige. Een tiental vogelaars en fotografen hadden zich pal naast de autosnelweg A7 verzameld om het beestje gade te slaan. Deze vogel werd niet koud of warm van het aantal telelenzen en telescopen dat op hem gericht stond. En hij was ook helemaal niet schuw, een kenmerk van zwartbuiken. Wellicht dat dit komt doordat de zwartbuiken in de uitgestrekte bossen van ScandinaviĆ« vrijwel geen mensen zien. Als ze dan een plekje om te foerageren gevonden hebben laten ze zich niet zomaar verjagen. Roodbuikwaterspreeuwen staan erom bekend veel schuwer te zijn en zijn veel lastiger te benaderen. Ze vliegen zo weg als ze maar enigszins gestoord worden.

Vistrap

De vogel had bij Marum een tijdelijk onderkomen gevonden in het Oude Diep, de bovenloop van het Dwarsdiep. Daar is met grote stenen een vistrap aangelegd, waardoor een natuurlijk ogend stroomversnellinkje is ontstaan. Een ideaal plekje dus voor de waterspreeuw om daar te foerageren. Een vistrap is een voorziening waardoor vissen een obstakel in een waterloop kunnen overbruggen. Dat kan bijvoorbeeld met grote stenen (een zogenaamde cascadevistrap) die de plaats innemen van stuwen, die door de vissen niet te overbruggen zijn. Bij grotere obstakels, zoals gemalen, sluizen of rivierstuwen, maar ook bijvoorbeeld bij de Afsluitdijk, worden ingenieuze waterloopkundige bouwwerken bedacht om ervoor te zorgen dat de vissen het obstakel kunnen passeren. Dit is namelijk van belang voor vissen om zich te kunnen verplaatsen tussen hun leefgebied en hun paaiplaatsen (daar waar ze paren en eitjes afzetten). Het bekendst is de paling (Anguilla anguilla), die om te paaien helemaal naar de Saragossozee zwemt en als piepklein glasaaltje terugkomt. Maar ook voor bijvoorbeeld de forel en zalm die juist stroomopwaarts zwemmen om in de ondiepe bovenlopen van rivieren te paaien.

Zeldzaam

De vogel hipte van steen naar steen en af en toe ging zijn kop onder water om een larve of andere lekkernij te vangen. En uiteraard verdween hij ook soms helemaal in de beek om verderop weer op te duiken. Prachtig om dit gade te slaan. Waterspreeuwen zijn, door het ontbreken van snelstromende beekjes met helder water, een zeldzaamheid in ons land. Wellicht dat we door de aanleg van meer vistrappen wat vaker zo’n grappig beestje op bezoek krijgen.

Bronnen:

Deze bijdrage is geplaatst in de categorie Vogels.

30 reacties op “Onderwatervogel

  1. Theo, het is een prachtig verhaal van een mooi bijzonder vogeltje. Ik wist niet dat deze ZwartBuikWaterSpreeuw bestond. Prachtig Dankjewel
    Jacqueline Buisman-de By.

  2. mooi verhaal Theo! Een paar jaar geleden zat er eentje een flinke periode bij Roden, ook bij een vistrap. Ook helemaal niet schuw.

  3. Prachtig verhaal, mooie foto’s en helemaal komiek het filmpje over de duik in het water, dank je wel Theo om dit te delen. Weer wat bijgeleerd en ben benieuwd of ik er ooit eentje zal tegenkomen. Vorige week keek ik uit het keukenraam en zag iets bewegen en wist gelijk dat het geen mus, vink of mees was en jawel had gelijk het was het roodborstje.

  4. Goededag Theo wat een geweldig mooie blog heb je toch weer gemaakt. We genieten elke keer weer van de foto’s en je kennis van de natuur, en hopen dat je hier nog lang in goede gezondheid mee door kunt gaan.

  5. Wat een mooi stukje over deze bijzondere vogel!
    Een uitkomst is niet alleen de vistrap, maar ook het Waterloopbos in de Noordoostpolder, waar hij ‘s winters ook regelmatig wordt waargenomen.
    Daar is een soort openluchtlaboratorium geweest om waterwerken te leren en te bestuderen. Je vindt er allerlei stroompjes en daar kan een waterspreeuw zich in de winter dan ook prima handhaven. Om maar even naar ‘mijn’ oude provincie te linken, haha.
    Voor jou wel geweldig dat hij in Marum op bezoek was! Prachtige foto’s van een vogel die ik zelf nog nooit in levende lijve heb gezien.
    Helemaal niet jaloers, haha šŸ˜€

    • Dank je Marjolein. Daar heb ik wel eens foto’s van gezien. Een soort overwoekerde urbex-locatie. Maar inderdaad een heel mooi gebied voor onder meer de waterspreeuw. Jammer dat je hem nog nooit gezien hebt. Ik zou er een keer een ritje Zuid-Limburg of Belgische Ardennen aan wagen. Is niet zo ver voor jullie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*
*
Website