Onlangs kwam ik een mooi klein beestje tegen in huis. Iets meer dan een halve centimeter lang en een beetje langgerekt. Het beestje maakte me nieuwsgierig en ik maakte een paar macrofoto’s om vervolgens op te zoeken wat het was. Het bleek een iepenridderwants (Arocatus melanocephalus) te zijn. En wat de waarneming nog leuker maakte was dat dit een voor Nederland zeer zeldzame soort is. Deze wants komt van oorsprong voor in onder meer Zuid-Europa tot in het zuiden van Centraal-Europa. Ook hier speelt de klimaatverandering waarschijnlijk ook weer een rol, want het beestje heeft zich de laatste jaren richting het noorden verspreid. Nadat de wants zich sinds 2010 al ophield in de omgeving van Dortmund (D) werd deze in april 2013 voor het eerst in ons land gezien en wel in Apeldoorn. Sindsdien wordt deze daar regelmatig waargenomen. Vanaf 2016 breidt het verspreidingsgebied zich langzaam uit richting Utrecht en Zuid-Holland. Het noorden des lands was lange tijd nog niet zo aantrekkelijk blijkbaar, want pas in april 2019 is er een in Friesland gevonden en in augustus 2019 in Overijssel. In januari 2021 werd de eerste exemplaren waargenomen in de stad Groningen, sinds augustus ook regelmatig in Delfzijl en nu dus ook in Finsterwolde. Vanuit Drenthe zijn er vreemd genoeg nog geen waarnemingen bekend, maar die komen vanzelf.

Zuigsnuiten

De wantsen (Heteroptera) vormen een onderorde van de insecten, ze vallen onder de orde van de zogenaamde halfvleugeligen ofwel snavelinsecten (Hemiptera). Tot die orde behoren ook de bladluizen (Aphidoidea) en de cicaden (Auchenorrhyncha). Beide namen van de orde geven al twee belangrijke kenmerken aan. Veel insecten die tot deze orde behoren hebben voorvleugels waarvan het voorste deel verhard is en het achterste deel een zacht membraan is. De tweede naam slaat op het feit dat veel vertegenwoordigers van deze orde een snuit hebben die op een snavel lijkt. Met die snuit zuigen ze sappen uit planten en bomen. Overigens zijn er ook wantsen die van andere dierlijke organismen eten. Ook daarbij gebruiken ze de steeksnuit, waarmee ze de prooi leegzuigen.

Wandluis

De naam wants hebben we eind achttiende eeuw overgenomen van onze oosterburen. Het komt uit het hoogduitse woord Wanze, het verkleinwoord van Wandlaus ofwel wandluis. En dat is weer een andere naam voor de bedwants (Cimex lectularius). Beetje verwarrend, want de wandluis is dus geen luis zoals de schaamluis (Pthirus pubis), kleerluis (Pediculus humanus corporis) en hoofdluis (Pediculus humanus capitis). Maar wel een beetje familie van de bladluizen, zoals we hierboven hebben kunnen zien. De ordenaam Heteroptera komt van het Griekse hetero, wat verschillend betekent, en ptera, wat staat voor vleugels. Deze naam slaat op de twee vleugelparen van de wantsen die twee verschillende functies hebben. Allereerst een paar dunne vliesvormige achtervleugels om te kunnen vliegen. Daarnaast de voorvleugels die deels zijn verhard en dient als bescherming voor het lijf van het beestje en de kwetsbare “vliegvleugels”, door in rust beide vleugelparen over elkaar heen te vouwen.

Tienduizenden soorten

Er komen naar schatting ruim vijftigduizend soorten wantsen voor op de wereld. Dit is een erg ruwe schatting, want er worden zowat iedere dag nieuwe insectensoorten ontdekt. Inmiddels staat het aantal op meer dan een miljoen soorten. De schatting is dat dit maar een deel is van het werkelijke aantal en dat er nog miljoenen soorten niet zijn ontdekt. Daar zullen ook vast nog veel soorten wantsen tussen zitten, want je kunt ze overal ter wereld tegenkomen (met uitzondering van de poolgebieden). Ook in en op het water kun je ze vinden, zij het voornamelijk in zoet en brak water. Daarvoor hoef je niet eens zo ver te zoeken, want je kent vast wel het gewoon bootsmannetje (Notonecta glauca) ofwel rugzwemmertje die je in vrijwel iedere sloot en vijver kunt vinden. Een andere soort in die vijver, de schaatsenrijder (Gerris lacustris), behoort ook tot de wantsen. Eigenlijk moet ik schrijven “op de vijver”, want deze soort ziet kans om letterlijk over het water te lopen. (Heb ik daar al niet eens een blogje over geschreven?) De schaatsenrijder moet je trouwens niet verwarren met het “krinklende winklende waterding met ’t zwarte kabotseken aan” ofwel het schrijverke of slootschrijvertje (Gyrinus substriatus), waar Guido Gezelle in 1857 over schreef. Dat is geen wants, maar een keversoort.

Metamorfose

In Nederland kwamen er in 2005 volgens een inventarisatie zo’n 617 soorten wantsen voor. Soortenbank.nl schat het aantal soorten in België en Nederland momenteel op circa 1100. Laten we er maar van uit gaan dat er ruim duizend soorten wantsen in de lage landen te vinden zijn. Een aantal van deze soorten zie je hieronder bij de afbeeldingen. Van sommige soorten heb ik foto’s van zowel de volwassen als onvolwassen beestjes. Wantsen zetten eitjes af en uit die eitjes komen kleine wezentjes die al een beetje op een volwassen wants te lijken. Volwassen insecten worden een imago genoemd (meervoud imagines). De onvolwassen wantsen noemen we nimfen en die groeien steeds verder en vervellen een aantal keren. Bij iedere vervelling lijken ze steeds een beetje meer op een imago. Tot ze uiteindelijk voor de laatste keer vervellen en het volwassen stadium bereikt hebben en geslachtsrijp zijn. Dit noemen we een onvolledige metamorfose. Sprinkhanen kennen dit ook, want ook daar lijken de jonge onvolwassen nimfen al aardig op een volwassen sprinkhaan. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de vlinders, die een rups- en popstadium kennen. De rups lijkt in de verste verte niet op een volwassen vlinder en daarom is er sprake van een volledige metamorfose. Dat is ook het geval bij vliegen, bijen, wespen.

Kissing bug

Wantsen zijn overigens niet bij iedereen even geliefd. Voor een deel uit het oogpunt van onbekend maakt onbemind. Een wants in onze contreien zal een mens geen schade toebrengen. Af en toe duikt er op de sociale media een bericht op over de zogenaamde kissing bug, een roofwants met de wetenschappelijke naam Triatoma infestans. Deze zou je in het gezicht steken en zo de ziekte van Chagas overbrengen. Deze ziekte kent over het algemeen een dodelijke afloop. Deze wantsensoort komt echter alleen in Zuid-Amerika voor. Er zijn helemaal geen gevallen bekend van een Triatoma infestans in Europa. Wel is er een wantsensoort die er enigszins op lijkt en waardoor de verwarring zou kunnen ontstaan, namelijk de bladpootwants (Leptoglossus occidentalis). Deze ongevaarlijke soort komt van oorsprong uit Noord- en Midden-Amerika en is in 1999 op een of andere manier in Italië terechtgekomen en sindsdien heeft deze exoot zich over Europa verspreid.

Stinkerds

Wantsen staan er ook om bekend dat ze enorm kunnen stinken. Ze hebben namelijk geurklieren waarmee ze nogal onfris ruikend goedje kunnen afscheiden. Zeg maar gerust dat het meurt. Ze gebruiken deze vloeistof (die bestaat uit onder meer alcoholen, organische zuren en esters) als verlammend afweermiddel tegen insecten die het op de wants gemunt hebben. Ook als ze zich belaagd voelen, scheiden ze dit goedje af. Daarnaast kunnen wantsen in de herfst en winter ook woningen opzoeken om te overwinteren. Soms wel met tientallen tegelijk. Bij de iepenridderwants is het in ons huis tot nu toe bij twee gebleven. En zolang je de beestjes met rust laat is er niks aan de hand en ruik je niks. Wil je ze toch buitenzetten, doe dat dan op een diervriendelijke manier.

Nog een exoot

Zoals ik hierboven al schreef voeden veel wantsensoorten zich door sappen uit bomen en planten te zuigen. In sommige gevallen kan dat een beetje teveel van het goede worden en gaan de planten of bomen dood. Een geduchte soort is de bruingemarmerde schildwants (Halyomorpha halys) die zich sinds enkele jaren over Nederland verspreidt. Dit insect komt van oorsprong voor in Zuidoost-Azië, maar is op een of andere manier in 1998 geïntroduceerd in Noord-Amerika en heeft zich meer recent ook in Europa gevestigd. Vanuit Zuid-Europa is het beestje sindsdien aan een opmars bezig, tot grote schrik van vele tuinders. Hij heeft het namelijk onder meer gemunt op appels, peren, kersen en tomaten waar het flinke schade kan aanrichten. Op dit moment staat deze soort nog te boek als zeer zeldzaam, maar hij wordt dan ook nog maar sinds 2018 in ons land gezien.

Kijk maar eens goed rond in je tuin of je omgeving, de kans is groot dat je een wants tegenkomt. Zeker volgend voorjaar als de eitjes uitkomen en de nimfen gaan rondzwerven. Hieronder enkele foto’s van zowel nimfen als imagines. Een paar foto’s zijn gemaakt tijdens het nachtvlinderen, want wantsen komen ook graag op licht en smeer af.

Nimfen

Imagines

Bronnen:

Deze bijdrage is geplaatst in de categorie Natuur.

20 reacties op “Wantsen

  1. Theo bedankt voor deze uit gebreide betoog over de wantsen familie ik vond dit verhelderend ik heb ook veel foto’s van wantsen en van andere insecten maar nooit geweten hoeveel soorten ervan zijn top bedankt voor deze uitleg m.v.g Wim Pijper

  2. Dat is weer een prachtige blog Theo!
    Zeer duidelijk en leerzaam. Ik heb ook al heel wat wantsen gekiekt, wat is er toch veel om van te genieten!
    Groet, Caroline

  3. Zoals altijd een interessant en leerzaam verhaal, Theo.
    Ik vind wantsen geweldig. Ze hebben zoveel details die je op het eerste gezicht vaak niet ziet, maar die met macrofotografie zichtbaar worden. Genieten!
    In plantengroepen (die ik veelvuldig bezoek) zijn mensen altijd bang voor ‘beestjes’ en zelfs een wants wordt zonder aanzien des diers uitgescholden voor trips of voor stinkbeest. Onbekend maar onbemind?
    Door jouw blogje weer wat bekender <3

    Liefs van Marjolein

  4. Weer een mooi en leerzaam verhaal Theo. Ik ben ook wel een wantsen fanaat, weliswaar geen soortenjager, maar ik kom vanzelf steeds nieuwe soorten tegen. Die allerkleinste zijn soms lastig. Tja en nu ga ik uitkijken naar die Iepenridderwants….😉
    Groet, Adrie.

  5. Interessante blog broer, en mooie foto’s van al die verschillende soorten wantsen. Zal in het bos ook eens gaan zoeken.

  6. Prachtige blog weer Theo.
    Je blijft er steeds weer iets moois van maken met veel nieuw(s)waarde.

    Groet,
    Herman

  7. Wederom een interessante blog Theo. Altijd weer verrast te lezen wat een gewoon diertje zo bijzonder maakt. Ook mooi de directe links naar wiki etc.
    Ik heb deze zomer een wants kunnen fotograferen die vocht afscheid. Ik heb maar niet geroken want zijn reputatie als stinkwants was mij bekend.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*
*
Website