Het leuke van het schrijven van mijn blogjes is dat ik er veel in kwijt kan. Veel kennis en weetjes van de natuur, waarbij ik zelf ook iedere keer weer veel opsteek door me in de materie te verdiepen. En dat kan ik dan weer mooi gebruiken tijdens de natuurlessen of excursies. Maar ook frustraties en ergernissen. Mijn blogje is daarom een mooie en leuke uitlaatklep. Over taalverloedering bijvoorbeeld, daar heb ik al enkele blogjes over geschreven. Maar ook over allerlei andere zaken. Zo erger ik me de afgelopen weken enorm aan de discussie over de Oostvaardersplassen. Waarbij zelfbenoemde en werkelijke deskundigen over elkaar struikelen en een kudde dierenvrienden allerlei verwijten spuien naar onder meer Staatsbosbeheer en de Partij voor de Dieren. Maar deze “dierenvrienden” blijken zich niet te realiseren dat het bijvoederen op dit moment meer kwaad dan goed doet. En al zeker als je dat doet met wortels, aardappels en pakken koekjes. Je merkt het, de frustratie komt alweer bovendrijven. Ik heb me de afgelopen dagen dan ook geworpen op een nieuw blogje over deze gebeurtenissen. Om al die ergernis eens lekker van me af te schrijven. En daar blijft het bij. Ik ben het kwijt en ik hoef jullie er niet mee op te zadelen. Ik heb het concept wel bewaard, bij die anderen die niet voor publicatie geschikt zijn. Nog niet, in ieder geval.

 

Orde van de dag

Nee, terug over naar de orde van de dag. Want hoewel je het met de huidige weersomstandigheden (-3 °C met een harde oostenwind kracht 7 op 17 maart) niet zult zeggen, is de lente in aantocht. Al een tijdje overigens, want al voor de vorstperiode die ons anderhalve week geleden nog teisterde waren de eerste signalen al zichtbaar. En voor mij was dat, naast het vrolijke fluiten van de vogels die naarstig op zoek waren naar een partner, de allereerste dagvlinder van dit jaar. Normaliter komt deze eer toe aan de citroenvlinder (Gonepteryx rhamni).

Een overwinterende soort waarvan de mannetjes al vanaf begin maart op zoek gaan naar vrouwtjes. De overwinterende vlindersoorten verschuilen zich in de koude maanden op een koele en donkere plaats, zoals in holle bomen, schuurtjes, maar ook de speciale vlinderkastjes. Maar dit keer was het geen citroentje. Sterker nog, ik heb er dit jaar nog geen gezien, terwijl het een hele opvallende soort is die je niet gauw over het hoofd ziet. Nee, dit keer was de primeur voor een kleine vos (Aglais urticae). Tien dagen geleden, op 7 maart, zag ik de eerste terwijl ik Joes uitliet langs het Afwateringskanaal. Ik moest weer even wennen aan het beeld van zo’n vrolijk vliegend insect, haast dansend in de lucht. Heel even ging hij even op het gras zitten en kon ik er met de iPhone een foto van maken. Om vervolgens weer vrolijk verder te dansen. Hij was de enige.

 

Territorium zoeken 

Net als bij de andere overwinterende vlinders komen de mannetjes van de kleine vos als eerste tevoorschijn zodra de vroege voorjaarswarmte zich aandient. En dan gaan ze op zoek. Eerst naar een nieuw territorium, vaak op een beschutte plaats en in de buurt van brandnetels. De grote brandnetel (Urtica dioica) wel te verstaan, al zijn die op dit moment nog niet echt zichtbaar. Als ze een mooi plekje hebben gevonden, verdedigen ze dit tegen indringers. En terwijl ze dit territorium verdedigen hopen ze ook een vrouwtje aan te treffen. Want je kunt nog zo’n mooi gebiedje veroverd hebben, zonder vrouwtje schiet je er nog niks mee op. Als er zich na een paar uur verdedigen en wachten nog geen vrouwtje aangediend heeft, gaan ze op zoek naar een ander territorium, waar ze een nieuwe poging gaan wagen. Ze vliegen daarbij op alles af wat enigszins op een vrouwtje lijkt. 

 

De hele nacht sex

Ieder donkergekleurd voorbijvliegend object wordt achtervolgd. Is het een ander mannetje, dan wordt deze uit het territorium verdreven, als het een vrouwtje is dan blijft hij er net zo lang achteraan vliegen tot ze gaat zitten. Deze achtervolging kan wel uren duren en er zijn nog meer mannetjes die het op hetzelfde vrouwtje voorzien hebben. Want de vrouwtjes trekken zich uiteraard niks van de territoriagrenzen aan en fladderen daar dwars doorheen. Dan kiest het vrouwtje een mannetje uit. Hoe ze dat doet is niet bekend, maar ze gaat uiteindelijk zitten, meestal op een blad van de grote brandnetel. Dat is immers de voorkeurswaardplant van de kleine vos. Het mannetje gaat achter haar zitten en betast haar vleugels met zijn antennes. Als ze het er beiden over eens zijn begint de paring. Niet zo maar even in enkele luttele seconden als bij vogels het geval is. Nee, dit feest duurt de hele nacht. Jawel, een hele nacht! En dat zonder pilletjes, poedertjes of drankjes. 

 

Spinselnesten

Na de paring zet het vrouwtje de eitjes af op de brandnetels, het liefst op open zonnige plaatsen. Zij zoekt deze in de namiddag uit en overnacht daar dan. Zodra de temperatuur hoog genoeg is, zet ze enkele tientallen tot honderden eitjes af op de onderzijde van het brandnetelblad. Het grappige is dat het vrouwtje bij verstoring tijdens de eileg in een rechte lijn wegvliegt om even later weer op de zelfde plek terug te komen om het afzetten van de eitjes te voltooien. Na 6 tot 10 dagen komen de rupsen uit de eitjes, waarna ze van enkele bladeren zogenaamde spinselnesten maken. Hierin leven de jonge rupsjes samen in groepjes van soms wel honderden rupsen. Ze doen zich te goed aan de bladeren van de waardplant en als deze helemaal kaal is, gaan ze naar de volgende, het liefst een jonge grote brandnetel. Later vallen de groepjes uiteen en leven de rupsen een meer solitair bestaan. De rupsen zijn erg gevoelig voor vorst en vooral nachtvorst in latere periodes (april-mei) kan zijn tol eisen. Na 13 tot 22 dagen verpoppen ze zich aan plantenstengels en zo’n 8 tot 12 dagen later komt er dan weer een prachtige kleine vos uit. En dan begint de cyclus weer van voren af aan.

 

Twee generaties

Je kunt in een jaar dus drie piekperiodes met kleine vossen zien. In het voorjaar de overwinteraars die uitvliegen op zoek naar een partner. Vervolgens de eerste generatie die rond juni vliegt en tot slot de tweede generatie in de zomer met een piek in augustus, tevens de grootste piek. Met generaties worden de vlinders bedoeld die in het desbetreffende jaar geboren zijn. De tweede generatie zorgt er het eind van het jaar voor dat zij voldoende nectar binnenkrijgen om de winter te doorstaan. De nectar halen ze van planten als vlinderstruik (Buddleja davidii), leverkruid of koninginnekruid (Eupatorium cannabinum) en paardenbloem (Taraxacum officinale). Die eerste twee staan bij ons in de tuin en zitten iedere zomer vol met kleine vossen, naast andere dagvlinders.

 

Kleine schildpad

De kleine vos wordt in de taxonomie, dat is de wetenschap die zich onder andere bezighoudt met de indeling van soorten, gezien als een verwant van de dagpauwoog (Aglais io). Het zijn allebei prachtige vlinders, wat ook de geslachtsnaam Aglais verklaart: het is afgeleid van het Griekse “aglaos”, wat pracht betekent. Maar wat de pracht betreft zouden meer vlinders deze geslachtsnaam mogen dragen. De soortnaam urticae verwijst naar de geslachtsnaam van de favoriete waardplant van deze vlinder, de Urtica of brandnetels. De naam kleine vos heeft de vlinder te danken aan de bruinrode kleur op de vleugels, die lijkt op dat van de vos (Vulpes vulpes). In het Duits heet de vlinder dan ook een Kleiner Fuchs en in het Frans Petit-renard. In het Frans heeft de vlinder echter nog een tweede naam, namelijk La Petite Tortue, letterlijk de kleine schildpad. Dat heeft dan weer overeenkomsten met de Engelse naam van deze vlinder, namelijk Small Tortoiseshell, ofwel klein schildpadschild. Het voorvoegsel kleine suggereert dat er ook een grote vos is en dat klopt ook: de Nymphalis polychloros. Dit is echter een zeer zeldzame en bedreigde vlinder in Nederland die op het punt staat te verdwijnen. En zoals je kunt zien aan de wetenschappelijke geslachtsnaam, wordt deze soort vanuit taxonomisch oogpunt niet direct verwant aan de kleine vos gezien. Ze behoren echter wel tot dezelfde familie, de Nymphalidae, waartoe ook de parelmoervlinders en weerschijnvlinders behoren. Niet eenvoudig hoor, die taxonomie.

 

 

 

 

Bronnen:

 

6 reacties op “De eerste van dit jaar

  1. Ik ga toch even mee in je irritatie en frustratie over alles wat men over de OVP roept, want ik begrijp je volkomen. Gefundeerde argumenten aanvoeren is vechten tegen bierkaaien van mensen met ‘onderbuikgevoelens’, die bovendien de dieren menselijke emoties toedichten.
    Enfin, soms tuin ik er weer in en reageer, weerleg, probeer te relativeren, maar meestal hou ik me maar stil omdat je deze mensen toch niet bereikt. Die hebben hun eigen waarheid en dat is de enige juiste 🙁

    En dan over op de vlinders! Heerlijk dat ze alweer gezien zijn! Ik leg vaak aan mensen uit dat het overwinteraars zijn die je nu ziet, want heel veel mensen weten dat helemaal niet. Jouw blogjes doen me qua bevlogenheid ook aan mezelf denken, zeker op vlindergebied 🙂
    Goed en informatief en in een prettige stijl geschreven!

  2. Duidelijk. Ik leer met elk berichtje weer wat bij, dit wat betreft de vossen. Zag laatst bij eindelijk een warmere dag twee kleine vossen paarbereid en een grote vos op hetzelfde veldje (niet in NL) Wat betreft OVP , verbazing!! Elke oplossing te laat. Ik woon in het buitenland en het gehele OVP maakt een bijzonder chaotische indruk? Nieuwsgaring?! Wie heeft bij OVP eigenlijk de leiding, en wie durft door te pakken ten behoeve van de gezonde natuur?

Vond je het een leuk verhaal? Reageer als je dat wilt.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.