In 2020 ben ik begonnen om op Twitter in mei iedere dag een of meerdere nachtvlindersoorten in het zonnetje te zetten met de hashtag #meimotten. In een eerder blogje schreef ik daar al eens over. Dit jaar dus voor de derde maal en voor het eerst in samenwerking met de Vlinderstichting. Zij hebben er ook een hele pagina op hun website aan gewijd. Afgelopen zondag was Jurriën van Deijk van de Vlinderstichting in de uitzending van Vroege Vogels, waarin hij verslaggeefster Pleun Aarts onder meer vertelde hoe nachtvlinders aan hun soms meest bijzondere namen komen. In een later blogje kom ik daar op terug. Maar eerst in dit blogje een bloemlezing van de nachtvlinders die in de eerste helft van mei aan bod kwamen bij #meimotten. In mijn volgende blogje, dat al begin juni verschijnt, zal ik er een aantal uit de tweede helft van de maand beschrijven.

Grote beer

Het spits werd dit jaar op 1 mei afgebeten door de grote beer (Arctia caja). Een prachtig gekleurde soort met witte voorvleugels met grote bruine vlekken. Of bruin met een wit lijnenspel, zo je wilt. Bijzonder is de achtervleugel, die is namelijk felrood met donkerblauwe stippen. Als de grote beer zich belaagd voelt, vouwt hij zijn voorvleugels open, zodat de achtervleugels zichtbaar worden. De rode kleur en de vlekken schrikken de belager – hopelijk – voldoende af om maar even aan deze vlinder voorbij te gaan. Het is een afweermechanisme wat vaker bij nachtvlinders voorkomt, maar ook sommige dagvlinders gebruiken dit principe. Denk maar aan de dagpauwoog. De grote beer is een vrij grote vlinder met een spanwijdte van 50 tot wel 70 millimeter. En ook de rups mag er zijn, die kan wel 60 millimeter groot worden. Met zijn flinke beharing valt die rups ook meteen op. Aan die beharing heeft deze vlinder ook zijn Nederlandse naam te danken. Evenals de rest van zijn familieleden van de beervlinders (Arctiinae), zijn de rupsen stuk voor stuk voorzien van een flinke beharing.
De grote beer vliegt van begin juni tot zo half september. Meestal is er één generatie in een jaar, maar soms ook twee. De rupsen zijn te vinden van september tot juni. Deze soort overwintert namelijk als jonge rups. Waardplanten van de rupsen zijn onder meer grote brandnetel (Urtica dioica) en zuring (Rumex). In vochtige omgevingen heeft de soort een voorkeur voor waterzuring (Rumex hydrolapathum).

Huismoeder

Op Moederdag, 8 mei, kwam heel toepasselijk de huismoeder (Noctua pronkba) aan de beurt. Ook dit is een flinke vlinder met een maximale spanwijdte van circa 60 mm. De huismoeder is op zich weinig opvallend, de voorvleugels zijn variabel van kleur van geelachtig tot grijs-of roodbruin. In het midden van de voorvleugel is een niervormige vlek zichtbaar. Maar net als de grote beer gebruikt ook de huismoeder de achtervleugels als afschrikking. Die zijn namelijk fel geel/oranje met een zwarte band langs de achterrand. Over de herkomst van de naam huismoeder zijn er meerdere lezingen. Enerzijds kun je deze vlinders binnenshuis aantreffen, wat de naam zou kunnen verklaren. Anderzijds wordt verwezen naar de wetenschappelijke naam die Linnaeus de soort in 1758 gaf. Noctua verwijst daarbij naar de nachtelijke levenswijze en pronuba betekent bruidsmeisje. Misschien dat de kleur van de achtervleugel Linnaeus deed denken aan een bruidsmeisje. Feit is wel dat hij de gewoonte had om nachtvlinders met felgekleurde achtervleugels een naam te geven die naar vrouwen refereert.
De huismoeder is vrij algemeen in Nederland en vliegt van eind mei tot begin oktober. Overdag zitten ze vaak in lage begroeiing en strooisellagen. Bij verstoring vliegen ze snel op om elders een schuilplekje te zoeken. Net als bij de grote beer overwintert ook de rups van de huismoeder. Deze is zo’n 60 millimeter groot en leeft van allerlei kruidachtige planten en grassen.

Essenspanner

Op 11 mei had ik voor #meimotten een zeldzame soort in petto, namelijk de essenspanner (Ennomos fuscantaria). Deze soort wordt met name in Zuid-Limburg gezien en verder af en toe verspreid over het hele land. Je kunt je voorstellen dat ik erg blij was om deze soort begin augustus 2021 op het laken in Finsterwolde aan te treffen. Mijn vreugde werd echter vele malen groter toen ik op 9 september maar liefst 23 stuks van deze soort op het laken had! Zo’n groot aantal was ook nog nooit op waarneming.nl ingevoerd. Overigens waren er aan het eind van de nachtvlinderavond nog 21 over, nadat een paar van de aanwezige 14 Europese hoornaars (Vespa crabro) zich te goed hadden gedaan aan twee vlinders. De vleugeltjes als stille getuigen achterlatend.
De essenspanner heeft, zoals de naam al doet vermoeden, vooral de gewone es (Fraxinus excelsior) als waardplant en daarnaast onder meer ook de liguster (Ligustrum). De vlinder zet haar eitjes op deze waardplanten af, waaraan deze overwinteren als ei. Begin mei komen de eerste rupsen tevoorschijn tot en met juli. De rupsen verpoppen zich vervolgens tussen aaneengesponnen bladeren van de waardplant. En vanaf eind juli tot half oktober zijn de vlinders te zien. De vlinders hebben een spanwijdte van circa 45 millimeter. De rupsen worden ongeveer 40 millimeter lang.

Meriansborstel

Op 12 mei kwam de meriansborstel (Calliteara pudibunda) aan bod. Deze vlinder behoort tot de familie van de spinneruilen (Erebidae), onderfamilie donsvlinders (Lymantriinae). Tot die onderfamilie behoort bijvoorbeeld ook de plakker (Lymantria dispar), waar ik eerder een blogje over schreef. De naam donsvlinder maakt duidelijk dat deze vlinders flink behaard zijn. En dat is bij de meriansborstel ook het geval. Vooral de behaarde voorpoten vallen daarbij op, zeker omdat deze vlinder die in rust altijd naar voren steekt. Dat is iets wat niet veel nachtvlinders doen. Die beharing heeft overigens meerdere functies. Het helpt de vlinder om zich warm te houden. De lucht tussen de haartjes is immers een goede isolator. Daarnaast dienen de haren ook om te voorkomen dat ze door vleermuizen ‘gezien’ worden. Vleermuizen maken gebruik van sonar om hun prooien op te sporen en deze hoogfrequente signalen worden door de beharing geabsorbeerd en dus niet teruggekaatst. De vleermuis zal daardoor deze vlinder niet waarnemen.
De meriansborstel dankt haar Nederlandse naam aan de Duitse schilderes Maria Sibylla Merian (1647-1717). Naast schilderen was zij ook een kundig entomologe (insectendeskundige) en zij was de eerste die afbeeldingen maakte van rupsen en vlinders met hun waardplant. Tot dan toe werd altijd gedacht dat vlinders en andere insecten spontaan ontstonden in vuil, de zogenaamde Generatio spontanae. Merian bevestigde door haar onderzoek de theorie van de Italiaanse arts en natuuronderzoeker Francesco Redi (1626-1697), die in 1668 ontdekt had dat insecten niet zomaar spontaan uit het niets ontstaan. Dat juist de meriansborstel vernoemd is naar deze schilderes komt door de borstelvormige beharing van de rups. Ik heb er zelf nog geen foto van, maar kijk maar eens op deze foto’s, waar dit duidelijk te zien is.
De meriansborstel is een flinke vlinder, met een spanwijdte van ongeveer 45 tot 60 millimeter. Hij vliegt van half mei tot eind augustus en daarna kunnen de rupsen gevonden worden. Ook bij deze soort overwintert de jonge rups, en wel in een spinsel aan de waardplant. Vaak knus met een aantal soortgenootjes bij elkaar. De waardplanten zijn onder meer struikhei (Calluna vulgaris) en wilg (Salix).
Op de eerste foto hieronder kun je overigens de melanistische vorm van de meriansborstel zien, met vrijwel egaal donkere voor- en achtervleugels. Wat daarbij ook opvalt is dat deze vlinder blijkbaar ergens een voorpoot is verloren, wat hem kennelijk niet deert.

Kijk de komende weken dus op Facebook, Twitter en Instagram welke prachtige nachtvlinders nog aan de beurt komen. En begin juni deel 2 van mijn blog over de #meimotten.

Bronnen:

10 reacties op “#meimotten 2022 – deel 1

    • Mooie foto’s van die rups, Rudi! Inderdaad een keer een lampje ophangen ‘s nachts, wie weet wat je allemaal gaat zien. 😊

  1. Pràchtig beschreven deze 4 Meimotten Theo! En ook je foto’s zijn niet te versmaden!
    Superdank weer en tot de volgende zeer prettige keer!
    Lieve groetjes.
    💚🥰

  2. Beste Theo, heel mooi om de blogjes te lezen en de prachtige foto’s te bekijken!
    Maar…ben ik de enige die moeite heeft met de grijze achtergrond??
    Ik zou het heel prettig vinden als dat een lichtere kleur is, ik heb echt moeite met het lezen en bekijken van de blogjes.
    Mvg, Loes Ploegman

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*
*
Website