Groentjes

Het is groen en het vliegt door de lucht, rara wat is dat? Een van de vele raadseltjes in het genre ‘het is … en het …’. Je kent ze vast wel. Het antwoord is vaak net zo flauw als (on)voorspelbaar. Maar stel me op dit moment (begin april) deze zelfde vraag en ik kan je zo het – vermoedelijk juiste – antwoord geven: een groentje (Callophrys rubi). De vraag moet dan wel over een vlinder gaan en is daarnaast een beetje afhankelijk waar de vraagsteller zich op dat moment bevindt. Het groentje laat zich namelijk niet overal in Nederland zien, vooral in Zeeland, Zuid- en Noord-Holland wordt de vlinder nauwelijks waargenomen. Een uitzondering binnen die laatste provincie is Texel, daar is het aantal waarnemingen de laatste jaren juist toegenomen. Net als op Vlieland en Terschelling overigens. Groningen en Friesland komen er ook maar bekaaid van af. Alleen in de zuidelijke delen van deze provincies kun je het groentje tegenkomen.

Stabiel

Dat laatste is niet zo verwonderlijk, het groentje is namelijk echt een soort van de zandgronden. En die zijn alleen in de zuidelijke delen van die twee provincies te vinden. Onder meer in de omgeving van Sellingen in Groningen en het Drents-Friese Wold en het Fochteloërveen in Friesland. Dat verklaart ook waarom de vlinder in het westen van het land amper wordt waargenomen. Hoewel het een schaarse soort is, staat hij niet op de Nederlandse Rode Lijst. In Vlaanderen daarentegen wel en in Duitsland zit hij in de categorie ‘bijna bedreigd’. Op Europees niveau is het groentje ook niet bedreigd. Aan het eind van de vorige eeuw waren er flinke dieptepunten in de aantallen in ons land, maar na de millenniumwisseling zitten er ook pieken in tot aan de aantallen van het referentiejaar 1992. Over het algemeen is het groentje, zowel in Nederland als op Europese schaal, dan ook een vrij stabiele soort. Dat wil overigens niet zeggen dat we geen maatregelen moeten treffen om deze soort te beschermen. Juist nu er zoveel druk op de insectenpopulaties zit door allerlei invloeden, is het van belang dat alle soorten beschermd worden en niet alleen de zeldzame of bedreigde soorten. Tezamen vormen zij immers een ecoysteem, waarbij ze niet zonder elkaar kunnen. En wij als mens ook niet zonder kunnen.

Niet kieskeurig

Het groentje is een echte polyfage soort. Dat wil zeggen dat de rupsen meerdere waardplanten hebben. Er zijn ook vlinders die monofaag zijn. De rupsen daarvan voeden zich uitsluitend met één soort plant. Bijvoorbeeld het gentiaanblauwtje (Phengaris alcon), waarvan de klokjesgentiaan (Gentiana pneumonanthe) de enige waardplant is. Maar de rupsen van het groentje zijn dus niet zo kieskeurig. Op hun menu staat bijvoorbeeld het jonge blad en de vruchten van sporkehout ofwel vuilboom (Rhamnus frangula) en de bloemknoppen van de braam (Rubus). Maar ook de knoppen en bladeren van bosbes (Vaccinium), struikhei (Calluna vulgaris) en dophei (Erica) komen op de kaart voor, evenals bloemen van sommige soorten brem, zoals de gewone brem (Cytisus scoparius) en heidebrem (Genista). Overigens kunnen de rupsen bij gebrek aan voldoende voedsel zich ook ontpoppen tot ware kannibaaltjes en soortgenootjes opeten. Als de rups zich eenmaal volgevreten heeft, kruipt deze naar de strooisellaag om daar te verpoppen. Vaak wordt de pop meegenomen door mieren naar hun nest en overwintert de pop daar op een veilige plek.

Stalkende mannetjes

In april beginnen de imagos tevoorschijn te komen uit de poppen. Ze voeden zich met nectar van onder andere vuilboom, rode bosbes (Vaccinium vitis-idaea), braam en dopheide. Maar ook de zeldzame lavendelhei (Andromeda polifolia) is in trek, zoals op een van de foto’s hieronder te zien is. De mannetjes zitten vaak met meerderen in het struweel aan de rand van een heidegebied. Maar ook wel bij bosrandjes bij een moeras of vennetje. En soms kom je er gewoon een midden op de heide tegen. Door hun groene kleur vallen ze vaak nauwelijks op. Vooral als ze op jonge boomblaadjes zitten, bijvoorbeeld van een berk of bessenstruik. De mannetjes wachten geduldig tot er iets langs komt fladderen en vliegen daar dan meteen op af. Ze voeren dus geen zogenaamde patrouillevluchten uit, zoals het oranjetipje (Anthocharis cardamines) en de citroenvlinder (Gonepteryx rhamni). Nee, de groentjes blijven rustig hun kans afwachten. Als er vervolgens iets langs komt vliegen wat op een ander groentje lijkt, vliegt een mannetje er meteen op af. Al dan niet gevolgd door de andere seksegenoten in die struik. Is het een mannetje dat voorbijvloog, dan vliegen ze spiraalsgewijs om elkaar heen. Net zo lang tot een van de twee het opgeeft en wegvliegt. Als het een vrouwtje is, dan wordt direct de achtervolging ingezet. Net zolang tot zij het opgeeft en hem toelaat om te paren.

Proeven met de poten

Na de paring gaat het bevruchte vrouwtje traag fladderend op zoek naar een geschikte waardplant om haar eitjes op af te zetten. Als ze denkt een geschikte plant te hebben gevonden, landt ze er op en onderzoekt de plant. Dat doet ze, net als andere vlinders, met haar pootjes. Vlinders ‘proeven’ namelijk met hun poten. Op de onderkant van hun pootjes zitten zintuigen die stoffen, waaronder etherische oliën, kunnen onderscheiden. Dit geeft hun niet alleen informatie over de soort plant, maar ook over de conditie van de plant. Op een plant die op sterven na dood is heeft het immers geen zin om een kostbaar eitje af te zetten. Het rupsje dat uit het eitje komt heeft dan namelijk weinig tot niets te eten. Als een plant door het vrouwtje ‘goedgekeurd’ is, zet ze een eitje af op het uiteinde van een jong blaadje of in een bloemknop. Na enige tijd komen de piepkleine rupsjes uit de eitjes en begint de hele cyclus weer van voor af aan.

Groen, bruin, blauw

Het is niet zo lastig te raden waar de Nederlandse naam van het groentje vandaan komt. De onderkant van de vleugels kleurt prachtig haast metallic groen. Zeker als het zonnetje vanuit een bepaalde hoek erop schijnt. De bovenkant van de vleugels is daarentegen bruin. Maar omdat de vlinder in rust vrijwel altijd met de vleugels gesloten boven het lijf zit, krijg je dat zelden te zien. Overigens hoort het groentje, ondanks de groene onder- en bruine bovenkant van de vleugel, tot de onderfamilie van de blauwtjes (Polyommatinae). Een beetje verwarrend niet? Er zijn ruim 5200 soorten blauwtjes op de wereld, dat is ongeveer een vierde van alle dagvlindersoorten. In Nederland komen 16 soorten blauwtjes voor, waaronder het boomblauwtje (Celastrina argiolus) en icarusblauwtje (Polyommatus icarus). Ook het eerder genoemde gentiaanblauwtje hoort tot deze onderfamilie. Alledrie soorten waarvan de mannetjes blauwe bovenvleugels hebben. Naast het groentje zijn er echter ook familieleden die minder blauw zijn, zoals de eikenpage (Favonius quercus) en bruine vuurvlinder (Lycaena tityrus). Ook dit zijn soorten met bruine bovenvleugels.

Mooie wenkbrauwen

De wetenschappelijke geslachtsnaam Callophrys komt van kallos wat schoonheid betekent en ophrus dat wenkbrauw betekent. Letterlijk mooie wenkbrauwen dus. Vermoedelijk komt dit van de schubjes tussen de ogen, die dezelfde felgroene kleur als die op de vleugels hebben. Maar helemaal zeker is dat niet. Wie weet waar Linnaeus aan dacht toen hij het groentje in 1758 deze wetenschappelijke naam gaf. De genusnaam komt van het plantengeslacht braam Rubus. Lange tijd werd namelijk gedacht dat de braam de belangrijkste waardplant was van het groentje. Daar heeft het vlindertje dan ook zijn oude Nederlandse naam braamstruikvlindertje aan te danken.

Oh ja, het is groen en vliegt door de lucht? Een doperwtje dat op vakantie gaat. Flauw hé 😆.

Bronnen:

Dit bericht heeft 16 reacties

  1. Carla

    wat een mooie blog
    veel dingen wist ik nog niet van het groentje
    bedankt

  2. Ellen

    Hallo Theo,
    Dankjewel weer voor je leerzame blog en de mooie foto’s.
    Ik heb vorig jaar het geluk gehad het groentje te spotten op de braamstruik in de tuin. Dat was voor mij in Nederland de eerste ontmoeting. In Frankrijk en Zwitserland had ik deze soort al eerder gezien. Prachtige metallic kleur.
    Ik kijk alweer uit naar je volgende blog.
    Groetjes Ellen

    1. Theo

      Graag gedaan Ellen. Helemaal leuk, een groentje in de tuin! Niet echt een algemene tuinsoort.

  3. Caroline

    …en het is bruin en vliegt door de lucht?
    dat doperwtje dat terugkomt van vakantie 😂
    wat een prachtige blog weer Theo, dank! Leerzaam en een soort voorpret… hopen dat we ze gauw weer in het echt gaan zien, die mooie groentjes!
    en wat heb je een heerlijke tuin! 😍

    1. Theo

      Dank je Caroline en weer graag gedaan hoor. Die had ik ook nog in gedachten, maar dit groene doperwtje vond ik al flauw genoeg 🤣. De eerste groentjes zijn op 2 april gemeld, dus je kunt ze nu al zomaar tegenkomen.

  4. CoJac

    weer een prachtig blogje met mooie foto’s, heb het groentje nog nooit gezien, maar wie weet.
    Weer een hele boel geleerd, bedankt,
    gr Co Jacobs

  5. Anne Mieke

    Mooi uitgelegd. Ik ga van de zomer goed opletten of ik ze zie. Misschien zondag wel, als het mooi weer is met de marathon 🦋🦋🦋

    1. Theo

      Dank je zus. Wil je ze deze zomer zien, dan zul je toch naar het oosten van het land moeten gaan en dan naar specifieke gebieden. Het is geen soort die langs de waterkant rondfladdert. En in Zeeuws-Vlaanderen komen ze sowieso al niet voor.

  6. picpholio

    Bedankt Theo, weer een boel leuke wetenswaardigheden waardoor we de natuur weer iets beter leren kennen (en waarderen).

  7. Marjolein

    Dat is weer een leuk en leerzaam verhaal Theo! Ik ben zó toe aan mooi weer en vlinders (en buiten zijn).
    Mooi verhaal over het groentje. Wij zagen er in coronatijd hier in het zuiden bij een uitje wel 5 tegelijk op een vlierbloesem zitten! Prachtig gezicht. Ik hou erg van groentjes 🙂

    Groetjes,
    Marjolein

    1. Theo

      Dank je Marjolein. Je bent de enige niet hoor, vanaf komend weekend gaat het eindelijk de goede kant op. Vijf groentjes op de vlierbloesem! Dat zal zeker prachtig geweest zijn. En geen foto?

  8. Lida van Tongeren

    🙏voor de mooie uitleg. Vorig jaar, voor het eerst gezien op de Koolmansdijk bij Lievelde. Daar was hij nog nooit eerder geteld. Hopelijk zie ik hem dit jaar weer.

    1. Theo

      Leuk Lida, een primeur voor het gebied dus. Zou inderdaad mooi zijn als je ze dit jaar ook weer ziet.

Geef een reactie